81 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Ert`
- mal moErtje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
- mensen vErtellen veel op een zomerse dag. (=verhalen kloppen niet altijd)
- met de nachtschuit vErtrekken (=er erg stilletjes vandoor gaan)
- met de noorderzon vErtrekken (=onaangekondigd vertrekken en niets meer van zich laten horen)
- met stille trom vErtrekken (=vertrekken zonder iemand het te laten weten)
- mettErtijd komt Hannes in het wammes (=met veel geduld lukt het wel)
- nood leErt bidden (=in nood leert men anderen om hulp vragen)
- op een papieren zoldErtje lopen (=grote risico`s nemen)
- op je elfendErtigst (=uiterst langzaam)
- op z`n dooie akkErtje (=op zijn gemak, heel rustig, heel langzaam)
- per couvErt (=onder omslag) (Latijn)
- quod deus bene vErtat (=laat God het ten goede keren) (Latijn)
- twaalf ambachten, dErtien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
- van de dErtig penningen niet gehad hebben (=niet al te slim zijn)
- van twaalf ambachten en dErtien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
- vErtrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
- vorderen als een luis op een teErton (=erg moeizaam opschieten)
- wanneer de boeren niet meer klagen, nadErt het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
- wat hansje niet leErt zal hans nooit weten (=je moet het eerst leren om het later te kunnen)
- wat het oog niet ziet, wat het hart niet deErt (=wat je niet ziet en niet weet heb je ook geen last)
- wat niet weet, wat niet deErt (=waar je geen weet van hebt kun je ook geen last hebben)
- wie aan de weg timmErt heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
- wie de pastoor niet eErt, wie zijn absolutie riskeErt (=om je ambitie te bereiken, moet je extra aardig zijn voor de hoge heren)
- wie het kleine niet eErt, is het grote niet weerd (=je moet waardering hebben voor het geringe)
- wie luistErt aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
- wie veel begeErt veel ontbeErt (=altijd meer willen maakt ongelukkig)
- wie zijn naasten te schande maakt, onteErt zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
- wilde beren vErtoeven graag bij soortgenoten (=soort zoekt soort)
- zijn schip voErt te grote zeilen (=te veel geld uit geven)
- zo de waard is vErtrouwt hij zijn gasten (=men ziet de anderen zoals men zichzelf ziet)
- zo gaan er dErtien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
170 betekenissen bevatten `Ert`
- in de hand werken (=Ertoe bijdragen)
- onder zeil gaan (=gaan rusten of slapen, vErtrekken of weggaan)
- te biechte gaan (=gaan vErtellen (wat je eigenlijk niet mag vErtellen))
- aan elkaar hangen als droog zand (=geen enkele samenhang vErtonen)
- goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevErt)
- praten als Brugman (=gemakkelijk mensen kunnen ovErtuigen en vlot en boeiend kunnen vErtellen)
- wat baten kaars of bril, als de uil niet zien en wil. (=gezegd als een koppig iemand advies of hulp negeErt)
- het takje buigen als het nog jong is (=goede gewoonten leErt men het beste op jonge leeftijd aan)
- zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vErtellen)
- hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevErtrouwen)
- in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand ovErtreffen)
- wortelen doet `t gat bortelen. (=het eten van wortelen bevordErt de stoelgang.)
- het interesseert me geen drol (=het interesseErt me niets)
- het laat mij Siberisch koud (=het interesseErt me totaal niet)
- vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vErtrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
- wat de vos niet weet, weet de haas ook niet (=het is moeilijk iets te weten als het je nooit vErteld is)
- vrij buurmans` kind, dan weet je wat je vindt. (=het is verstandig om vast te houden aan wat bekend en vErtrouwd is)
- de wolf/vos ruilt wel van baard maar niet van aard (=het karakter van de mensen verandErt nooit)
- het mes snijdt aan twee kanten (=het levErt dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
- het dunnetjes overdoen (=het nog een keErtje op dezelfde manier herdoen)
- onze lieve heer is aan het kegelen (=het onweErt)
- de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vErtrouwde)
- het zal erom houden (=het zal op het nippErtje zijn)
- er is geen doen aan (=hij is niet te ovErtuigen, niets kan helpen)
- jong geleerd is oud gedaan (=hoe eerder men iets leErt, des te langer de vaardigheid zal blijven)
- tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkErtijd vrezen dat het mis gaat)
- tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkErtijd vrezen dat het mis gaat)
- wie een kluitje heeft, heeft er graag een turfje bij (=ieder probeErt zijn bezittingen te vermeerderen)
- met iemand te diep in zee gaan (=iemand al te ver vErtrouwen)
- het gelijk van de vismarkt hebben (=iemand die (altijd) probeErt men een grote mond zijn gelijk te krijgen)
- zo zeker als de bank (=iemand die in alles te vErtrouwen is)
- iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoErt)
- iemand iets aan de neus hangen (=iemand iets vErtellen wat die beter niet kan weten)
- het op iemand niet begrepen hebben (=iemand niet vErtrouwen)
- iemand een kool stoven (=iemand op een onprettige manier Ertussen nemen)
- je hart luchten (=iemand over je problemen vErtellen)
- iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te vErtrouwen is of het aan kan)
- vat op iemand krijgen (=iemand van iets kunnen ovErtuigen)
- iemand een veer op de hoed steken (=iemand vErtellen dat die z`n werk goed gedaan heeft)
- iemand uit de droom helpen (=iemand vErtellen hoe het écht in elkaar zit)
- zien eten doet eten. (=iemand zien eten bevordErt de eigen eetlust.)
- geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand zijn. (=iemands vErtrouwen schaden is het gemeenste wat je kunt doen)
- de steen des aanstoots (=iets dat anderen hindErt, in conflict brengt of verdeeldheid zaait)
- er geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek Ertussen te komen)
- haast en spoed is zelden goed (=iets te snel doen, resulteErt vaak in iets dat slecht gedaan is)
- iets op het hart hebben (=iets te vErtellen hebben)
- iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vErtellen)
- op de lange baan schuiven (=iets uitstellen of vErtragen.)
- uit de school klappen (=iets vErtellen wat men niet mag zeggen)
- met iets op de proppen komen (=iets vErtellen, ermee voor de dag komen)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen