Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lust`

  1. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  2. een pannetje lusten (=een borrel lusten)
  3. ervan lusten (=op zijn kop krijgen)
  4. hij lust er pap van (=hij kan er niet genoeg van krijgen)
  5. lust je nog peultjes (=wat zeg je me daarvan!)
  6. of je worst lust! (=antwoord als iemand `Wat?!` zegt)
  7. Wat de een niet lust, daar eet een ander zich dik aan. (=Smaken verschillen.)
  8. zijn natje en zijn droogje lusten (=graag eten en drinken)
  9. zo lustig zijn als een vogeltje dat koe heet (=buitengewoon loom zijn)

10 betekenissen bevatten `lust`

  1. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  2. een pannetje lusten (=een borrel lusten)
  3. op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
  4. van de kapittelstok likken (=ervan lusten)
  5. Zien eten doet eten. (=Iemand zien eten bevordert de eigen eetlust.)
  6. vinger en duim naar iets likken (=iets erg graag lusten)
  7. vingers en duimen aflikken (=iets erg graag lusten)
  8. tuk op iets zijn (=iets erg graag lusten of dol op zijn)
  9. in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
  10. naar zijn meug eten (=zoveel eten als men lust)

Het dialectenwoordenboek kent 53 spreekwoorden met `lust`

  1. Lutters: lustoe dawwè (=lust je dat wel)
  2. Luyksgestels: 't is ginnen oard (=daar lusten de honden geen brood van)
  3. Munsterbilzen - Minsters: n lang smoel trèkke (=iets niet lusten (lett. fig.))
  4. Westerkwartiers: doar lust'n de hond'n gien brood van (=dat is wel heel erg)
  5. Zeeuws: ie lust van tie-le bie-esje (=hij lust alles)
  6. Twents: a'j kniene hebt, he'j ok köttels (=wie ergens de lusten van heeft, heeft er ook de lasten van)
  7. Giethoorns: Da-w ze nog lange maggen lusten, kriegen zal wel gaon (=Proost)
  8. Westfries: die most 'n pik hooi luste (=mij is een andere mening toegedaan over die gast)
  9. Sint-Niklaas: een lustige weef (=een weduwe die het niet aan haar hart laat komen)
  10. Moes: t'es zijne meug (=hij lust dat graag)
  11. Nederweerts: Leknaas (=iemand niet veel lust)
  12. Liedekerks: Tes men'n tand nè (=Dat lust ik niet)
  13. Bilzers: e goed vèërke frit alles (=die lust alles)
  14. Diesters: ich mag da ni (=ik lust dat niet)
  15. Bilzers: Aste hinne gees haate, moeste hunne stront terbij pakke (=Bij de lusten moet je ook de lasten nemen)
  16. Liedekerks: Tes mennen tand (=Dat lust ik heel graag)
  17. brabants: poep stinkt (=of je worst lust)
  18. Veurns: ... dat 't è frang is (=... dat het een lieve lust is)
  19. Katwijks: Hij zit er teuge te kwoke (=Hij lust het niet)
  20. Roois (Sint-Oedenrode): Dè blief ik nie (=Dat lust ik niet)
  21. Oudenbosch: luste gij nog peultjes ? (=gey heb je daar van terug ?)
  22. Maas en waals: luste nog un kuukske (=moet je een koekje hebben)
  23. Westlands: Hij most wel een borrel luste (=Hij moet wel een beetje gezellig zijn)
  24. Oudenbosch: luste/motte gij un potje bier jong? (=heb je trek in een biertje ? (sic))
  25. Westerkwartiers: hij speit d'r niet ien (=hij lust graag een borrel)
  26. Waregems: 'k mage da nie (=ik lust dat niet (eten,drinken))
  27. helmonds: lust allie kientje pap, èt ut tè (=lust jullie kind pap, eet het dat)
  28. Westerkwartiers: da's 'n beste iennemmer (=hij lust graag een borrel)
  29. Tilburgs: k-hè ok gin houtere bakkes (=ik lust daar ook van)
  30. Sevenums: Fiêze verkes waeren nit vet (=Wie weinig lust zal slecht groeien)
  31. Munsterbilzen - Minsters: hoenger mok rauw baune ziet (=als je honger hebt, lust je alles)
  32. Lokers: lègter ou kop bij tèn èd' uefflakke (=wanneer iemand de opgediende maaltijd niet lust)
  33. Antwerps: Ik zeng nen Belg, ik draoi oep bier (=Ik ben Belg, ik lust bier)
  34. Tilburgs: gij lust hem gere (=dat vind je lekker)
  35. Liedekerks: Da bekt mé (=Dat lust ik graag)
  36. Antwerps: dasni maaine meug (=dat lust ik niet (eten))
  37. Sint-Niklaas: das minne meug (=dat lust ik wel)
  38. Hulsters (NL): ghe leghtur oew kop maor baij (=als men iets niet lust aan tafel:)
  39. Genneps: den speijt er nie ien (=die lust wel een een stevige slok)
  40. Dilbeeks: Ge kunt 'r aa kop baalegge as ge wilt ! (=Je kan hongerstaken als je het niet lust)
  41. Lichtervelds: oajt nie moet één, pakt toen van je gat (=als je dit niet lust moet je maar niets eten)
  42. Venloos: dae lust gaer snoetevleis (=hij kust graag)
  43. Gents: tes noar mijnen tand / da des maanen tik (=ik lust het graag)
  44. Weerts: asje det neet lösj, dan lekdje d'r eur huit mer naeve (=als je iets niet lust... jammer, dan krijg je niks)
  45. Oudenbosch: da waar de lust van z n leve (=dat deed hij altijd erg graag)
  46. Twents: ik vroag oe tog ok nig of ne koo gras lus? (=ik vraag je toch ook niet of een koe gras lust ( iets onbenulligs vragen)
  47. Rotterdams: lust er wel schoenen met lak neuzen van (=iets lekker vinden)
  48. Giethoorns: Daor zit wat in wat de katte niet lust (=heel erg heet)
  49. Westerkwartiers: da's 'n lust veur 't oog (=dat is prachtig om te zien)
  50. Westerkwartiers: d'r zit wat ien wat de kat niet lust (=het eten is nog gloeiend heet)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen