60 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ist`
- op de vuist gaan (=knokken)
- oude kerken hebben duistere glazen. (=het zicht wordt minder als je ouder wordt)
- over smaak valt niet te twisten (=over verschil in smaak moet men geen ruzie maken)
- twist verkwist. (=je schiet niets op met ruzie maken)
- twisten om des keizers baard (=om kleinigheden ruzie maken)
- uit het vuistje (=uit de hand , zonder gebruik van mes en vork)
- voor de vuist weg (spreken) (=zonder voorbereiden iets moeten vertellen)
- wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
- wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen)
- zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
75 betekenissen bevatten `ist`
- met mist gaat de vorst in de kist (=na mist gaat het vaak dooien)
- mist heeft vorst in de kist. (=na mist gaat het vaak vriezen.)
- iets in de wind slaan (=naar een advies niet naar luisteren)
- iemand te woord staan (=naar iemand luisteren en uitleg geven)
- iemand gehoor geven (=naar iemand luisteren, gevolg geven aan zijn vraag)
- een roepende in de woestijn zijn (=niemand die naar je wil luisteren (bij raad/waarschuwingen))
- een kind om een boodschap sturen. (=niet de juiste persoon iets op laten lossen)
- horende doof zijn (=niet luisteren)
- iemands geluid niet horen (=niet naar iemand willen luisteren)
- geen complimenten maken met (=niet ontzien, beslist optreden)
- aan een goed kantoor zijn (=op de juiste plaats zijn)
- door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische manier bekijken)
- een lot uit de loterij trekken (=precies de juiste persoon of ding gevonden hebben wat er nodig was)
- een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- over de hoge schoenen lopen (=te ver gaan of niet realistisch zijn)
- heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))
- over heel veel schijven gaan (=veel hiërarchische of administratieve niveaus moeten zich ermee bemoeien)
- hoe later op de avond, hoe schoner volk. (=vriendelijke of juist schertsende verwelkoming van late bezoekers)
- het ene oor in en het andere weer uit. (=wel horen maar niet luisteren)
- wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
- wie niet horen wil, moet voelen (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
- wie naar zijn moeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)
- hoe geleerder, hoe verkeerder (=wie te geleerd is mist soms eenvoudig gezond verstand)
- geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
15 dialectgezegden bevatten `ist`
- tverstand komt nie voî de jaorn en aot er voîrn komt ist er mao nao (=je kunt maar het verstand gebruiken dat je hebt) (Kortemarks)
- vasthaawe wè ge hèt èn vatte wè ge krèège kunt, ist èlfde gebòd. (=de wereld is vol hebzucht.) (Tilburgs)
- Vir e peirt of e kind ist nie weirt dadde begint (=burenruzie maken omwille van huisdieren of kinderen is zinloos) (Lokers)
- vurdègget wit, ist zo wèèd. (=eer je er erg in hebt, is het zo ver.) (Tilburgs)
- vurvanie ist (=voor wanneer is het) (Heusdens)
- Wa ist derke (=Wat is er aan de hand meisje) (eindhovens)
- wa ist valt ave kelder in? (=tegen iemand die een boertje laat) (Ransts)
- waar ist barukkun? (=waar is de tafelonderzetter voor de soepketel?) (Sint-Niklaas)
- Waduur ist (=Hoe laat is het) (Herentals)
- waer ist groatje? (=waar is je vrouw?) (Flakkees)
- was ist (=wat is er) (Vechtdals)
- wei ist bè mig/og/heum/heur/heun (=hoe is het met mij / u / hem / haar / hun) (Heusdens)
- wor ist nô koers (=waar loop je nu naar toe?) (Sint-Niklaas)
- wor ist nô koers? (=tegen iemand die gehaast is zegt men) (Sint-Niklaas)
- wuk ist me gie! (=Wat is er met jouw) (Roeselaars)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen