Spreekwoorden met `uw`

Zoek


178 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `uw`

  1. een oude zwaluw weet haar nest. (=oude mensen hebben veel levenservaring.)
  2. een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet tegen te houwen. (=niet tot iets anders te bewegen)
  3. een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
  4. een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw (=in de volksmond: De beste beloning voor een 19e eeuws schoolkind)
  5. een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
  6. een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. (=de invloed van een vrouw is zeer sterk)
  7. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  8. één zwaluw maakt nog geen zomer (=één positieve gebeurtenis betekent niet dat alle problemen opgelost zijn.)
  9. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  10. er een vouwtje bij leggen (=niet meer over spreken)
  11. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  12. er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
  13. er kan nog een kabeljauw onderdoor (=er is ruimte genoeg (brug, speling))
  14. er niet mee getrouwd zijn (=er niet aan vastzitten, er niet toe verplicht zijn)
  15. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  16. gauw aangebrand zijn (=gauw geïrrteerd zijn)
  17. gauw is dood en langzaam leeft nog. (=iets te snel doen is niet goed)
  18. gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
  19. gauw op het paard zitten. (=snel driftig worden)
  20. geen licht zonder schaduw (=tussen al het goeie zit altijd ook wel iets minder goeds)
  21. geen nieuws is goed nieuws (=zolang het goed gaat met iemand is het lang niet zo sensationeel als dat het slecht gaat met iemand)
  22. geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegrijpelijk)
  23. gegeven brokken zijn gauw gegeten. (=weldadigheid gaat meestal niet ver.)
  24. getrouwd zijn over de puthaak (=onwettig samenwonen)
  25. gezien worden als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
  26. het bier is niet voor de ganzen gebrouwen. (=niet iets verspillen aan degenen die het niet waarderen)
  27. het hebben over blauwe aardappelen en blauwe sokken (=zonder het aanvankelijk beseft te hebben over verschillende zaken spreken)
  28. het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
  29. het is een hopje in een brouwketel (=het is zo goed als niets)
  30. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  31. het leeuwendeel van iets krijgen (=het grootste aandeel van iets krijgen)
  32. het levenslicht aanschouwen/zien (=geboren worden)
  33. het op de zenuwen hebben (=zenuwachtig zijn)
  34. het touw wat vieren (=het iets minder streng aanpakken)
  35. het wiel opnieuw uitvinden (=dubbel werk doen)
  36. honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, smaakt alles)
  37. hou en trouw (beloven) (=elkaar overal (zullen) helpen)
  38. huizen op iemand kunnen bouwen (=sterk op iemand kunnen vertrouwen)
  39. iemand aan het touw hebben (=over iemand de macht hebben)
  40. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  41. iemand iets op de mouw spelden (=iemand iets wijsmaken)
  42. iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft)
  43. iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
  44. iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
  45. iets blauw blauw laten (=iets maar laten voor wat het is, er niet meer over praten)
  46. iets in het getouw zetten (=iets voorbereiden)
  47. iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
  48. iets op touw zetten (=iets organiseren)
  49. iets uit zijn mouw schudden (=zonder moeite met iets komen)
  50. in de luwte vallen (=op minder luide toon verder praten)

183 betekenissen bevatten `uw`

  1. een meid en een aardappel kies je zelf (=een vrouw kun je niet door iemand anders laten uitkiezen)
  2. teken aan de wand (=een waarschuwing dat er iets gaat gebeuren)
  3. een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
  4. gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
  5. iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
  6. uit de grond stampen (=erg snel iets opbouwen)
  7. je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
  8. `m knijpen (=erg zenuwachtig zijn)
  9. met knikkende knieën (=erg zenuwachtig zijn voor iets)
  10. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  11. de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
  12. een vaantje strijken (=flauw vallen, sterven, het opgeven)
  13. in de patatten vallen (=flauwvallen)
  14. van zijn stokje gaan (=flauwvallen)
  15. gauw aangebrand zijn (=gauw geïrrteerd zijn)
  16. slot noch zin (=geen touw aan vast te knopen)
  17. totus tuus (=geheel de uwe)
  18. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat liever niet wil trouwen)
  19. een keel opzetten (=hard schreeuwen)
  20. schreeuwen of men levend gevild wordt (=heel hard schreeuwen)
  21. op de letter (=heel nauwkeurig uitgesproken)
  22. iemand uit de loog borstelen (=hem nieuwe kleren geven)
  23. hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevertrouwen)
  24. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
  25. iets staat op losse schroeven (=het is onzeker, er valt niet op te bouwen)
  26. vrij buurmans` kind, dan weet je wat je vindt. (=het is verstandig om vast te houden aan wat bekend en vertrouwd is)
  27. niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
  28. het mijn en het dijn (=het mijne en het uwe)
  29. het zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
  30. de engeltjes schudden hun bed op / kussens uit (=het sneeuwt)
  31. de engeltjes schudden hun kussens uit (=het sneeuwt)
  32. de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
  33. met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
  34. in de echt verbinden (=huwen, trouwen)
  35. men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw)
  36. iemand achter de broek/veren/vodden zitten (=iemand aansporen/opjagen / nauwlettend volgen)
  37. met iemand te diep in zee gaan (=iemand al te ver vertrouwen)
  38. hoogmoed komt voor de val (=iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende)
  39. die haalt de nieuwe aardappelen niet (=iemand die gauw zal gaan sterven)
  40. zo zeker als de bank (=iemand die in alles te vertrouwen is)
  41. een jantje-secuur (=iemand die uiterst nauwgezet werkt)
  42. iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
  43. het op iemand niet begrepen hebben (=iemand niet vertrouwen)
  44. iemands geduld uitputten (=iemand op de zenuwen werken)
  45. iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan)
  46. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  47. geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand zijn. (=iemands vertrouwen schaden is het gemeenste wat je kunt doen)
  48. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  49. iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
  50. iets onder de loep nemen (=iets nauwkeurig onderzoeken)

50 dialectgezegden bevatten `uw`

  1. Een peir tegen uwen appel (=Een klets tegen uw hoofd) (Essens)
  2. een slag op uw kop (=een toarte op uie kop) (Zingems)
  3. Een tomat, as gerop zit es ze plat. En as ge rechstoot, angt z' oan a gat (=een tomaat, ga je erop zitten wordt ze plat. en als je opstaat, is uw achterwerk vuil) (Overijses)
  4. een vjelle op a oeg (=boks op uw oog) (Overijses)
  5. een zweer in uw zak (=veel geld in uw zak) (Antwerps)
  6. Eft aa bakkes joeng (=Hou uw mond man) (duffels)
  7. eit oaw telluur oet (=eet uw bord uit) (Neerpelts)
  8. En dad in aa kas! (=Boontje komt om zijn loontje (letterlijk `en dat in uw kast`)) (Vilvoords)
  9. étj da ge schuun wedj (=eet uw goesting) (Herns (Herne, VL-B))
  10. euw veugelmuite stoat oope (=uw broek staat open) (Gents)
  11. g'eet er koek'n op (=doe uw best) (Oudenhoofs)
  12. Ge let oep euwe peirre joem (=Op uw vader lijken) (Mols)
  13. Ge meugd uw Skuppe Ofkusken (=ga weg) (Kortrijks)
  14. ge zi wok t skerpste mes nie uit t skof é gie (=uw inteligentiepeil voldoet niet aan de vereisten) (West-vlaams)
  15. ge zou van miseri in nen oent zin buzze bitn (=je zou van miserie uw haar op vreten) (Heuvellands)
  16. Ge zul d'oardeg uitspelen (=Het zal in uw nadeel zijn) (Bevers)
  17. get spuirrie inew ouwere (=je moet uw oren wassen) (Arendonks)
  18. Go nor uis, manneken, ou moedre ee siepers gebakken op de koolschuppe (=Ga naar huis jongen uw moeder heeft pannekoeken gebakken op de kolenschop) (Zottegems)
  19. Goa et woater in a kelder zeker (=uw broek is te kort) (Bornems)
  20. Haaft a tanne jom! (=Hou uw mond!) (Herentals)
  21. Haufda bakkes! (=Hou uw mond!) (Mechels (BE))
  22. Hefd oeven teut (=Hou uw mond) (Aarschots)
  23. Hej weleens een aldernaas posje smeer gehad (=Wilt u stoppen met uw storende gedrag) (Diems)
  24. het hangt niet aan uw been (=het zit niet in de weg) (Westels)
  25. Heuft aa bakkes (=Houd uw mond) (Sint-Katelijne-Waver)
  26. Hod aa bakkes (=Houd uw mond) (Sint-Katelijne-Waver)
  27. hoft ur bakkes (=hou uw mond) (Tiens)
  28. Ich how oech drek op oer geziech he! (=Zo meteen sla ik op uw gezicht.) (Horpmaal)
  29. iet krijn viuër a klokke (=iets krijgen voor uw Pasen) (Kaprijks)
  30. Ik geef een mot oep a bakkes (=Ik geef een slag op uw gezicht) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  31. ik zal is onder awe put heuffen (=ik zal eens onder uw achterste stampen) (Mols)
  32. In ou portemanee schieten (=In uw geldbuidel tasten) (Bevers)
  33. in ouwe nakse stoan (=in uw blootje staan) (Overpelts)
  34. ip u woaf of bille of timber (=op uw hoofd) (Kortrijks)
  35. jo frou hat mar ien skonk (=uw vrouw is slecht ter been) (Fries)
  36. k goa eu ne schup in eu iekels geeve (=ik ga u een schop in uw kloten geven hé) (Gents)
  37. kekt 'wok oew ogen uit! (=kijk uw ogen uit!) (Huijbergs)
  38. kiek nao zen eege (=bemoei u met uw eigen zaken) (Bilzers)
  39. Komde van Loeutnhulle, meschien? (=uw broeksluiting vooraan is open) (Aalters)
  40. kus mijn kluéten (=trek uw plan) (Hams)
  41. kzou ou ies een klets tegen au oere geve (=ik zou eens een klap tegen uw oren geven) (Temses)
  42. loêrd (gerokken oe) in oeren aege troog (=kijk in uw eigen bord / bemoei u met uw eigen zaken) (Stals)
  43. lut oer hoar mer hange (=laat uw haar maar hangen) (Heusdens)
  44. madde gai da wel? (=liggen deze werkzaamheden wel in het kader van uw bevoegdheden?) (Bredaas)
  45. maksis oep aauwe pheus zitte (=mag ik op uw rug zitten) (turnhouts)
  46. Mee uw kluedn noar de moane sloan. (=Een onmogelijke opdracht of betrachting.) (Evergems)
  47. meepesaand op uw linkerhoektaand (=zometeen op je linkerhoektand) (Tilburgs)
  48. mej ouj gat krinsjen (=met uw achterwerk draaien) (Herns (Herne, VL-B))
  49. mot tege aa oeére (=klets tegen uw oren) (Wiekevorsts)
  50. nan pata tegen a oeiren (=een slag tegen uw oren) (Nijlens)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen