51 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zu`
- als het geen broertje is dan is het een zusje. (=het is één of het ander)
- daar komt een schip met zure appels (=daar komt een stevige regenbui aan)
- dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
- dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
- de bazuin steken (=de lof verkondigen)
- de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
- de druiven zijn zuur (zei de vos maar hij kon er niet bij) (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
- de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het licht komen)
- de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
- de oude zuurdesem (=het oude kwaad)
- de raven zullen het uitbrengen (=de waarheid komt hoe dan ook aan het licht)
- de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
- donderbuien zuiveren de lucht. (=een ruzie kan een hangende situatie oplossen)
- door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
- een vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
- een zuiver geweten is het beste oorkussen. (=als je eerlijk bent slaap je gerust)
- er een puntje aan kunnen zuigen (=er een goed voorbeeld aan kunnen nemen)
- geen zuivere koffie (=er is iets niet in orde)
- het is zusje en broertje (=het is zo ongeveer hetzelfde)
- het zuur hebben (=er een hekel aan hebben)
- ik geloof er in als een jood in Jezus Christus (=ik geloof er maar weinig in)
- in een vloek en een zucht (=in heel korte tijd , zonder moeite)
- in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
- in zulke vijvers vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
- je het apezuur zoeken (=eindeloos zoeken)
- je zult stokvis eten. (=je krijgt slaag.)
- je zult ze maar de kost moeten geven (=het zijn er veel (mensen))
- je zus (=mij niet gezien! Loop heen!)
- kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
- maar zus of zo (=zo maar ongeveer, niet geweldig)
- niet zuiver op de graat (=niet helemaal eerlijk)
- onder het juk zuchten (=onderworpen zijn)
- op een zuinigje (=erg goedkoop - weinig moeite doend)
- scheepjes met zuren appelen (=wolkjes die regen of storm voorspellen)
- schip met zure appelen (=wolk die regen en storm voorspelt)
- schone appels zijn ook wel zuur. (=een mooie vrouw is niet vanzelfsprekend een goede echtgenote)
- uit de duim zuigen (=iets verzinnen)
- uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten geen kwaad)
- vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
- waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
- wat in het vat zit, verzuurt niet (=iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet / wat beloofd is zal ook worden ingelost)
- we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
- zoet gedronken, zuur betaald. (=drankmisbruik kan veel schade aanrichten)
- zuidwest, regennest. (=met een zuidwesten wind komt vaak regen)
- zuinig kijken (=teleurgesteld of verdrietig kijken)
- zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
- zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)
- zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) drinken)
- zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=werd gezegd als je te veel zuivel at terwijl het schaars was)
- zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))
34 betekenissen bevatten `zu`
- het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
- wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
- waar een wil is is een weg (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
- een reef in het zeil doen (=besnoeien in de uitgaven, bezuinigen)
- de broodkorf hoger hangen. (=bezuinigen)
- dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
- recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
- zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)
- een schuimspaan zijn (=een zuiplap of niksnut zijn)
- hou en trouw (beloven) (=elkaar overal (zullen) helpen)
- dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
- een lucifer in drieën kunnen kloven (=erg zuinig zijn)
- dun snijden is het behoud van de worst. (=goed kunnen rondkomen door zuinig te zijn)
- een heilige koe (=iets waar je niet aan mag komen en zuinig op bent, voor sommige mensen is dat bijv. een auto)
- zonder mijn en dijn zou de wereld hemels zijn (=jaloezie en hebzucht maken de wereld een stuk minder fraai)
- wie kwaad doet, kwaad ontmoet. (=je zult gestraft worden voor slechte daden)
- iesus hominum salvator (=jezus de redder der mensheid)
- jesus nazarenus rex judaeorum (=jezus van Nazareth, koning der Joden)
- met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
- zuidwest, regennest. (=met een zuidwesten wind komt vaak regen)
- de mis aan de muur plakken (=niet naar de mis gaan (verzuimen))
- de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
- bij het walletje langs (=op het nippertje, zuinig)
- bederf geen pannenkoek om een ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
- zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
- wat men aan het zaad spaart verliest men aan de oogst (=verkeerde zuinigheid is niet goed)
- we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
- zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=werd gezegd als je te veel zuivel at terwijl het schaars was)
- iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
- ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
- droog brood eten (=zuinig moeten zijn, financieel slecht gaan)
- de hand op de knip houden (=zuinig zijn)
- op de kleintjes letten (=zuinig zijn. Ook de kleine uitgaven proberen terug te dringen)
- een lelijke pijp roken (=zuur opbreken)
50 dialectgezegden bevatten `zu`
- ' t es zu leutig allemoal tuupetegoare (=het is zo leuk allemaal samen) (Gents)
- as zu stoem as een achterdeui (=Hij is erg dom) (Herns (Herne, VL-B))
- Daar hij-je/hejje ze / Daar heppie ze/ daar zijn zu / o nee he? (laatste bij ongewenst bezoek) / Zandzakkuh voor de deur ! (=Daar heb je ze / hen ! (positief of negatief)) (Utrechts)
- Di zu nie op meinen teen meuge kakken (=Over een dikke persoon zegt men.) (Bevers)
- Dn dieje dor die hi ne neije waoge en dor stottie al dn hullen dag nor te kieke, zu gruts dettie is (=Hij daar heeft een nieuwe auto en daar staat hij al de hele dag naar te kijken, zo trots als hij is) (Liessents)
- é net er zu kot in (=iemand die zich verheugd in andermans miserie) (Langemarks)
- é net up zu zwienkel gescheetn (=van een man die slecht gezind is) (Langemarks)
- ei es zu dom as tpeird van kristuus (=hij is niet slim) (Wetters)
- ei zee zu bliek as ne plattekèès (=hij ziet er bleek uit) (Hals)
- euw gordijnen zijn zu voil dadde der soepe kunt van koke (=vuile gordijnen) (Gents)
- Gè zij zu sempel as oune kop dik es (=Je bent stom als een rund) (Zeels)
- Hij es zu zwert as de schaa (=Hij heeft zich vuil gemaakt.) (Dendermonds)
- ij ès a zu vies as ui verk'n (=hij is heel slecht gezind) (Brakels)
- ij is zu zot gelijk een achterdeure (=iemand die raar doet) (Lokers)
- Ik wier zu hét (=Ik werd zo kwaad) (Siebengewalds)
- ik zen da ee zu meuj as kaa pap (=ik ben het beu) (Hals)
- j'is ip zu muule gestuukt (=hij is gevalen) (Brugs)
- Ke luppe zu vies of nen eirple (=geïrriteerd zijn) (Zelzaats)
- me ligtmis ester gi vrouke zu eirm of ze mokt èr penneke weirm (=met lichtmis is er geen vrouwtje zo arm of ze maakt haar pannetje warm) (Meers)
- Mi Liechtmes est er gieë vrâke zu aerm of ze makt eur penneke waerm (=Met Lichtmis is er geen vrouwke zo arm of ze maakt haar panneke warm) (Wichels)
- mokt zu nie van annen tak (=wind je zo niet op, maak je niet zo kwaad) (Meers)
- nog zu enen en 't es donkere (=iets vertellen dat nergens op slaat) (Knesselaars)
- tis zu lank esdettet breit is (=weinig verschil) (Opglabbeeks)
- weinig veirk's die zu oud werren (=van iemand die vroeg sterft : weinig varkend die zo oud worden) (Meers)
- zu / zuuë duuëd as ne pier (=zo dood als een pier) (Wichels)
- zu / zuuëplat as een vèeg (=zo plat als een dubbeltje) (Wichels)
- zu blaut as een skolje (=zo blauw als een schalie (van de kou) ) (Meers)
- zu breun'of 'n espe (=dronken) (Gavers)
- zu dik as een padde zitten (=teveel gegeten hebben) (Meers)
- zu dom as ’t pieërd van Kristus, (=niet slim, erg dom) (Meers)
- zu duud as een piere (=er zit geen leven meer in) (Wetters)
- zu duuuet as ne pier (=steendood) (Hams)
- zu errem as et graf (=Zo arm als het graf) (Liessents)
- zu gâit ôever ‘t dörp (=Er wordt over haar geroddeld) (Volendams)
- zu gek as un klink (=erg dom) (helmonds)
- zu het un groat takkubos vur de deur (=Ze heeft een groot takkenbos voor de deur) (Brakels (gld))
- zu maoken mien de pies nie lau (=Ze krijgen mij niet gek) (Betuws)
- zu me den hond us opkieste (=zullen we de hond eens ophitsen) (Tilburgs)
- zu mottig as nen aup (=erg misselijk) (Hams)
- zu onnuëzel ast gruët es (=te belachelijk om waar te zijn) (Meers)
- zu rap ast kan (=zo vlug mogelijk) (Moes)
- zu rap of kijkn (=Vliegensvlug) (Zelzaats)
- zu schijl as nen otter (=scheel iemand) (Lokers)
- zu simpel as bonjour (='t is heel eenvoudig) (Meers)
- zu stijf as 'n berd (=zo stijf als een plank) (Meers)
- zu stijf as een plank (=erg stijf zijn, zo stijf als een plank) (Meers)
- zu stijf azzen ijzeren ekken (=heel stijf) (Zottegems)
- zu vreet as nun boer in zun erpelkuul (=ergens heel erg blij / verguld mee zijn) (Heezers)
- zu zemme ni getraaid (=dat is niet de overeenkomst) (tervurens)
- zu ziek as nen ond (=hondsberoerd) (Wichels)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen