Spreekwoorden met `Za`

Zoek


158 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Za`

  1. jesus naZarenus rex judaeorum (=jezus van Nazareth, koning der Joden) (Latijn)
  2. kalmte Zal je redden (=als je rustig blijft gaan de dingen beter)
  3. kan uit NaZareth iets goeds komen? (=wanneer iemand een bepaalde opvoeding heeft gehad kan daar niks goeds van verwacht worden)
  4. kleine oorZaken, grote gevolgen (=kleine dingen kunnen grote gevolgen hebben)
  5. kunnen Zakken en verkopen (=in handigheid ver overtreffen)
  6. landen verZanden, Zanden verlanden. (=alles verandert)
  7. langZaam aan, dan breekt het lijntje niet (=je kunt beter rustig doorwerken, dan kan er het minste fout gaat)
  8. laZarus zijn (=dronken zijn)
  9. liever brood in de Zak, dan een pluim op de hoed (=van eer kan men niet leven)
  10. mei koel en wak, veel koren in de Zak. (=als het in mei nat en koud is wordt de opbrengst hoog)
  11. met de hakken in het Zand (=koppig blijven)
  12. met de maat waarmee gij meet, Zal u weder gemeten worden (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
  13. met pak en Zak (gaan) (=met veel bagage gaan)
  14. moeten is dwang en huilen is kindergeZang (=ik wil het wel doen, maar niet als het me verplicht wordt)
  15. naai geen Zakken met zijde (=verspil geen dingen aan iets wat niet wordt gewaardeerd)
  16. niet veel Zaaks (=niet veel bijzonders)
  17. nooit troef verZaken (=overal bij zijn, altijd meedoen)
  18. op Zand bouwen (=zich op niets baseren)
  19. op zwart Zaad zitten (=geen geld hebben)
  20. oude wijn in nieuwe Zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
  21. over land en Zand praten (=over lichte onbeduidende dingen praten)
  22. rechter in eigen Zaak zijn (=zijn eigen zaak kunnen beoordelen)
  23. stevig in het Zadel zitten (=machtig zijn, een belangrijke positie hebben)
  24. tot de bedelstaf/bedelZak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
  25. uit een olievat Zal men geen wijn tappen. (=verwacht geen goede dingen van slechte mensen)
  26. uit het Zadel lichten (=zijn rang of stand of betrekking doen verliezen)
  27. uit het Zadel wippen. (=ontslaan of uit een functie zetten)
  28. van dik hout Zaagt men planken (=niet al te nauwkeurig of zorgvuldig werken)
  29. vast in het Zadel zitten (=zeker van iemands positie zijn in een organisatie)
  30. veel noten op zijn Zang hebben (=veel eisen en wensen waaraan voldaan moet worden)
  31. wat de boer aan het koren verliest Zal hij aan het spek wel terugvinden (=waar iemand iets verliest zal iemand (anders) iets winnen)
  32. wat de mens Zaait Zal hij maaien (=je moet er iets voor doen, als je wat wil krijgen)
  33. wat hansje niet leert Zal hans nooit weten (=je moet het eerst leren om het later te kunnen)
  34. wat Jantje is Zal Jan worden. (=wel ouder worden maar dezelfde streken houden)
  35. wat men aan het Zaad spaart verliest men aan de oogst (=verkeerde zuinigheid is niet goed)
  36. weer in het Zadel helpen (=helpen om weer door te kunnen gaan)
  37. weten hoe men dat in het vat Zal gieten (=de oplossing weten)
  38. wie gekheid Zaait Zal dwaasheid oogsten. (=als je ongebruikelijke dingen doet krijg je ook ongebruikelijke resultaten)
  39. wie maaien wil moet Zaaien (=je moet er iets voor doen om iets te verkrijgen)
  40. wie niet werkt Zal niet eten (=wie niet werkt verdient de kost niet)
  41. wie niet wil, die niet Zal (=als je geen interesse hebt, moet je er ook geen deel van uitmaken)
  42. wie voor het oortje geboren is, Zal tot de stuiver niet geraken (=wie in een lage sociale klasse geboren is, zal niet in een hogere sociale klasse terechtkomen)
  43. wie werkt als een paard Zal haver eten. (=hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen)
  44. wie wind Zaait Zal storm oogsten (=wie kwaad doet, zal er uiteindelijk zelf de gevolgen van dragen)
  45. wie zich aan een ander spiegelt spiegelt zich Zacht (=wie uit het ongeluk van anderen lering trekt, zal minder ongeluk hebben)
  46. Zacht gaan en verre zien. (=voorichtig en doordacht te werk gaan)
  47. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden (=sommige problemen kunnen niet met zachtheid opgelost worden)
  48. Zachte winters, vette kerkhoven (=zachte winters geven vaak aanleiding tot meer ziekten dan strenge winters)
  49. Zachtgekookt ei (=onheldhaftig persoon)
  50. Zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet (=handel voorzichtig, dan mislukt het niet)

222 betekenissen bevatten `Za`

  1. het is goed aan hem besteed (=hij verdient het, hij Zal er op de goede manier mee omgaan)
  2. dat is koren op zijn molen (=hij Zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
  3. jong geleerd is oud gedaan (=hoe eerder men iets leert, des te langer de vaardigheid Zal blijven)
  4. met de beste wil van de wereld (=hoe graag ik het ook wil, het Zal niet lukken)
  5. ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil. (=iedereen behartigt zijn Zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.)
  6. alle molens vangen wind. (=iedereen die meedoet Zal een deel van de opbrengst opeisen)
  7. die haalt de nieuwe aardappelen niet (=iemand die gauw Zal gaan sterven)
  8. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos Zal blijken te zijn)
  9. iemand iets in het oor fluisteren (=iemand iets Zachtjes zeggen, heimelijk laten weten)
  10. iemand klein krijgen (=iemand laten merken dat je hem aankunt, over iemand de baas zijn en diegene tot gehoorZaamheid dwingen)
  11. iemand iets in de maag splitsen/stoppen (=iemand met iets opZadelen)
  12. iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorZaam te zijn)
  13. de steen des aanstoots (=iets dat anderen hindert, in conflict brengt of verdeeldheid Zaait)
  14. een zalfje op de wond (=iets dat het leed verZacht)
  15. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorZaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  16. baat het niet, schaadt het niet (=iets kan helpen, maar als het niet helpt Zal het geen problemen geven)
  17. elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere Zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
  18. de scherpe kantjes er van afhalen. (=iets verZachten of minder extreem maken)
  19. wat in het vat zit, verzuurt niet (=iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet / wat beloofd is Zal ook worden ingelost)
  20. als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit Zal gebeuren)
  21. wat van ver komt, is lekker (=iets wat van ver komt, is bijzonder. Daarom denkt men dat het ook beter Zal zijn)
  22. een witte raaf (=iets wat zelden voorkomt, een zeldZaamheid)
  23. dat zal hem niet glad zitten (=iets Zal niet meevallen en moeilijk zijn)
  24. als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=ik bemoei me niet met andermans Zaken als het niet hoeft)
  25. ik vind het pet (=ik vind het een bijzonder slechte Zaak)
  26. ik zal je krakepitten (=ik Zal je krijgen!)
  27. over mijn lijk (=ik Zal mij daar met alle kracht tegen verzetten)
  28. in het achterschip geraken (=in Zaken achteruit gaan)
  29. je laatste hemd aan hebben (=je hebt iets fout gedaan en er Zal wat voor je zwaaien)
  30. wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt Zal je worden overgeslagen)
  31. een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg (=je kunt beter iets langZaam en goed doen, dan snel en niet goed)
  32. wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, Zal wel arm blijven)
  33. iets op de hals halen (=je met een probleem laten opZadelen)
  34. je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een Zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
  35. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van Zaken kritiek geeft)
  36. je op een afstand houden (=je niet te veel met de Zaak bemoeien)
  37. je op de vlakte houden (=je niet te veel met de Zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel geven)
  38. het zal je kind maar wezen (=je Zal er maar voor op moeten draaien)
  39. jesus nazarenus rex judaeorum (=jezus van NaZareth, koning der Joden)
  40. aan een klein vogeltje past geen grote bek. (=kinderen moeten gehoorZamen)
  41. veni vidi vici (=kwam-Zag-overwon)
  42. uitgaan als een nachtkaars (=langZaam doven, sterven)
  43. aan de beterende hand zijn (=langZaam genezen, herstellen)
  44. met horten en stoten (=langZaamaan, met veel onderbrekingen)
  45. in de meuk staan (=laten weken om Zacht te worden)
  46. iets door het oog van de schaar halen (=materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk Zaken toe-eigenen)
  47. de koe bij de horens vatten (=met de lastige Zaak beginnen)
  48. met een kennersblik bekijken (=met kennis van Zaken beoordelen)
  49. een rak in de wind (=met veel werk langZaam vooruit komen (een lang recht stuk tegenwind zeilen))
  50. in grove lijnen (=met vooral aandacht voor de hoofdZaken)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen