Spreekwoorden met `ijgen`

Zoek


85 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ijgen`

  1. horen zien en zwijgen (=wel waarnemen, maar er verder niets van zeggen)
  2. iemand aan zijn angel krijgen (=iemand in zijn macht krijgen)
  3. iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)
  4. iemand klein krijgen (=iemand laten merken dat je hem aankunt, over iemand de baas zijn en diegene tot gehoorzaamheid dwingen)
  5. iets in de gaten krijgen (=iets ontdekken, iets zien)
  6. iets in de schoot geworpen krijgen (=iets verkrijgen zonder al te veel moeite er voor te doen)
  7. iets met de moedermelk binnenkrijgen (=iets leren in de eerste levensjaren)
  8. iets met de paplepel ingegoten krijgen (=iets van kinds af aan leren.)
  9. iets niet over zijn hart kunnen krijgen (=ergens niet toe kunnen komen of ergens op gesteld zijn)
  10. iets onder de knie hebben/krijgen (=iets kunnen of leren kunnen)
  11. iets/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar steken of zicht houden op de situatie)
  12. ik mag de tering krijgen (=er zeker van zijn)
  13. in het oog krijgen (=opmerken)
  14. je beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist worden)
  15. je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  16. je trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
  17. je verdiende loon krijgen (=krijgen wat hem toekomt (meestal iets slecht))
  18. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  19. kleur in je leven krijgen (=het leven wordt leuker)
  20. loon naar werken krijgen (=loon krijgen dat in overeenstemming is met het gedane werk)
  21. nee heb je, ja kun je krijgen (=je kunt het altijd proberen)
  22. niets kunnen binnenkrijgen (=niet kunnen eten)
  23. nul op het rekest krijgen (=zijn eis niet ingewilligd krijgen)
  24. onder de vijgenboom rusten (=in rust en welstand leven)
  25. op je baadje krijgen (=een pak slagen krijgen)
  26. op je dak krijgen (=iets onaangenaams krijgen)
  27. op je Pegasus stijgen (=een gedicht schrijven)
  28. paardenkeutels zijn geen vijgen (=uiterlijk kan bedriegen / laat je niks wijsmaken)
  29. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  30. vat op iemand krijgen (=iemand van iets kunnen overtuigen)
  31. vijgen na Pasen (=iets doen wat te laat komt)
  32. vijgenbladen zoeken (=nietige uitvluchten zoeken)
  33. zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)
  34. zwijgen en denken zal niemand krenken. (=denk na voor je iets zegt wat pijn kan doen)
  35. zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)

119 betekenissen bevatten `ijgen`

  1. er naar kunnen fluiten (=het niet krijgen)
  2. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
  3. de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
  4. iemand uit de tent lokken (=het voor elkaar krijgen dat iemand ergens een uitspraak over doet)
  5. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  6. het hooi op de gaffel krijgen (=het wel gedaan krijgen)
  7. het gelijk van de vismarkt hebben (=iemand die (altijd) probeert men een grote mond zijn gelijk te krijgen)
  8. ere wie ere toekomt (=iemand die de eer verdient moet die ook krijgen)
  9. wie het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen)
  10. iemand te paard helpen (=iemand een goede baan helpen krijgen)
  11. iemands handen zalven (=iemand iets geven in de hoop een gunst te verkrijgen)
  12. iemand aan zijn angel krijgen (=iemand in zijn macht krijgen)
  13. iemand de mond snoeren (=iemand verbieden iets te zeggen / tot zwijgen brengen)
  14. een Tantaluskwelling zijn (=iets erg graag willen maar het (net) niet kunnen verkrijgen)
  15. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  16. een koekje van eigen deeg (=iets geven (of krijgen) wat oorspronkelijk bedacht is door degene die het krijgt (of geeft))
  17. hebben is hebben maar krijgen is de kunst (=iets hebben is goed, maar iets bijkrijgen is beter)
  18. er lucht van krijgen (=iets in de gaten krijgen)
  19. een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
  20. er geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  21. iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
  22. op je dak krijgen (=iets onaangenaams krijgen)
  23. iets in zijn schild voeren (=iets van plan zijn, een geheim hebben, stilzwijgend een plan uitvoeren)
  24. iets in de schoot geworpen krijgen (=iets verkrijgen zonder al te veel moeite er voor te doen)
  25. met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
  26. ik zal je krakepitten (=ik zal je krijgen!)
  27. de pot op kunnen (=in geen geval krijgen)
  28. wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen)
  29. wie maaien wil moet zaaien (=je moet er iets voor doen om iets te verkrijgen)
  30. wat de mens zaait zal hij maaien (=je moet er iets voor doen, als je wat wil krijgen)
  31. aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wilt en fijn/leuk vindt)
  32. je verdiende loon krijgen (=krijgen wat hem toekomt (meestal iets slecht))
  33. de wind van voren krijgen (=kritiek krijgen, direct gezegd worden wat er mis is)
  34. je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
  35. loon naar werken krijgen (=loon krijgen dat in overeenstemming is met het gedane werk)
  36. armslag krijgen (=meer mogelijkheden krijgen)
  37. een streepje voor hebben (=meer mogen dan een ander, minder gauw straf krijgen)
  38. waar het warm is, is het goed vrijen. (=mensen uit een rijke familie kunnen makkelijker een partner krijgen)
  39. voor geld kun je de duivel doen dansen (=met geld kun je alles gedaan krijgen)
  40. in het gedrang komen (=met moeilijkheden te maken krijgen)
  41. een goed paard maakt nog geen goede ruiter. (=niet enkel de middelen tellen, ook de vaardigheid is belangrijk om resultaat te krijgen.)
  42. niet aan zijn trekken komen (=niet krijgen wat men wil)
  43. man en paard noemen (=niets verzwijgen)
  44. iets in de wacht slepen (=op oneerlijke manier verkrijgen, iets in bezit krijgen voor weinig geld)
  45. op een droogje zitten (=op visite zijn en niks te eten of drinken krijgen)
  46. ervan lusten (=op zijn kop krijgen)
  47. je sporen verdienen (=respect krijgen door goed werk te verrichten)
  48. het met iemand aan de stok hebben/krijgen (=ruzie met elkaar hebben/krijgen)
  49. met iemand in aanvaring komen (=ruzie of problemen met iemand krijgen)
  50. aan de haak slaan (=te pakken krijgen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen