1961 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `EE`
- als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
- als sardientjes in EEn blik (=stijf boven op elkaar; dicht opeen)
- als snEEuw voor de zon verdwijnen (=ergens niets van over blijven)
- als twEE honden vechten om EEn bEEn loopt de derde ermEE hEEn (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- alsof er EEn engeltje over je tong piest (=iets lekker vinden)
- ambt gEEft verstand. (=een baan gekregen hebben zonder er iets van af te weten)
- anderhalve man en EEn paardenkop (=weinig aanwezigen)
- angst is EEn slechte raadgever (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk)
- aprilletje zoet, hEEft nog wel EEns EEn witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
- arbeiden als EEn galeislaaf (=erg hard werken)
- avondrood, mooi wEEr aan boord (=na een rode avondlucht volgt mooi weer)
- balen als EEn stier (=er een gloeiende hekel aan hebben)
- bederf gEEn pannenkoek om EEn ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
- bederf gEEn struif om EEn ei (=je moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
- bEEr op sokken (=gezegd van een dik, plomp persoon)
- belofte is EEn hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken)
- beter EEn blind paard dan EEn lEEg halster. (=beter iets dan niets)
- beter één ezel voor de ploeg dan twEE paarden op stal. (=kiezen voor zekerheid.)
- beter EEn goede buur dan EEn verre vriend (=vriendschap op afstand is minder waardevol)
- beter EEn half ei dan EEn lege dop (=beter iets dan helemaal niets)
- beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
- beter ermEE verlegen dan erom verlegen (=liever van iets te veel dan van iets te weinig hebben)
- beter kleine mEEster dan grote knecht (=liever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
- beter onbegonnen dan ongEEindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
- beter rapen aan eigen dis dan elders vlEEs of vis (=oost West thuis best)
- beter ten halve gekEErd dan ten hele gedwaald (=je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal verkeerd gaat)
- beter van EEn stad dan van EEn dorp (=beter dat een rijke betaalt dan een arme)
- bezint EEr ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt)
- bij de pakken nEErzitten (=geen oplossing meer zoeken, niet meer verder doen)
- bij de vlEEt (=er is meer dan voldoende van (vleet was vroeger een groot visnet))
- bij eigen zin is gEEn gewin. (=eigenwijs zijn is niet goed)
- bij elkaar passen als twEE trommelstokken (=goed bij elkaar passen)
- bij gebrek aan brood EEt men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
- bij gebrek aan brood EEt men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
- bij het scheiden van de markt lEErt men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
- bij kleine hapjes lEErt men EEn hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
- bij kleine lapjes lEErt men de hond lEEr eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
- bijna is nog niet half en EEn koe is nog gEEn kalf (=iets bijna hebben is hetzelfde als iets helemaal niet hebben)
- borgen is gEEn kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
- bouw gEEn molen om EEn bak zaad (=voor een kleinigheid moet men teveel moeite doen.)
- boven zijn thEEwater (=dronken)
- branden als EEn (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)
- branden als EEn fakkel (=zeer fel branden)
- brEEk me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
- buiten de schrEEf (=niet meer acceptabel)
- buurmans lEEd troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
- commandEEr je hond en blaf zelf (=dat bevel weiger ik uit te voeren)
- daar ben ik mooi klaar mEE (=nu heb ik een probleem)
- daar gEEft de lommerd gEEn geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
- daar helpt gEEn lievemoederen/moedertje lief aan (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
2307 betekenissen bevatten `EE`
- van uitstel komt afstel (=als je iets niet metEEn doet, loop je het risico dat het nooit mEEr gebeurt)
- uitstel is geen afstel (=als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit mEEr gaat doen)
- in de nood eet de duivel vliegen. (=als je in nood verkEErt, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
- hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch wEEr levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
- een goed gelaat is de beste geleidebrief. (=als je knap bent krijg je vEEl voor elkaar)
- wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel EEn reden)
- alle havens schutten wind (=als je mEEdoet dEEl je mEE in de winsten)
- veel varkens maken de spoeling dun (=als je met vEEl bent, moet je ook met vEEl delen)
- gereed geld dingt scherp. (=als je metEEn betaalt gaat de verkoop sneller)
- waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet EEn goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
- geen bericht is goed bericht (=als je niet wEEt hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je gEEn slecht bericht ontvangt)
- gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het mEEstal fout)
- geen spreker die een zwijger verbetert. (=als je niets zegt zeg je niets verkEErds)
- gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van EEn ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
- als de kan vol is, loopt zij over. (=als je te vEEl drinkt komt het er wEEr uit)
- wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zovEEl gEEft zovEEl je kunt, dan kan niemand je iets verwijten)
- meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als mEEuwen het binnenland intrekken omdat er slecht wEEr op zEE is)
- oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet mEEr)
- een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=als men EEn geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankEErt.)
- honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger hEEft, smaakt alles)
- wie vuur eet schijt vonken (=als men iets gevaarlijks ondernEEmt krijgt men nare gevolgen)
- wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het mEEstal vanzelf wEEr tevoorschijn)
- de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men stEEds risico`s blijft nemen, gaat het EEn kEEr mis)
- men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert hEEft men niets mEEr voor in de toekomst)
- oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed mEEr aankan, wordt men ontslagen)
- iemand in de buik straffen. (=als straf gEEn eten geven.)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twEE mensen ruzie maken, profitEErt EEn derde ervan.)
- twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twEE personen van EEn verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twEE strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan EEn ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
- recht door zee gaan (=altijd EErlijk blijven/zijn)
- de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd EErst de machtige mensen, dan de mindere mens)
- het is altijd koekoek éénzang (=altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbEEld geven)
- met alle winden draaien (=altijd iederEEn gelijk geven)
- met alle winden meedraaien (=altijd iederEEn gelijk geven)
- met alle winden waaien (=altijd iederEEn gelijk geven / door alles en iederEEn laten beïnvloeden)
- draaien als een molen (=altijd mEEgaan met de hEErsende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
- wie veel begeert veel ontbeert (=altijd mEEr willen maakt ongelukkig)
- semper idem (=altijd wEEr hetzelfde)
- strijk en zet (=altijd wEEr opnieuw)
- april doet wat hij wil (=april gEEft onvoorspelbaar wEEr)
- armoe met eren kan niemand deren. (=arm zijn is niet erg als je maar EErlijk bent)
- keur baart angst. (=bang zijn om niet de goede keuze te maken door EEn tevEEl aan opties)
- begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, mEEleven met)
- je bent om op te eten (met boter en suiker). (=bEEldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
- in de luren leggen (=bEEtnemen)
- breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik hEEl vEEl negatieve dingen over vertellen)
- terug naar af (=begin maar wEEr opnieuw)
- van wal steken (=beginnen met spreken, beginnen met EEn verhaal)
- de deksel van de pot aflichten. (=bekendmaken wat voorhEEn verborgen was)
- elk heeft genoeg in eigen tuin te wieden. (=bekritisEEr gEEn anderen als je zelf niet perfect bent)
50 dialectgezegden bevatten `EE`
- è EE woadder in zijne kewdre stoan (=zijn broek is te kort) (Kaprijks)
- e éé zèn auver gekregen (=hij hEEft zijn haver gekregen, hij hEEft EEn pak slaag gekregen) (Meers)
- e viskn smietn veu e snoekskn te va'n EE (=iemand uitoren) (Izegems)
- EE de katte ol eur veulligheid gemak (=hEEft de poes al haar behoefte gedaan) (Harelbeeks)
- EE dikkop gaode gij us wa opzij (=zeg beste maak EEns wat plaats) (Oudenbosch)
- EE EE un stik in zijn voeten (=dronken zijn) (Lovendegems)
- EE EE't van gieën 'ond g'ïrfd (=De appel valt niet ver van de boom) (Evergems)
- EE ef de kousen op sok (=de kousen op sokformaat aanhebben (afgezakte kousen) ) (Staphorsts)
- EE ef trek an de rok (=Zij hEEft vEEl aantrekkingskracht op jongens) (Staphorsts)
- èè es, èè est-è-jèè (=hij is) (Wetters)
- EE gaat oan eur gat (=is EEn ijdele vrouw) (Moes)
- EE gemoald kriehge (=bekeuring krijgen) (Heerlens)
- ée goatter gEEn putjes mEE zEEken (=hij gaat mijn geld niet opdoen) (Sint-Laureins)
- EE haor in de botter (=EEn haar in de soep) (Sjeeter plat)
- ée hEE nogal zijn pEErre afgezien (=hij hEEft vEEl geleden) (Sint-Laureins)
- EE heufke water (=1 / 2 L putwater) (Heerlens)
- éé ist gaen zegghen (=hij is gestorven) (Sint-Laureins)
- EE kul lustegij ok un bolleke (=Hé jongen lust jij ook EEn snoepje) (Bergs)
- EE likt dou'e mit de peu'et va zich aaf. (=Hij ligt daar moe.) (Nuths)
- êë ljucht op (=heb je licht op je fiets) (Kaprijks)
- EE luept mEE de duoe op zijn lijf (=hij ziet er hEEl ziek uit) (Lochristis)
- éé pond sjaos ès mei wiëd as tein pond slimmighèts (=je moet niet altijd slim zijn om te slagen, geluk spEElt EEn grote rol) (Munsterbilzen - Minsters)
- EE richtig votloak (=EEn echte onbenul) (Ubachsbergs)
- EE se'koocht (=is ze moeder geworden) (Waregems)
- Eè stèk in zi-jn vEEt hebbe (=EEn stuk in zijn voeten hebben) (Brees)
- EE ta golpe (=was dat de oplossing) (Oudenbosch)
- EE woeëter stod'eug (=het wenen staat haar nader dan het lachen) (Ninoofs)
- EE zieter em gEEin gat an (=iets niet aandurven) (Sint-Laureins)
- ée zietter em gEEn gat aen (=hij ziet het niet zitten) (Sint-Laureins)
- EE zit op et ùiske (S*) (=hij zit op wc) (Sintrùins)
- EEn dreuge mEErt en EEn natte april is noar de boer zn wil (=EEn droge maart en EE natte paril is naar de boer zijn wil) (Doornspijks)
- ei EE en muile om klojs te spelen (=hij hEEft EEn uitgestreken gelaat) (Wetters)
- êi ée g'et zitte (=hij is gefopt) (Antwerps)
- ei eé gEEl dun utsekluts (=alles is van hem) (Sint-Niklaas)
- ei eé gene noagel om in zè gat te kraan (=hij is zEEr arm) (Sint-Niklaas)
- ei EE mieren ein zijn gat (=EEn ongeduldig iemand) (Wetters)
- ei eé ne krop in zèn kEEl (=hij staat op het punt om te beginnen wenen) (Sint-Niklaas)
- ei éé zènnen tist op (=hij hEEft zijn hoed op) (Sint-Niklaas)
- ei EE zijne klobbere gezet (=gestorven) (Kaprijks)
- ei is't gon zeigen, ei EE zenne kijker geloaten (=hij is overleden) (Melseels)
- elk u (i) ske EE z n kru (i) ske (=het is overal wel wat) (Oudenbosch)
- ète èe uue oeën (=Heb je oude hoge hoeden) (Zottegems)
- ètte dujst goa nor Blujst, der ès EE oonse en ij it FidEElke èn ij piest van ier tot iejn ou kEElke (=dorstige kinderen sussen (mits gEEn drank vooradig of te duur) ) (Brakels)
- ge kom mar wir us ne kEEr laangs EE (=tot de volgende kEEr) (Oudenbosch)
- ge meugt em ne skip in zijn gat gEEvn, ie goa no nie ommekijkn veur te zien wie dat ewEEst EE (=hij is zEEr gemakzuchtig) (Waregems)
- ge mot mEEj oewe tijt mEEgaon EE (=je mag niet achterblijven) (Oudenbosch)
- gEEft de stoefer a stuk bruuëd, de klauger EE gien nuuët (=iemand die klaagt hEEft gEEn nood) (Meers)
- gEEft de stoefer e stuk bruëd, de klauger èe gin nuëd (=gEEf de stoefer EEn stuk brood, de klager hEEft gEEn nood (vEEl geschEEr en weinig wol),) (Meers)
- ginda nie wiltj, EE g'had (=wie niet aannEEmt, krijgt niets mEEr) (Meers)
- Go nor uis, manneken, ou moedre EE siepers gebakken op de koolschuppe (=Ga naar huis jongen uw moeder hEEft pannekoeken gebakken op de kolenschop) (Zottegems)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen