Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pink`

  1. als Pasen en pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
  2. bij de pinken zijn (=snel dingen begrijpen, Handig en flink zijn, Vroeg opstaan)
  3. een traan wegpinken (=emotioneel geraakt zijn, ontroerd zijn door iets => emotioneel)
  4. ergens zijn pink wel voor willen geven (=iets heel graag willen hebben)
  5. met zijn pink manoeuvreren (=iets als de beste kunnen)

Het dialectenwoordenboek kent 12 spreekwoorden met `pink`

  1. Veurns: nie van gister'n zien (=bij de pinken zijn)
  2. Sint-Niklaas: een oogske trekken; pinken (=knipogen)
  3. Sint-Niklaas: kèn een pinkoog (=mijn oog is ontstoken)
  4. Munsterbilzen - Minsters: onder zich aut zin (=bij de pinken zijn)
  5. Sint-Katelijne-Waver: Het reigent kole (=Regenval rond pinksteren)
  6. Bilzers: as Poeëse en pinkstere gelijk valle (=ooit eens, misschien)
  7. Sint-Niklaas: è draait af zonder te pinken (zonder zènne pinker oan te zetten) (=hij draait met de auto af zonder de richtingaanwijzer aan te zetten)
  8. Sint-Niklaas: een pinkoog (=een dik, onstoken, ooglid)
  9. Texels: òs de sketters het lòònd in magge, benne ze puur oppe doei (=Als de pinken de wei in mogen, zijn ze behoorlijk opgewonden)
  10. Gents: ij ee nen pinker in zijn gat (=hij is boos)
  11. Zaans: Drie vingers, pink en doim! (=Wat is er aan de hand?)
  12. Sint-Niklaas: 'k ben op ne pink (wiep) terug (=ik ben direct terug)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen