413 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Ema`
- iEmand de loef afsteken (=ergens beter in zijn dan iemand)
- iEmand de mantel uitvegen (=iemand hevig uitfoeteren)
- iEmand de mond snoeren (=iemand verbieden iets te zeggen / tot zwijgen brengen)
- iEmand de nek toekeren (=zich minachtend van iemand afwenden)
- iEmand de ogen openen (=iemand inzicht geven in iets wat diegene nog niet doorhad)
- iEmand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
- iEmand de ogen verblinden (=iemand door uiterlijke schijn misleiden)
- iEmand de oren afzagen (=steeds blijven aandringen)
- iEmand de oren van het hoofd eten (=bij iemand erg veel eten)
- iEmand de oren van het hoofd eten. (=zeer veel eten.)
- iEmand de oren wassen (=iemand zeggen wat die fout gedaan heeft)
- iEmand de pap in de mond geven (=iemand een gemakkelijke oplossing zomaar aanbieden)
- iEmand de pas afsnijden (=iemand verhinderen een bepaalde actie uit te voeren)
- iEmand de pen op de neus zetten (=streng ondervragen of aanpakken)
- iEmand de rekening presenteren (=iemand de kosten ten laste brengen (ook figuurlijk))
- iEmand de schop geven (=iemand ontslaan)
- iEmand de stuipen op het lijf jagen (=iemand erg laten schrikken en/of bang maken)
- iEmand de tekst/les lezen (=iemand scherp berispen)
- iEmand de teugels uit handen nemen. (=iemand de leiding afnemen)
- iEmand de voet dwars zetten (=tegenwerken)
- iEmand de voet kussen (=erg onderdanig naar iemand doen)
- iEmand de voet lichten (=iemand op gemene manier de baan afnemen)
- iEmand de voeten spoelen (=iemand doen verdrinken / in zee verdrinken)
- iEmand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
- iEmand de vrije teugel laten. (=iemand zijn eigen gang laten gaan)
- iEmand de wacht aanzeggen (=een laatste waarschuwing geven)
- iEmand de wet stellen (=iemand iets opdragen te doen)
- iEmand de wind uit de zeilen nemen (=iemand dwars zitten)
- iEmand de woorden uit de mond halen (=voor een ander spreken)
- iEmand de zak geven (=iemand ontslaan)
- iEmand de zwartepiet toespelen (=iemand benadelen)
- iEmand die behoorlijk kan uitpakken (=iemand die ongeremd zijn toorn kan uiten)
- iEmand doodpraten (=op iemand blijven inpraten tot hij versuft van raakt)
- iEmand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)[1])
- iEmand door de mosterd halen (=op duidelijke wijze kenbaar maken wat iemand fout gedaan heeft)
- iEmand een bokking geven (=iemand een standje geven)
- iEmand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
- iEmand een grote neep geven (=iemand ernstig afbreuk doen)
- iEmand een hak zetten (=met iemand een gemene streek uithalen)
- iEmand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
- iEmand een hengst verkopen. (=iemand een harde klap geven)
- iEmand een kies trekken (=iemand veel geld afnemen)
- iEmand een kool stoven (=iemand op een onprettige manier ertussen nemen)
- iEmand een kopje kleiner maken (=iemand vermoorden)
- iEmand een koud bad geven (=iemand kalmeren , illusies ontnemen)
- iEmand een kroon opzetten (=iemand eer bewijzen)
- iEmand een loer draaien (=iemand lelijk behandelen, lelijk te grazen nemen)
- iEmand een luis in de pels zetten (=iemand last bezorgen)
- iEmand een oor aannaaien (=iemand oplichten)
- iEmand een pen op de neus zetten (=iemand dreigend vermanen)
688 betekenissen bevatten `Ema`
- er geen tittel of jota van afweten (=er helEmaal geen kennis van hebben)
- een baas boven baas zijn (=er is altijd wel iEmand die het beter kan of het beter denkt te kunnen)
- het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iEmand die van de omstandigheden weet te profiteren)
- de kop is eraf (=er is een begin gEmaakt)
- doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iEmand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
- het is er de dood in de pot. (=er is niEmand.)
- iemand het zwijgen opleggen (=er met niEmand over mogen praten en niEmand iets mogen vertellen)
- een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iEmand op zondag doet)
- je kunt van een kale kikker geen veren plukken (=er valt niets te halen bij iEmand die niets heeft)
- van een kale kip kun je niet plukken (=er valt niets te halen bij iEmand die niets heeft)
- er was geen hond/kat/kip (=er was niEmand)
- mogen lijden (=er wel tegen kunnen - iEmand wel kunnen verdragen)
- lopen als een kievit (=erg gEmakkelijk en vlug lopen)
- iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iEmand / Een erge hekel hebben aan iEmand)
- iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iEmand proberen te vragen)
- iemand de voet kussen (=erg onderdanig naar iEmand doen)
- iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iEmand doen)
- liefhebben als de appel van zijn oog (=erg veel van iEmand houden)
- hemel en aarde bewegen (=ergens alles aan doen om het gedaan te krijgen (bv van iEmand))
- iemand de loef afsteken (=ergens beter in zijn dan iEmand)
- er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iEmand van belang is)
- er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iEmand)
- iemand op zijn zeer trappen (=ergens over praten wat door iEmand als erg onplezierig ervaren wordt)
- van Teeuwes nog Meeuwes weten (=ergens van helEmaal geen verstand hebben)
- iets uit de eerste hand hebben (=ergens zelf bij zijn geweest of hebben gehoord van iEmand die het zelf heeft meegEmaakt)
- iemand iets door de neus boren (=ervoor zorgen dat iEmand iets niet krijgt)
- geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gEmakkelijk persoon)
- tabula rasa maken (=geheel herbeginnen - de boel helEmaal opruimen)
- niet goed snik zijn (=gek zijn (iEmand))
- een gat in zijn hand hebben (=geld te gEmakkelijk uitgeven)
- op de kaart zetten (=gEmaakt tot iets waar rekening mee gehouden wordt.)
- de schapen scheren (=gEmakkelijk grote winsten maken)
- een fijne neus hebben (=gEmakkelijk iets ontdekken, snel iets aanvoelen)
- praten als Brugman (=gEmakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
- zo glad als een aal (=geslepen, uitgekookt, iEmand die zich overal uitpraat)
- wat baten kaars of bril, als de uil niet zien en wil. (=gezegd als een koppig iEmand advies of hulp negeert)
- als het varken zat is, gooit het de bak om. (=gezegd als iEmand geen dankbaarheid toont)
- de deugd zit in het midden. (=gezegd als iEmand tussenin zit)
- zo komt het luie zweet eruit (=gezegd van iEmand die hard werkt)
- het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iEmand die het laatste restje uitdrinkt)
- de maan komt al door de bomen/wolken (=gezegd van iEmand die kaal begint te worden)
- een holle darm. (=gezegd van iEmand die veel eet)
- een tong als een scheermes (=gezegd van iEmand die venijnig uithaalt met woorden)
- het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iEmand overgeslagen wordt)
- iemand op handen dragen (=grote bewondering hebben voor iEmand)
- heb je het ooit zo zout gegeten (=heb je het ooit zo straf meegEmaakt)
- een eitje (=heel gEmakkelijk)
- moederziel alleen (zijn) (=helEmaal alleen (zijn))
- op een strowis komen aandrijven (=helEmaal berooid en arm ergens komen)
- zo zat als een deur (=helEmaal bezopen zijn)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen