Spreekwoorden met `zu`

Zoek


51 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zu`

  1. als het geen broertje is dan is het een zusje. (=het is één of het ander)
  2. daar komt een schip met zure appels (=daar komt een stevige regenbui aan)
  3. dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
  4. dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  5. de bazuin steken (=de lof verkondigen)
  6. de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
  7. de druiven zijn zuur (zei de vos maar hij kon er niet bij) (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
  8. de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het licht komen)
  9. de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
  10. de oude zuurdesem (=het oude kwaad)
  11. de raven zullen het uitbrengen (=de waarheid komt hoe dan ook aan het licht)
  12. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  13. donderbuien zuiveren de lucht. (=een ruzie kan een hangende situatie oplossen)
  14. door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
  15. een vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
  16. een zuiver geweten is het beste oorkussen. (=als je eerlijk bent slaap je gerust)
  17. er een puntje aan kunnen zuigen (=er een goed voorbeeld aan kunnen nemen)
  18. geen zuivere koffie (=er is iets niet in orde)
  19. het is zusje en broertje (=het is zo ongeveer hetzelfde)
  20. het zuur hebben (=er een hekel aan hebben)
  21. ik geloof er in als een jood in Jezus Christus (=ik geloof er maar weinig in)
  22. in een vloek en een zucht (=in heel korte tijd , zonder moeite)
  23. in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  24. in zulke vijvers vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  25. je het apezuur zoeken (=eindeloos zoeken)
  26. je zult stokvis eten. (=je krijgt slaag.)
  27. je zult ze maar de kost moeten geven (=het zijn er veel (mensen))
  28. je zus (=mij niet gezien! Loop heen!)
  29. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  30. maar zus of zo (=zo maar ongeveer, niet geweldig)
  31. niet zuiver op de graat (=niet helemaal eerlijk)
  32. onder het juk zuchten (=onderworpen zijn)
  33. op een zuinigje (=erg goedkoop - weinig moeite doend)
  34. scheepjes met zuren appelen (=wolkjes die regen of storm voorspellen)
  35. schip met zure appelen (=wolk die regen en storm voorspelt)
  36. schone appels zijn ook wel zuur. (=een mooie vrouw is niet vanzelfsprekend een goede echtgenote)
  37. uit de duim zuigen (=iets verzinnen)
  38. uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten geen kwaad)
  39. vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
  40. waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  41. wat in het vat zit, verzuurt niet (=iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet / wat beloofd is zal ook worden ingelost)
  42. we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
  43. zoet gedronken, zuur betaald. (=drankmisbruik kan veel schade aanrichten)
  44. zuidwest, regennest. (=met een zuidwesten wind komt vaak regen)
  45. zuinig kijken (=teleurgesteld of verdrietig kijken)
  46. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  47. zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)
  48. zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) drinken)
  49. zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=werd gezegd als je te veel zuivel at terwijl het schaars was)
  50. zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))

34 betekenissen bevatten `zu`

  1. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
  2. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  3. waar een wil is is een weg (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
  4. een reef in het zeil doen (=besnoeien in de uitgaven, bezuinigen)
  5. de broodkorf hoger hangen. (=bezuinigen)
  6. dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  7. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  8. zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)
  9. een schuimspaan zijn (=een zuiplap of niksnut zijn)
  10. hou en trouw (beloven) (=elkaar overal (zullen) helpen)
  11. dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
  12. een lucifer in drieën kunnen kloven (=erg zuinig zijn)
  13. dun snijden is het behoud van de worst. (=goed kunnen rondkomen door zuinig te zijn)
  14. een heilige koe (=iets waar je niet aan mag komen en zuinig op bent, voor sommige mensen is dat bijv. een auto)
  15. zonder mijn en dijn zou de wereld hemels zijn (=jaloezie en hebzucht maken de wereld een stuk minder fraai)
  16. wie kwaad doet, kwaad ontmoet. (=je zult gestraft worden voor slechte daden)
  17. iesus hominum salvator (=jezus de redder der mensheid)
  18. jesus nazarenus rex judaeorum (=jezus van Nazareth, koning der Joden)
  19. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  20. zuidwest, regennest. (=met een zuidwesten wind komt vaak regen)
  21. de mis aan de muur plakken (=niet naar de mis gaan (verzuimen))
  22. de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
  23. bij het walletje langs (=op het nippertje, zuinig)
  24. bederf geen pannenkoek om een ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  25. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  26. wat men aan het zaad spaart verliest men aan de oogst (=verkeerde zuinigheid is niet goed)
  27. we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
  28. zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=werd gezegd als je te veel zuivel at terwijl het schaars was)
  29. iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
  30. ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
  31. droog brood eten (=zuinig moeten zijn, financieel slecht gaan)
  32. de hand op de knip houden (=zuinig zijn)
  33. op de kleintjes letten (=zuinig zijn. Ook de kleine uitgaven proberen terug te dringen)
  34. een lelijke pijp roken (=zuur opbreken)

50 dialectgezegden bevatten `zu`

  1. ' t es zu leutig allemoal tuupetegoare (=het is zo leuk allemaal samen) (Gents)
  2. as zu stoem as een achterdeui (=Hij is erg dom) (Herns (Herne, VL-B))
  3. Daar hij-je/hejje ze / Daar heppie ze/ daar zijn zu / o nee he? (laatste bij ongewenst bezoek) / Zandzakkuh voor de deur ! (=Daar heb je ze / hen ! (positief of negatief)) (Utrechts)
  4. Di zu nie op meinen teen meuge kakken (=Over een dikke persoon zegt men.) (Bevers)
  5. Dn dieje dor die hi ne neije waoge en dor stottie al dn hullen dag nor te kieke, zu gruts dettie is (=Hij daar heeft een nieuwe auto en daar staat hij al de hele dag naar te kijken, zo trots als hij is) (Liessents)
  6. é net er zu kot in (=iemand die zich verheugd in andermans miserie) (Langemarks)
  7. é net up zu zwienkel gescheetn (=van een man die slecht gezind is) (Langemarks)
  8. ei es zu dom as tpeird van kristuus (=hij is niet slim) (Wetters)
  9. ei zee zu bliek as ne plattekèès (=hij ziet er bleek uit) (Hals)
  10. euw gordijnen zijn zu voil dadde der soepe kunt van koke (=vuile gordijnen) (Gents)
  11. Gè zij zu sempel as oune kop dik es (=Je bent stom als een rund) (Zeels)
  12. Hij es zu zwert as de schaa (=Hij heeft zich vuil gemaakt.) (Dendermonds)
  13. ij ès a zu vies as ui verk'n (=hij is heel slecht gezind) (Brakels)
  14. ij is zu zot gelijk een achterdeure (=iemand die raar doet) (Lokers)
  15. Ik wier zu hét (=Ik werd zo kwaad) (Siebengewalds)
  16. ik zen da ee zu meuj as kaa pap (=ik ben het beu) (Hals)
  17. j'is ip zu muule gestuukt (=hij is gevalen) (Brugs)
  18. Ke luppe zu vies of nen eirple (=geïrriteerd zijn) (Zelzaats)
  19. me ligtmis ester gi vrouke zu eirm of ze mokt èr penneke weirm (=met lichtmis is er geen vrouwtje zo arm of ze maakt haar pannetje warm) (Meers)
  20. Mi Liechtmes est er gieë vrâke zu aerm of ze makt eur penneke waerm (=Met Lichtmis is er geen vrouwke zo arm of ze maakt haar panneke warm) (Wichels)
  21. mokt zu nie van annen tak (=wind je zo niet op, maak je niet zo kwaad) (Meers)
  22. nog zu enen en 't es donkere (=iets vertellen dat nergens op slaat) (Knesselaars)
  23. tis zu lank esdettet breit is (=weinig verschil) (Opglabbeeks)
  24. weinig veirk's die zu oud werren (=van iemand die vroeg sterft : weinig varkend die zo oud worden) (Meers)
  25. zu / zuuë duuëd as ne pier (=zo dood als een pier) (Wichels)
  26. zu / zuuëplat as een vèeg (=zo plat als een dubbeltje) (Wichels)
  27. zu blaut as een skolje (=zo blauw als een schalie (van de kou) ) (Meers)
  28. zu breun'of 'n espe (=dronken) (Gavers)
  29. zu dik as een padde zitten (=teveel gegeten hebben) (Meers)
  30. zu dom as ’t pieërd van Kristus, (=niet slim, erg dom) (Meers)
  31. zu duud as een piere (=er zit geen leven meer in) (Wetters)
  32. zu duuuet as ne pier (=steendood) (Hams)
  33. zu errem as et graf (=Zo arm als het graf) (Liessents)
  34. zu gâit ôever ‘t dörp (=Er wordt over haar geroddeld) (Volendams)
  35. zu gek as un klink (=erg dom) (helmonds)
  36. zu het un groat takkubos vur de deur (=Ze heeft een groot takkenbos voor de deur) (Brakels (gld))
  37. zu maoken mien de pies nie lau (=Ze krijgen mij niet gek) (Betuws)
  38. zu me den hond us opkieste (=zullen we de hond eens ophitsen) (Tilburgs)
  39. zu mottig as nen aup (=erg misselijk) (Hams)
  40. zu onnuëzel ast gruët es (=te belachelijk om waar te zijn) (Meers)
  41. zu rap ast kan (=zo vlug mogelijk) (Moes)
  42. zu rap of kijkn (=Vliegensvlug) (Zelzaats)
  43. zu schijl as nen otter (=scheel iemand) (Lokers)
  44. zu simpel as bonjour (='t is heel eenvoudig) (Meers)
  45. zu stijf as 'n berd (=zo stijf als een plank) (Meers)
  46. zu stijf as een plank (=erg stijf zijn, zo stijf als een plank) (Meers)
  47. zu stijf azzen ijzeren ekken (=heel stijf) (Zottegems)
  48. zu vreet as nun boer in zun erpelkuul (=ergens heel erg blij / verguld mee zijn) (Heezers)
  49. zu zemme ni getraaid (=dat is niet de overeenkomst) (tervurens)
  50. zu ziek as nen ond (=hondsberoerd) (Wichels)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen