Spreekwoorden met `Lu`

Zoek


165 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Lu`

  1. een TantaLuskwelling zijn (=iets erg graag willen maar het (net) niet kunnen verkrijgen)
  2. een tipje van de sLuier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  3. een zwaLuw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  4. één zwaLuw maakt nog geen zomer (=één positieve gebeurtenis betekent niet dat alle problemen opgelost zijn.)
  5. er een hele kLuif aan hebben (=er een heel probleem aan hebben)
  6. er geen fLuit van begrijpen (=iets niet begrijpen)
  7. er is geen vuiltje aan de Lucht (=er is niets aan de hand)
  8. er loopt hem een Luis over de lever (=hij windt zich al over het minste op)
  9. er Lucht aan geven (=laten blijken)
  10. er Lucht van krijgen (=iets in de gaten krijgen)
  11. er naar kunnen fLuiten (=het niet krijgen)
  12. er wel pap van Lusten (=er niet genoeg van kunnen krijgen)
  13. er zit een Luchtje aan (=het is niet juist, het klopt niet helemaal)
  14. ervan Lusten (=op zijn kop krijgen)
  15. geen geLuk zonder druk. (=gelukkig wordt je niet zonder er moeite voor te doen)
  16. geen kou aan de Lucht (=geen gevaar)
  17. geen wolkje aan de Lucht (=niets aan de hand - alles is prima in orde)
  18. geld maakt niet geLukkig (=er is meer in het leven dan rijkdom)
  19. geLuk en glas breekt even ras. (=geluk is niet vanzelfsprekend)
  20. geLuk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen)
  21. het ei van CoLumbus (=de (slimme) oplossing)
  22. het ene ongeLuk kan niet op het andere wachten. (=ongeluk komt zelden alleen)
  23. het ene ongeLuk roept het ander. (=ongeluk komt zelden alleen)
  24. het geLuk komt in de slaap. (=geluk komt onverwachts)
  25. het geLuk ligt in een klein hoekje (=geluk komt onverwachts)
  26. het geLuk vliegt; wie het vangt die heeft het. (=geluk kan zo maar komen en zo weer gaan)
  27. het hieltje van de ham kLuiven (=zijn laatste geld opmaken)
  28. het onweer is niet van de Lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die telkens weer kwaad tekeer gaat)
  29. het sLuit als een bus (=de beredenering klopt)
  30. het zal daar kLuizen (=er zal hevige ruzie zijn)
  31. homo homini Lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf) (Latijn)
  32. hongerige Luizen bijten scherp (=met de arme mensen heeft men de meeste last)
  33. iemand bij de Lurven pakken (=iemand stevig vastpakken)
  34. iemand een Luis in de pels zetten (=iemand last bezorgen)
  35. iemand een pLuim op zijn hoed steken (=iemand complimenteren)
  36. iemand iets in het oor fLuisteren (=iemand iets zachtjes zeggen, heimelijk laten weten)
  37. iemand in de Luren leggen (=iemand bedriegen of misbruiken)
  38. iemand niet kunnen Luchten of zien (=een hekel aan iemand hebben)
  39. iemand van twaalf ambachten en dertien ongeLukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
  40. iemands geLuid niet horen (=niet naar iemand willen luisteren)
  41. iets voor Jan Lul doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
  42. in de Lucht hangen (=dreigen te gebeuren - onzeker zijn)
  43. in de Lucht laten vliegen (=laten ontploffen)
  44. in de Lucht zitten (=algemeen voorkomen)
  45. in de Luren leggen (=beetnemen)
  46. in de Luwte vallen (=op minder luide toon verder praten)
  47. in geen kerk of kLuis komen (=niet godsdienstig zijn)
  48. in het oor fLuisteren (=zachtjes (heimelijk) zeggen)
  49. je een ongeLuk lachen (=hetzelfde als `In een deuk liggen`, niet meer bijkomen van het lachen)
  50. je hart Luchten (=iemand over je problemen vertellen)

210 betekenissen bevatten `Lu`

  1. een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / Luid en dwingend spreken)
  2. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besLuit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  3. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongeLukken gebeuren)
  4. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te Luisteren en elkaar niet verstaan)
  5. met vallen en opstaan (leren) (=door misLukkingen leren)
  6. voorkomen is beter dan genezen (=door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongeLukken voorkomen)
  7. een kwade dronk hebben (=dronken zijn en slecht geLuimd)
  8. voor paal/schut staan (=een bLunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen))
  9. een pannetje lusten (=een borrel Lusten)
  10. een pak van het hart (=een grote opLuchting)
  11. het varkentje wassen (=een kLusje wel even doen)
  12. hoe eerder dood, hoe eerder begraven. (=een nare kLus beter niet uitstellen)
  13. belofte is een hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk geLukkig maken)
  14. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconcLusie toe)
  15. een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeLuk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  16. een hazenslaapje (=een slaap, die zo licht is, dat men bij `t minste geLuid wakker wordt)
  17. donkere morgens mooie dagen. (=een slecht begin hoeft geen misLukking te zijn)
  18. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besLuit te nemen)
  19. de muren hebben oren (=er kan ongewenst worden meegeLuisterd door anderen)
  20. het hazenpad (ver)kiezen (=er vandoor gaan of vLuchten)
  21. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geLuisterd wordt)
  22. op iets dood blijven (=erg beLust op iets zijn (bv geld; gierig))
  23. in de wolken zijn (=erg blij en geLukkig zijn)
  24. huizenhoog springen (=erg geLukkig zijn)
  25. op rozen zitten (=erg geLukkig zijn en goed hebben)
  26. lopen als een kievit (=erg gemakkelijk en vLug lopen)
  27. om van te kotsen (=erg lelijk, absoLuut onplezierig)
  28. te lui om uit zijn ogen te zien (=erg Lui)
  29. luisteren naar groeien van het gras (=erg Lui zijn)
  30. varkensvlees onder de armen hebben (=erg Lui zijn)
  31. dat horen en zien je vergaat (=erg Luid)
  32. je handen dichtknijpen (=erg veel geLuk hebben)
  33. geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen Luisteren)
  34. van de kapittelstok likken (=ervan Lusten)
  35. in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), misLukken, niet doorgaan)
  36. de boon van de koek gekregen hebben (=geLuk gehad hebben)
  37. geluk en glas breekt even ras. (=geLuk is niet vanzelfsprekend)
  38. mooie liedjes duren niet lang (=geLuk is van korte duur)
  39. het geluk vliegt; wie het vangt die heeft het. (=geLuk kan zo maar komen en zo weer gaan)
  40. die het geluk vindt, die mag het oprapen. (=geLuk komt onverwachts)
  41. het geluk komt in de slaap. (=geLuk komt onverwachts)
  42. het geluk ligt in een klein hoekje (=geLuk komt onverwachts)
  43. men heeft het geluk zo vast als een handvol vliegen. (=geLuk komt onverwachts en kan zo weer gaan)
  44. geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=geLukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen)
  45. geen geluk zonder druk. (=geLukkig wordt je niet zonder er moeite voor te doen)
  46. ruim zijn aandeel in `s werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geLuk en tegenslagen gekend hebben)
  47. de oren scherpen (=goed Luisteren)
  48. de oren spitsen (=goed Luisteren)
  49. zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet (=handel voorzichtig, dan misLukt het niet)
  50. een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om het ongeLuk, de misLukking of de handicap van tegenstrevers.)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen