4381 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `à`
- aan de slag gaan (=beginnen te werken, starten)
- aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
- aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
- aan de Turken overgeleverd zijn (=slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden)
- aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
- aan de vishaak bijten (=zich laten vangen, toehappen)
- aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
- aan de voorhand zijn/zitten (=voorrang hebben)
- aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
- aan de weg timmeren (=veel activiteiten ontplooien en daarmee naar buiten treden om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen)
- aan de zwabber zijn (=een onbezorgd leventje leiden)
- aan de zwier zijn (=uitgaan, drinken)
- aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
- aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
- aan een been knagen (=langdurig vergeefs bezig zijn)
- aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
- aan een dood paard trekken. (=je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
- aan een goed kantoor zijn (=op de juiste plaats zijn)
- aan een klein vogeltje past geen grote bek. (=kinderen moeten gehoorzamen)
- aan een oor doof zijn (=iets niet willen horen)
- aan een oud dak moet je veel herstellen (=verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
- aan een stuk door (=ononderbroken)
- aan een touw trekken (=eensgezind optreden)
- aan een touwtje hebben (=in zijn macht hebben)
- aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
- aan elkaar gewaagd zijn (=beiden vrijwel evenwaardig zijn)
- aan elkaar hangen als droog zand (=geen enkele samenhang vertonen)
- aan elkaar knopen (=gegevens samenvoegen)
- aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aal (=iedereen maakt wel eens een foutje)
- aan gene zijde van het graf (=na de dood)
- aan handen en voeten gebonden zijn (=geen kant op kunnen)
- aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
- aan het andere eind van de wereld (=heel ver weg)
- aan het eind van zijn akker zijn (=het geld is op)
- aan het eind van zijn Latijn zijn (=uitgeput zijn)
- aan het klokzeel hangen (=bekend maken)
- aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
- aan het laatje zitten (=bij de bron zitten / geld hebben)
- aan het langste eind trekken (=in de voordeligste positie zijn)
- aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
- aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
- aan het lijf schieten (=haastig aantrekken (kleding))
- aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
- aan het roer zitten/staan (=de leiding hebben)
- aan het verkeerde kantoor zijn (=iemand die je niet kan helpen)
- aan het verstand brengen (=duidelijk maken)
- aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
- aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
- aan iemands leiband (=door iemand geleid)
- aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
4419 betekenissen bevatten `à`
- bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
- plat op de buik gaan (=aan iemand toegeven, zich overleveren)
- het land aan iets hebben (=aan iets een hekel hebben)
- een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
- van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets)
- naar zijn hielen omzien (=aan vluchten denken)
- aan beurt komen (=aan werk geraken)
- ruw laten stikken (=aan zijn lot overlaten)
- in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
- op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
- aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
- het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
- aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
- het oor strelen (=aangenaam in de oren klinken)
- in het vat gieten (=aanleggen)
- de tongen losmaken (=aanleiding geven tot gepraat)
- voor lief nemen (=aanvaarden)
- in het eerst (=aanvankelijk)
- kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
- iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
- werelds goed is eb en vloed (=aardse goederen komen en gaan)
- je ziel en zaligheid verkopen (=absoluut alles opofferen)
- zo welkom als een hond in de keuken (=absoluut niet welkom)
- op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd willen zien)
- zo zeker als tweemaal twee vier is (=absoluut zeker)
- als de ganzen (=achter elkaar op een rijtje)
- achterna kakelen de kippen (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
- van achteren kijkt men de koe in zijn gat (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
- het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
- het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
- je leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)
- de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
- de zweep erop leggen (=afdrijven, opjagen)
- een zeperd halen (=afgaan)
- van God en alle mensen verlaten (=afgelegen; stil)
- een blauwe scheen lopen (=afgewezen worden)
- een korf krijgen (=afgewezen worden)
- een blauwtje lopen (=afgewezen worden (in de liefde))
- uit iemands hand eten. (=afhankelijk zijn.)
- op je tabbaard/tabberd zitten (=afranselen)
- de lenden smeren (=afrossen)
- je snor drukken (=afwezig blijven / zijn werk niet doen)
- onder water zijn (=afwezig zijn)
- verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandering positieve effecten kunnen hebben)
- met de vork schrijven (=afzetten, meer kosten rekenen dan werkelijk gemaakt)
- op jaren komen (=al een zekere leeftijd bereiken)
- al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
- het lood al in de bil hebben (=al gestraft zijn voor iets. (geschoten zijn met een loden kogel))
- voor heter vuren gestaan hebben (=al groter problemen gekend hebben)
- vragen kost geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
50 dialectgezegden bevatten `à`
- a droetj lek ne noan op de kerktoeren (=naar de mond praten) (Herns (Herne, VL-B))
- A é zaune leper afgeleit (=Hij is gestorven) (Ninoofs)
- a ee (=hij heeft) (Meers)
- a ee ballekes (=hij heeft ernaast gegrepen, hij heeft niets) (Meers)
- a ee bloër'n op zèn leppen van de kèusser'n (=hij heeft blazen op de lippen van de koorts) (Meers)
- a ee brauk (=hij staat in panne) (Meers)
- a ee doer niks te koetten (=hij heeft daar niets te zeggen) (Meers)
- a ee een goat in zijn and (=iemand die zijn geld verspilt) (Gents)
- a ee gi zittend gat (=hij is rusteloos) (Meers)
- a ee gieël wa beziengs (=hij heeft heel wat bekijks, hij krijgt heel veel aandacht) (Meers)
- a ee giën kauren, a es predde (=hij heeft geen geld) (Ninoofs)
- a ee ginne rotte kluit (=hij heef/bezit niets, hij is arm, haveloos) (Meers)
- A ee kwintn (=Hij is wispelturig) (Giesbaargs)
- A ee ma ne poeëter geschiljerd (=Hij heeft me wat geflikt!) (Ninoofs)
- a ee moor in zèn uëgen (=niet goed zien) (Meers)
- a ee ne langen eirem (=hij is invloedrijk) (Meers)
- a ee nen druëge lèver (=hij is dorstig) (Meers)
- a ee nog gi struë verleid (=hij heeft nog niets gedaan) (Meers)
- a ee sa getès (=hij heeft zijn bekomst) (Ninoofs)
- a ee sjau (=hij heeft het zitten) (Meers)
- a ee van d'n ouwemaun (=hij heeft rachitis of kalkziekte) (Meers)
- a èè van de riem (=hij heeft van de riem hij is bedrogen) (Meers)
- a ee veel aftrok (=hij heeft veel succes) (Meers)
- a ee veel pietn (=hij heeft veel geld) (Meers)
- a ee veel toepee (=hij heeft veel lef, hij snoeft veel) (Meers)
- a ee veel trok (=hij trekt veel vrouwen aan) (Meers)
- a ee veel wezen (=hij is opmerkzaam) (Meers)
- A ee woeëter in zanne keljer (=Zijn broek is te kort) (Ninoofs)
- a ee zèn eirten g'at (=hij heeft op zijn donder gekregen) (Meers)
- a ee zèn jongeren opgeetn (=lange baard, iemand met lange baard) (Meers)
- a ee zèn kerre gekieërt (=hij is van gedacht veranderd) (Meers)
- a ee zèn tong verloren (=hij zwijgt en geen antwoord geeft op een vraag) (Meers)
- a ee zèn uëgen ni op zè gat (=hij is opmerkzaam) (Meers)
- a ee zènne pere gezien (=hij heeft het moeilijk gehad) (Meers)
- a ee zjeer voetn (=hij heeft te veel gedronken) (ninoofs)
- a ee zjou (=hij heeft geen geluk) (Meers)
- A eed een bakkes veur aat op te kappen (=Hij is lelijk) (Ninoofs)
- a eed in zen roupen gesketen (=hij heeft afgedaan bij hem) (Trejjens)
- a een sjoufelet geven (=een slag geven met de vlakke hand) (Erps)
- a eentj (=hij heeft het) (Meers)
- a eentj in 't snùtjen (=hij heeft het door) (Meers)
- a eentj o zenne rekker (=hij heeft het zitten, hij is de sigaar) (Meers)
- a eesse mee (=hij is dronken) (Ninoofs)
- a eet 't spek on zènne meuln (=hij heeft het zitten) (Meers)
- a eet d'neef opgeeten (=hij heft iedereen tegen zich, hij wordt beschuldigd verantwoordelijk te zijn) (Meers)
- a eet d'neef opgeten (=hij is verantwoordelijk, hij wordt aangewezen als de schuldige) (Meers)
- a eet den afgank (=hij heeft diarree) (Herns (Herne, VL-B))
- a eet e gat in zèn and (=geld verkwisten, gemakkelijk geld uitgeven) (Meers)
- à eet e stik in zenen gillée, meulen (=hij is dronken) (Meers)
- a eet een vèis los (=hij is niet goed bij zijn verstand) (Meers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen