146 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `eken`
- kleur bekennen (=voor zijn standpunt uit moeten komen)
- korte afrekening maakt lange vriendschap (=snel terugbetalen (teruggeven) voorkomt ruzie)
- korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële geschillen moet je direct oplossen)
- kunnen maken en breken (=er veel macht over hebben)
- lelijke streken op zijn kompas hebben (=gemene en lelijke streken uithalen)
- leven als vrienden en rekenen als vijanden (=vriendelijk met elkaar omgaan uit een soort van formaliteit maar eigenlijk helemaal niet zo op elkaar gesteld zijn)
- met de neus in de boeken zitten (=veel lezen)
- met een lantaarn te zoeken (=heel zeldzaam , moeilijk te vinden)
- met een rode letter aangetekend staan (=duidelijk vermeld , zodanig dat het zeker niet vergeten wordt)
- met een zwarte kool aangetekend staan (=ongunstig bekend staan)
- met het leven afrekenen (=sterven)
- met iemand afrekenen (=iemand betalen; iemand iets betaald zetten)
- met iemand breken (=met iemand niet meer verder werken, leven)
- met iemand niet willen oversteken (=niet in iemands plaats willen zijn)
- met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
- naar de bekende weg vragen (=vragen naar hetgeen men al weet / Overbodig handelen)
- naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)
- naar zijn woorden zoeken (=niet goed meer weten wat te zeggen)
- niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
- niets dan wonden en builen zoeken (=altijd willen vechten)
- nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
- onbekend maakt onbemind (=iets wat nog onbekend is, kan ook niet geapprecieerd worden)
- op eigen wieken drijven (=zich volledig kunnen redden van het geld dat iemand verdient)
- op het appèl ontbreken (=niet aanwezig zijn)
- ouderdom komt met gebreken (=als je ouder wordt ga je van alles mankeren)
- overal zijn neus in steken (=zich overal mee bemoeien)
- per slot van rekening (=uiteindelijk)
- samen onder een deken liggen (=een gezamenlijk standpunt innemen)
- spijkers op laag water zoeken (=uitermate achterdochtig zijn, onprettige opmerkingen maken over onbelangrijke zaken)
- streken onder je staart hebben. (=niet te vertrouwen zijn)
- taal noch teken van iemand vernemen (=niets van iemand horen/zien)
- te goeder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor goede dingen)
- teken aan de wand (=een waarschuwing dat er iets gaat gebeuren)
- tot op het bot uitzoeken (=zeer grondig uitzoeken)
- uit alle hoeken en gaten (=van alle kanten)
- van wal steken (=beginnen met spreken, beginnen met een verhaal)
- vijf poten aan een kalf/schaap zoeken (=iets proberen te vinden dat er niet is)
- vijgenbladen zoeken (=nietige uitvluchten zoeken)
- vloeken als een bootwerker/kartouw/ketellapper/ketter (=onbeheerst vloeken)
- voor de ganzen preken (=aan dovemans oren zeggen)
- voor de vuist weg (spreken) (=zonder voorbereiden iets moeten vertellen)
- voor dovemans oren spreken (=spreken tegen personen die niet willen horen)
- wie honing wil eten moet lijden dat de bijen hem steken (=wie iets wil bereiken moet daar iets voor over hebben)
- wijd en zijd bekend zijn (=overal bekend zijn)
- ziek of ziekenhuis? (=eind aan discussie maken)
- zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))
167 betekenissen bevatten `eken`
- een onbeschreven blad zijn (=nauwelijks bekend zijn)
- buiten de waard rekenen (=niet gerekend hebben op hoe anderen er werkelijk over denken)
- er een vouwtje bij leggen (=niet meer over spreken)
- je woorden inslikken (=niet uitspreken)
- vijgenbladen zoeken (=nietige uitvluchten zoeken)
- niets om het lijf hebben (=niets betekenen, geen waarde hebben)
- een wassen neus zijn (=niets te betekenen hebben)
- geen naam mogen hebben (=niets te betekenen zijn)
- geen vlees zonder been (=niets zonder gebreken)
- iets te verhakstukken hebben (=nog iets met iemand te bespreken hebben, nog iets te doen hebben)
- vloeken als een bootwerker/kartouw/ketellapper/ketter (=onbeheerst vloeken)
- terra incognita (=onbekend terrein)
- in de rede vallen (=onderbreken, het woord ontnemen)
- de nieren proeven (=onderzoeken of iets echt waar is)
- met een zwarte kool aangetekend staan (=ongunstig bekend staan)
- al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
- al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
- een liedje van verlangen zingen (=op allerlei manieren een wens uitspreken)
- een hond is stout op zijn eigen dam. (=op bekend terrein durf je meer)
- de grote klok luiden (=op opvallende wijze bekend maken)
- op je stokpaardje zitten (=over je lievelingsthema spreken)
- de vuile was buiten hangen (=over onaangename zaken spreken met buitenstaanders)
- wijd en zijd bekend zijn (=overal bekend zijn)
- de markt afschuimen (=overal zoeken wat er `te koop` is)
- tegen de schenen schoppen (=ruzie zoeken)
- op het zondaarsbankje zitten (=schuld bekennen)
- het woord voeren (=spreken (als afgevaardigde door anderen))
- als een blinde over de kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
- een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- een tere snaar aanroeren (=spreken over iets waar men beter niet over had gesproken)
- voor dovemans oren spreken (=spreken tegen personen die niet willen horen)
- de drempel platlopen (=steeds opnieuw bezoeken)
- de deur platlopen (=steeds weer bezoeken)
- je boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
- stilstand is achteruitgang. (=stil blijven staan leidt tot relatieve achteruitgang ten opzichte van anderen die vooruitgang boeken)
- ellebogenwerk (=succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken)
- met dubbel krijt schrijven (=te veel aanrekenen)
- pro saldo (=ter afsluiting rekening)
- bij moeders pappot blijven (=thuis blijven - enkel spreken over iets waar men iets over weet)
- een lange neus maken (=tong uitsteken, iemand iets inpeperen (Jaloers maken))
- koffiedik kijken (=trachten het onbekende te kennen (de toekomst))
- uit de band springen (=uitbundig plezier maken, zonder rekening te houden met de regels van orde en fatsoen)
- je woorden op een goudschaaltje wegen (=uiterst weloverwogen spreken)
- de handen dicht mogen knijpen (=van geluk mogen spreken)
- een nummer zijn (=van weinig betekenis zijn of althans zo behandeld worden)
- de mond roeren (=van zich laten horen, spreken)
- letters eten (=veel boekenwetenschap opdoen)
- kennis is macht (=veel weten kan veel invloed betekenen)
- iemand de woorden uit de mond halen (=voor een ander spreken)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen