Spreekwoorden met `wer`

Zoek


101 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wer`

  1. iemand uit het zadel werpen (=iemand wegwerken, iemand in verlegenheid brengen)
  2. in de hand werken (=ertoe bijdragen)
  3. in de schoot werpen (=zonder enige moeite geven)
  4. Jan en heel de wereld (=iedereen)
  5. je hebt luxe paarden en werkpaarden (=niet iedereen heeft dezelfde positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander)
  6. je hebt luxe paarden en werkpaarden. (=je hebt rijke en arme mensen)
  7. je het apelazarus werken (=heel hard werken)
  8. je huiswerk maken (=de liefde bedrijven)
  9. je kunt wel alleen eten, maar niet alleen werken. (=men moet goed voor het personeel zijn.)
  10. je schaduw vooruit werpen (=zich onheilspellend aankondigen)
  11. je uit de naad werken (=veel werken, zijn uiterste best doen)
  12. je volle gewicht in de strijd werpen (=zich er volledig voor inzetten)
  13. je weren als een kat in de krullen (=je fel verweren)
  14. krom jezelf als je door de wereld wilt komen (=je moet er wat voor over hebben om iets te bereiken)
  15. leven in de brouwerij brengen (=waar het rustig is activiteit, vrolijkheid of drukte inbrengen)
  16. loon naar werken krijgen (=loon krijgen dat in overeenstemming is met het gedane werk)
  17. met de beste wil van de wereld (=hoe graag ik het ook wil, het zal niet lukken)
  18. met kunst- en vliegwerk (=niet volgens de normale gang van zaken)
  19. met tijd en stond, gaat men de wereld rond. (=er is een juiste tijd is voor alles en sommige dingen hebben tijd nodig)
  20. nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte methode of middelen uitgevoerd werk)
  21. ondank is `s werelds loon (=men wordt zelden bedankt voor een goede daad)
  22. op de markt werpen (=overal aanbieden)
  23. op de wereld schijten (=overal maling aan hebben)
  24. op je lauweren rusten (=niets doen en genieten van de vrije tijd)
  25. oude schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft (=het onzekere voor het zekere nemen)
  26. overboord werpen (=niet langer gebruiken, ervan afzien)
  27. parels/paarlen voor de zwijnen werpen (=het goede verspillen aan hen die het niet verdienen/waarderen)
  28. peper in je achterwerk hebben (=een hoog tempo hebben)
  29. rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen (=geld of moeite verspillen aan iets nutteloos)
  30. ruim zijn aandeel in `s werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben)
  31. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  32. tot over je oren in het werk zitten (=heel veel werk hebben)
  33. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  34. vloeken als een bootwerker/kartouw/ketellapper/ketter (=onbeheerst vloeken)
  35. vlugge eters zijn vlugge werkers. (=wie snel kan eten, kan ook snel werken.)
  36. voor de schenen/voeten werpen (=ermee confronteren)
  37. voor geen geld ter wereld (=niet bereid zijn tot iets, hoeveel er ook voor geboden wordt)
  38. werelds goed is eb en vloed (=aardse goederen komen en gaan)
  39. werk aan de winkel zijn (=veel werk te verzetten zijn)
  40. werk van iemand maken (=veel zorg aan iemand besteden)
  41. werken als een molenpaard (=hard werken)
  42. werken als een paard (=zeer hard werken)
  43. werken als een paard. (=hard werken)
  44. werken als een rode lap op een stier (=onmiddellijk erg kwaad maken)
  45. werken zolang het dag is (=werken zo lang iemand kan)
  46. wie in een boomgaard werkt mag er uit eten / van de druiven eten. (=voordeel halen uit je werk.)
  47. wie niet werkt zal niet eten (=wie niet werkt verdient de kost niet)
  48. wie plast tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk (=een wandaad met verstrekkende gevolgen)
  49. wie werkt als een paard zal haver eten. (=hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen)
  50. woorden zijn dwergen, daden zijn bergen (=woorden doen weinig, daden maken het verschil)

241 betekenissen bevatten `wer`

  1. een wigge drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
  2. magnum opus (=een zeer groot werk)
  3. een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
  4. er op zitten zweten (=er moeizaam of langdurig aan werken)
  5. een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
  6. het zit in de pijplijn (=er wordt aan gewerkt)
  7. er de hand in gehad hebben (=eraan meegewerkt hebben, met raad of daad)
  8. arbeiden als een galeislaaf (=erg hard werken)
  9. titanenarbeid verrichten (=erg zwaar werk doen)
  10. schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
  11. het ervan nemen (=ervan genieten - niet werken)
  12. de hand aan de ploeg slaan (=flink aan het werk gaan)
  13. geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
  14. leven als een oester (=geheel van de wereld afgezonderd leven)
  15. geld verzoet de arbeid (=geld dat je krijgt maakt het harde vervelende werk weer goed)
  16. het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden)
  17. zuur verdiende centen. (=geld waarvoor hard is gewerkt.)
  18. in goede dorpen zijn/geraken (=genoeg verdiend hebben om niet meer te hoeven werken)
  19. zo komt het luie zweet eruit (=gezegd van iemand die hard werkt)
  20. handen aan het lijf hebben (=goed kunnen werken)
  21. geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de Tweede wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
  22. aardewerk is geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  23. poot-aan spelen (=hard doorwerken (om op tijd te zijn))
  24. werken als een paard. (=hard werken)
  25. werken als een molenpaard (=hard werken)
  26. wie werkt als een paard zal haver eten. (=hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen)
  27. je het apelazarus werken (=heel hard werken)
  28. tot over je oren in het werk zitten (=heel veel werk hebben)
  29. de laatste loodjes wegen het zwaarst (=het afwerken is vaak het lastigst)
  30. de rijpste pruimen zijn geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
  31. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  32. met onwillige honden is het slecht hazen vangen (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen)
  33. de een scheert schapen, de ander varkens (=het is ongelijk verdeeld in de wereld)
  34. over de tong gaan (=het onderwerp van gesprek zijn)
  35. fiat justitia et pereat mundus (=het recht moet zegevieren ook al vergaat de wereld)
  36. corpus delicti (=het voorwerp van de misdaad)
  37. de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
  38. de meitak op een werk zetten (=het werk afmaken)
  39. al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
  40. het oog van de meester maakt het paard vet (=het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt)
  41. klaar is kees (=het werk is klaar)
  42. het einde kroont het werk (=het werk is pas goed gedaan als het klaar is)
  43. de kroon op het werk zetten (=het werk prachtig voltooien)
  44. er voor opdraaien (=het werk van een ander doen)
  45. in de krop steken (=hinderen , onverwerkt zijn)
  46. er een handje van hebben (=hinderlijke gewoonte, als iemand de kans ergens toe ziet die ook nemen, een ander het werk laten doen)
  47. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  48. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  49. ieder moet zijn eigen kruis dragen (=ieder moet zijn eigen tegenslagen verwerken)
  50. iedere heilige komt zijn kaarsje toe (=iedere medewerker moet delen in de eer)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen