Spreekwoorden met `die`

Zoek


114 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `die`

  1. geef een man een vis dan heeft hij die dag te eten (=je kunt iemand beter leren vissen dan heeft hij z`n leven lang vis te eten)
  2. geen haan die er naar kraait (=niemand zal het weten)
  3. geen haar op mijn hoofd die er aan denkt (=ik wil hiermee niet akkoord gaan)
  4. geen spreker die een zwijger verbetert. (=als je niets zegt zeg je niets verkeerds)
  5. geen water te diep zijn (=nergens bang voor zijn, alles durven)
  6. geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  7. het geluk vliegt; wie het vangt die heeft het. (=geluk kan zo maar komen en zo weer gaan)
  8. het is de toon die de muziek maakt (=het gaat om de manier waarop iets gezegd wordt)
  9. het is dief en diefjesmaat (=het is allemaal even erg)
  10. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
  11. het is een slechte muis die maar een hol heeft (=je doet er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
  12. het is een wijze man, die maat ramen kan. (=wijsheid komt van het vermogen om situaties te begrijpen en hoe daar op te reageren)
  13. het is kwaad stelen waar de waard een dief is. (=het is moeilijk om een bedrieger te bedriegen)
  14. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  15. het scheelt hem in zijn bovenverdieping (=hij is niet goed wijs)
  16. het water is veel te diep (=hij durft het niet aan)
  17. het zijn niet al ridders die sporen dragen (=je kunt niet alleen aan iemands uiterlijk afleiden of hij ergens geschikt voor is)
  18. het zijn niet allen jagers die op de hoorn blazen. (=schijn bedriegt, je kunt je in mensen vergissen)
  19. het zijn niet allen koks die lange messen dragen (=schijn bedriegt, je kunt je in mensen vergissen)
  20. het zijn niet allen monniken die kappen dragen (=schijn bedriegt, je kunt je in mensen vergissen)
  21. het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen (=wie in weelde leeft moet oppassen om niet op het slechte pad te raken)
  22. het zout in de pap verdienen (=heel weinig verdienen)
  23. hoer en tollenaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar (=hoe slecht je afkomst is, God houdt van je)
  24. hoeren en dieven, met geld zijn zij mijn gelieven (=met geld krijg je vrienden)
  25. iemand die behoorlijk kan uitpakken (=iemand die ongeremd zijn toorn kan uiten)
  26. iemand iets diets maken (=iemand iets wijs maken)
  27. iemand op zijn wenken bedienen (=iemand altijd en onmiddellijk geven waar hij om vraagt)
  28. iemand van repliek dienen (=iemand gevat antwoorden)
  29. in diskrediet brengen (=de goede naam aantasten)
  30. in het diepe gegooid worden (=in een baan aan het werk moeten zonder ingewerkt te worden)
  31. je hemel op aarde verdienen (=een goed en eerlijk leven leiden)
  32. je sporen verdienen (=respect krijgen door goed werk te verrichten)
  33. je verdiende loon krijgen (=krijgen wat hem toekomt (meestal iets slecht))
  34. katjes die muizen miauwen niet (=tijdens het eten wordt er veel minder gesproken)
  35. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  36. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  37. komen als een dief in de nacht (=onverwacht komen)
  38. lachen als een boer die een hoefijzer vindt (=tevreden lachen)
  39. lopen als een kip die haar ei niet kwijt kan (=onrustig heen en weer lopen)
  40. magerman is in die keuken kok (=het is er armoe troef)
  41. meisjes die bloemen dragen, mag je kussen zonder te vragen (=een aanmoediging om meisjes met bloemen te kussen)
  42. met iemand te diep in zee gaan (=iemand al te ver vertrouwen)
  43. niet het zout op zijn patatten verdienen (=een klein inkomen hebben)
  44. op díe fiets (=op die manier)
  45. pluk de dag (Carpe diem) (=geniet van vandaag)
  46. roei met de riemen die je hebt (=je moet werken met de middelen die men heeft)
  47. roeien met de riemen die je hebt (=je moet het doen met de middelen die je hebt.)
  48. stille waters/wateren hebben diepe gronden (=zij die weinig zeggen hebben vaak het onvoorspelbaarste karakter)
  49. te diep in het glaasje kijken (=te veel alcohol drinken en daardoor erg dronken zijn)
  50. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)

282 betekenissen bevatten `die`

  1. als proefkonijn dienen (=dienen voor een of ander experiment)
  2. in het lijntje lopen (=dienstbaar zijn)
  3. een kattenrug maken (=diep buigend groeten)
  4. een harde noot kraken (=dingen bespreken die moeilijk liggen, een moeilijk karwei doen)
  5. platgetreden paden/wegen (=dingen die anderen al eerder gedaan hebben)
  6. moet is een bitter kruid. (=dingen die men moet doen kunnen onaangenaam of vervelend zijn.)
  7. niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kunnen begrijpen)
  8. van die boer, geen eieren (=dit is een oplossing die men niet wenst)
  9. je uit de markt prijzen (=door eigen toedoen laten anderen diegene links liggen)
  10. dun van leer en dik van smeer (=dunne boterham die dik gesmeerd is)
  11. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  12. boeren en varkens worden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellicht geen reden toe)
  13. een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  14. een wolf in de schaapskooi. (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  15. een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  16. een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  17. de kunst gaat om brood (=een kunstenaar verdient moeizaam z`n brood)
  18. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  19. een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  20. als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
  21. mosterd na de maaltijd (=een oplossing die te laat komt)
  22. brave hendrik (=een persoon die op overdreven wijze de regeltjes volgt)
  23. een rots in de branding (=een persoon waarop je kunt vertrouwen en die je steunt.)
  24. een appeltje voor de dorst (=een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen)
  25. een hazenslaapje (=een slaap, die zo licht is, dat men bij `t minste geluid wakker wordt)
  26. ten hemel schreiend (=een toestand die zo erg is dat er eigenlijk direct iets aan gedaan zou moeten worden)
  27. een paardenmiddel (=een uiterste remedie)
  28. waarheid met de slag om de arm (=een waarheid die vele facetten kent)
  29. de kost gaat voor de baat uit (=eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan)
  30. een baas boven baas zijn (=er is altijd wel iemand die het beter kan of het beter denkt te kunnen)
  31. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
  32. de room is er af. (=er is weinig meer aan te verdienen)
  33. van een kale kip kun je niet plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
  34. je kunt van een kale kikker geen veren plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
  35. er zijn kapers op de kust (=er zijn er die willen meeprofiteren)
  36. geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen)
  37. je op glad ijs wagen/begeven (=ergens over gaan praten waar die weinig van af weet)
  38. iets uit de eerste hand hebben (=ergens zelf bij zijn geweest of hebben gehoord van iemand die het zelf heeft meegemaakt)
  39. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  40. zo dood als een pier (=geheel en al dood, als een aardworm die slap aan de hengel hangt)
  41. aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
  42. gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/krijgen een gelijke behandeling)
  43. in goede dorpen zijn/geraken (=genoeg verdiend hebben om niet meer te hoeven werken)
  44. zo glad als een aal (=geslepen, uitgekookt, iemand die zich overal uitpraat)
  45. arbeid is voor de dommen. (=gezegd als je liever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
  46. zo komt het luie zweet eruit (=gezegd van iemand die hard werkt)
  47. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  48. de maan komt al door de bomen/wolken (=gezegd van iemand die kaal begint te worden)
  49. een holle darm. (=gezegd van iemand die veel eet)
  50. een tong als een scheermes (=gezegd van iemand die venijnig uithaalt met woorden)

50 dialectgezegden bevatten `die`

  1. 't is 'nen broekschijter, nen labbekakker (=iemand die schrik heeft) (Sint-Niklaas)
  2. 't is 't wuuf die 't uus rechtoedt (=een goede vrouw is goud waard) (Veurns)
  3. 't is all niet dat oar snien, 't is all die kruljes legn (=als je aan iets begint, moet je het ook kunnen afwerken) (West-Vlaams)
  4. 't Is allemaa koek iênen diêg (=die zijn beste maatjes) (Sint-Katelijne-Waver)
  5. 't is d'handave die nie deugt (=onhandig iemand) (Veurns)
  6. 't is doar gien vetpot (=die hebben het niet breed) (Westerkwartiers)
  7. 't is duuveltjeskaarmis, tis kaarmis in d'hel (=zon die schijnt bij regen) (Antwerps)
  8. 't is e goe menojewuuf (j van Jules) (=die vrouw is goed in het huishouden) (Veurns)
  9. 't is eeën vor 'n ossebilk (=die geraakt niet getrouwd) (Veurns)
  10. 't is een negenurenlijk (=lijkdienst die om negen uur plaatsvindt) (Sint-Niklaas)
  11. 't is etwod die gapt en nie e biet (='t is weer niets waard) (Veurns)
  12. 't is gien gek die 't veurdut, moar die 't noadut (=degene die iets nadoet is niet goed bezig) (Westerkwartiers)
  13. 't is gruun aat / 't is zwèt tusse die twieë (=Ruzie tussen twee personen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  14. 't is iets in zijn kele geschodn (=iemand die zich verslikt) (Kaprijks)
  15. 't is koek en ei tuss'n die beid'nt (=die passen exact bij elkaar) (Westerkwartiers)
  16. 't is mo de rook die deur de kave got en 't ligt nog e zak op (=gierig huishouden) (Veurns)
  17. 't is ne keirkuil, ne piljeirenbijter (=iemand die veel naar de kerk gaat) (Sint-Niklaas)
  18. 't Is ne Racinger (=die kent niks van voetbal) (Mechels (BE))
  19. 't is ne sjoefeljeir (=iemand die niets anders doet dan iets kopen en het terug verkopen) (Sint-Niklaas)
  20. 't is ne zeverjeir (=iemand die flauwe praat vertelt) (Sint-Niklaas)
  21. 't is roei'n met de riem'n die je hemm'n (=je moet roeien met de riemen die je hebt) (Westerkwartiers)
  22. 't ist 't bakche vul (=een plaats die vol is) (Iepers)
  23. 't kom nie door z'un melkgebitje (=Een oud iemand die is overleden) (Westlands)
  24. 't lacht en tsie nie (=iemand die om het minste lacht) (Sint-Niklaas)
  25. 't Laeve det wae te kort vinje bestuit meistal oet daag diej wae te langk vinje! (=Het leven dat wij te kort vinden bestaat grotendeels uit dagen die wij te lang vinden!) (Kinroois)
  26. 't lopt over te veul schiev'm (=er zijn te veel personen die er over gaan) (Westerkwartiers)
  27. 't löt vaalt ok altied op Jonas (=altijd dezelfden die de pineut zijn) (Westerkwartiers)
  28. 't Speelt oal gjèn rolle zei de boerinne, en ze ging ip eur zwin nao de kerke (=die persoon trekt het zich niet aan / Ik trek het mij niet aan wat de mensen ervan denken) (Roeselaars)
  29. 't zal nen blijvere zijn (=van iemand die een vast lief heeft) (Zottegems)
  30. 't zien meeër mensjchn die missn of enn die pisn (=iedereen vergist zich wel eens) (Veurns)
  31. 't zien nog katjes die melk meugn (=Er zijn nog anderen op belust) (Veurns)
  32. 't zuur emmen (=zijn maag die oprispt) (Meers)
  33. 't zwieët van zij kliuëdn ljuëp lans zijn viuëriuëft omiuë (=iemand die enorm zweet na een inspanning) (Kaprijks)
  34. ‘k En zou da wijf nog nie willen poepen mee nen dorme van 7 meter (=Ik vind die vrouw afstotelijk) (Brakels)
  35. ‘k zie ‘t kleur van a onderbroek (=tegen iemand die geeuwt) (Kaprijks)
  36. ‘n äöze peter (=iemand die zwoegt) (Achterhoeks)
  37. ‘tsa wa zwoaën os ge tuis komt (=voor iemand die te laat naar huis gaat) (Kaprijks)
  38. ’t és e vies oeër (=iemand die snel boos is, hij is vlug op zijn tenen getrapt) (Meers)
  39. (Rotterdamse haventaal) een (olie) inspecteur/controleur die een tank controleert op het leeg zijn (=tank leeg kijken) (Rotterdams)
  40. ' n leugenoar moet ' n best geheug' n hemm' n (=iemand die veel liegt moet goed kunnen onthouden) (Westerkwartiers)
  41. ' t Ergste waat dich kan euverkómme is te haoje van emes dae van einen angere hiltj! (=Het ergste wat je kan overkomen is te houden van iemand die van een andere houdt.) (Kinroois)
  42. ' t is liek een ontjn die aht' r eur hat lopt (=die jongen is niet van dat meisje weg te slaan) (Izegems)
  43. ' t plat is er af (=gezegd van een baby die enkele maanden oud is) (Leefdaals)
  44. ' t zien goe' geeëstn die keeërn: gezegd als welkomstgroet als iemand na enige tijd terugkeert naar de plek van de spreker. (='t Zijn goede geesten die keren) (Klemskerks)
  45. a ee een goat in zijn and (=iemand die zijn geld verspilt) (Gents)
  46. a eighet werm water uitgevonne (=iemand die niet erg snugger is) (Bornems)
  47. a es plasje zot (=iemand die volledig gek is) (Meers)
  48. a es zjang van Brissel (=iemand die meeval heeft) (Ninoofs)
  49. a ge bouven zij bellen he (=tegen iemand die in zijn neus aan t' peuteren is) (Ransts)
  50. A-j jokte em-m moei-j kraben (=Wie jeuk heeft die moet krabben /) (Giethoorns)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen