Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gras`

  1. bij de buren is het gras altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  2. buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  3. daar groeit het gras in de straten (=daar is het erg saai)
  4. de koe van de pastoor eet iedere dag mals gras (=wie trouw is aan machtige mensen, heeft een heerlijk leven)
  5. er geen gras over laten groeien (=onmiddellijk profiteren, uitvoeren)
  6. er schuilt een addertje onder het gras (=er is een verborgen risico in het spel)
  7. gras gaat niet harder groeien als je eraan trekt (=sommige dingen hebben tijd nodig)
  8. het gras in de knieën hebben (=lijden aan voorjaarsmoeheid)
  9. het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
  10. het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
  11. het gras voor de voeten wegmaaien (=de woorden uit de mond nemen - alle kansen ontnemen)
  12. iemand het gras voor de voeten wegmaaien (=iemand alle kansen ontnemen)
  13. luisteren naar groeien van het gras (=erg lui zijn)
  14. te hooi en te gras (=zonder enige regelmaat of plan)

Eén betekenis bevat `gras`

  1. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)

Het dialectenwoordenboek kent 25 spreekwoorden met `gras`

  1. Sint-Niklaas: 't gras afrijn (afdoen) (=het gras maaien)
  2. Overmeers: nen dots gas (=een hand gras)
  3. Eersels: Schaop erop! (=Dat gras mag wel eens gemaaid worden)
  4. Overmeers: 'n zoei gas (=een zode gras)
  5. Booms: 't gès is grien (=het gras is groen)
  6. Hulsters (NL): ut gos afdoen, afraijen (=het gras maaien)
  7. Twents: ik vroag oe tog ok nig of ne koo gras lus? (=ik vraag je toch ook niet of een koe gras lust ( iets onbenulligs vragen)
  8. Steins: 't graas aafdoon (=het gras maaien)
  9. Urkers: so ui so fui (=te hooi en te gras)
  10. Sint-Niklaas: der groei gras op zènnen buik (=hij is begraven)
  11. Munsterbilzen - Minsters: hae loet zich zene keis van tèsse zen snieë pikke (=de tuinier liet het gras van onder zijn voeten maaien)
  12. Westerkwartiers: doar zit 'n addertje onner 't gras (=daar is wat bij)
  13. Antwerps: dêr groeit gras op zaainen boajk (=hij is begraven)
  14. Bilzers: tgroës és griener on den iëverkant, mér daaj moeten der ook viël vür doen (=aan de overkant is het gras wel groener, maar...)
  15. Zwartebroeks: D'r staot mer een dun zwaoidje gres op 't laand (=Het gras staat niet hoog)
  16. Evergems: hij loapt doarmee n' slekkentrekre in 't ges (=hij prikt het papier van 't gras)
  17. Gronings: ain n swien ien t ies joagen (=iemand het gras voor de voeten wegmaaien)
  18. Izegems: 't hès van de zulle lwopn (hès=gras; zulle=drempel) (=(te) vaak bij iemand op bezoek gaan)
  19. West-Vlaams: je lat der gin gras over groein (=je wacht er niet mee)
  20. Bilzers: Aste onder de pinnekesdroëd dürkrups, moeste oplette vür de stroom en de pinnekes (=het gras aan de overkant is altijd groener)
  21. Oudenbosch: ze laote d r gin gras over de patjes groeie (=dat is niet aan dovemansoren gezegd)
  22. Oudenbosch: dur groeit gras op zunne buik (=op het kerkhof begraven liggen)
  23. Westerkwartiers: zij let d'r gien gras over groei'n (=zij pakt het meteen aan)
  24. Westerkwartiers: weert 't niet op 't hooi, dan weert 't wel op 't gras (=elk weertype is wel ergens goed voor)
  25. Oudenbosch: nie alle gras is ooigras (=niet alles is zo mooi als het lijkt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen