Spreekwoorden met `OD`

Zoek


189 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `OD`

  1. doOD en verderf zaaien (=grote schade of vernietiging veroorzaken.)
  2. doOD gaan we allemaal. (=gezegd als je iets ongezonds doet)
  3. droog broOD eten (=zuinig moeten zijn, financieel slecht gaan)
  4. duizend dODen sterven (=enorme angsten uitstaan)
  5. een (mODder)figuur slaan (=een belachelijke of domme indruk maken)
  6. een bODem in de markt leggen (=een minimumprijs vastleggen)
  7. een bODemloos vat zijn (=altijd te weinig van iets zijn of opraken)
  8. een bODemloze put (=dat kost ontzettend veel geld)
  9. een broODje aap (=een verzonnen verhaal dat als waarheid wordt verspreid.)
  10. een doOD kind met een lam handje (=iets dat totaal waardeloos is)
  11. een doOD paard aan een boom binden (=overdreven voorzichtig zijn)
  12. een doODgeboren kindje (=waardeloos, zonder toekomst)
  13. een doODshemd heeft geen zakken. (=je hebt niets aan je geld als je dood bent)
  14. een goed verstaander heeft maar een half woord nODig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  15. een handwerk heeft een gouden bODem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  16. een harde knoest heeft een scherpe bijl nODig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  17. een kind om een boODschap sturen. (=niet de juiste persoon iets op laten lossen)
  18. een kruimeltje is ook broOD (=wees gelukkig met wat je hebt)
  19. een lODen pijp hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdrinken)
  20. een loODje in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren)
  21. een nagel aan iemands doODkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  22. een profeet die broOD eet (=iemand die waardeloze voorspellingen doet)
  23. er de doOD in de pot zijn (=niets te beleven zijn)
  24. er een broertje aan doOD hebben (=er een hekel aan hebben)
  25. er een loODje op leggen (=er iets aan toevoegen)
  26. er geen broOD in zien (=niet denken dat iets kan werken)
  27. er gezODen en gebraden liggen. (=ergens heel vaak zijn)
  28. er komt moord en doODslag van (=het komt tot grote problemen)
  29. er uitzien als de doOD van Ieper (=er slecht uitzien)
  30. ergens met loOD in de schoenen naar toe gaan (=er verschrikkelijk tegen opzien)
  31. eruit zien als de doOD van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
  32. gauw is doOD en langzaam leeft nog. (=iets te snel doen is niet goed)
  33. geef, zODat je gevende blijft (=geef niet meer dan dat je kunt missen.)
  34. geen boODschap aan iets hebben (=er zich niets van aantrekken)
  35. geen zODen aan de dijk brengen/zetten (=niets bijdragen tot)
  36. genadebroOD eten (=door anderen onderhouden worden)
  37. gOD noch gebOD vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  38. goederen in de dODe hand (=goederen die niet vererven)
  39. handen in de schoot geeft geen broOD. (=als je niets doet verdien je ook niets)
  40. hardlopers zijn doODlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)
  41. het beste broOD ligt voor het venster. (=wat je ziet is niet per se wat je krijgt)
  42. het eet geen broOD (=het kost niets om het te bewaren, behoeft geen onderhoud)
  43. het grondsop is voor de gODdelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  44. het hooi is op en de koe is doOD. (=het is een hopeloze zaak)
  45. het is er als doOD katoen. (=het is er doodsaai)
  46. het is er de doOD in de pot. (=er is niemand.)
  47. het is goed sollen met een doOD paard. (=iemand die geen verzet biedt, is een makkelijk slachtoffer)
  48. het is loOD om oud ijzer (=het komt op hetzelfde neer)
  49. het is trekken aan een doOD paard (=het is een onbegonnen zaak)
  50. het loOD al in de bil hebben (=al gestraft zijn voor iets. (geschoten zijn met een loden kogel))

131 betekenissen bevatten `OD`

  1. iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doODverf is grondverf)[1])
  2. iemand de genadeslag geven (=iemand die al in grote moeilijkheden zit nog een probleem erbij geven zODat diegene het niet meer aan kan)
  3. iemand van kant maken (=iemand dODen)
  4. over de kling jagen (=iemand dODen)
  5. om hals brengen (=iemand dODen)
  6. met één voet in het graf staan (=iemand gaat bijna doOD)
  7. iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zODat niemand anders het hoort)
  8. over het paard tillen. (=iemand te veel prijzen, zODat hij verwaand wordt)
  9. iemand uit de brand helpen (=iemand uit de noOD helpen)
  10. een open deur intrappen (=iets doen wat niet nODig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
  11. tegen de maan blaffen (=iets doen wat totaal niet helpt / nODeloze bedreigingen uiten)
  12. er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zODat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  13. iets achter de hand hebben (=iets ter beschikking hebben voor wanneer het nODig mocht zijn (bv noOD))
  14. in iemands kraam te pas komen (=iets wat iemand nODig had)
  15. in zwang komen / raken (=iets wordt een mODeverschijnsel)
  16. in nomine dei (=in de naam van GOD)
  17. op het glazen bruggetje geweest zijn (=in doODsgevaar zijn geweest, op het nippertje ontsnappen)
  18. het water komt aan/tot de lippen (=in groot gevaar, in hoge noOD)
  19. een man zonder vrouw is als een paard zonder teugels. (=in het huwelijk hebben man en vrouw elkaar nODig)
  20. als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge noOD komt er vaak plotseling een oplossing)
  21. nood leert bidden (=in noOD leert men anderen om hulp vragen)
  22. een doodshemd heeft geen zakken. (=je hebt niets aan je geld als je doOD bent)
  23. een goed pad krom loopt niet om. (=je kunt beter geen onnODige veranderingen aanbrengen)
  24. het laatste hemd heeft geen zakken (=je kunt niets meenemen als je doOD gaat (laatste hemd = doODshemd))
  25. jesus nazarenus rex judaeorum (=jezus van Nazareth, koning der JODen)
  26. quod deus bene vertat (=laat GOD het ten goede keren)
  27. kijken als een schelvis (=lODderig, dom of onbetrouwbaar kijken)
  28. denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nODig)
  29. niet bij brood alleen leven (=men heeft meer nODig dan alleen eten om te kunnen leven)
  30. over de doden niets dan goeds (=men ziet kwaadspreken over overledenen als iets heel onbeleefd, er mag niet gespot worden met de doOD)
  31. goed beslagen (=met de nODige kennis en ervaring)
  32. mutatis mutandis (=met de nODige wijzigingen)
  33. aan gene zijde van het graf (=na de doOD)
  34. na regen komt zonneschijn (=na een periODe van tegenslag, komt er een betere tijd)
  35. avondrood, mooi weer aan boord (=na een rODe avondlucht volgt mooi weer)
  36. voor geen geld ter wereld (=niet bereid zijn tot iets, hoeveel er ook voor gebODen wordt)
  37. in geen kerk of kluis komen (=niet gODsdienstig zijn)
  38. heet van de naald (=nog heel nieuw (van een prODuct))
  39. nog nat(/ niet droog) achter de oren zijn (=nog uiterst onervaren zijn, zODat men er niet over mee kan praten)
  40. stank voor dank (=ondankbaarheid ervaren voor gebODen diensten.)
  41. nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte methODe of middelen uitgevoerd werk)
  42. over de balk gooien (=onnODig geld uitgeven voor zaken die niet nODig zijn)
  43. in het land der levenden (=op aarde, voor de doOD)
  44. een lot uit de loterij trekken (=precies de juiste persoon of ding gevonden hebben wat er nODig was)
  45. de een rokkent wat de ander spint (=rODdelen)
  46. van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rODe draad)
  47. gras gaat niet harder groeien als je eraan trekt (=sommige dingen hebben tijd nODig)
  48. van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rODe draad in een verhaal hebben)
  49. je laatste adem uitblazen (=sterven, doODgaan)
  50. te veel hooi op je vork nemen (=te veel werk aannemen, zODat je in moeilijkheden komt)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen