Spreekwoorden met `tot`

Zoek


54 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tot`

  1. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  2. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  3. als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  4. botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
  5. de hand lenen tot (=helpen)
  6. de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
  7. de kruik gaat zolang te water tot zij barst (=alles heeft zijn beperkingen)
  8. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  9. doorgaan tot het gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt)
  10. een gouden zadel maakt geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
  11. er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
  12. het hoofd stoten (=ergens onprettig tegen aan lopen)
  13. het paard moet tot de kribbe komen. (=wie belang heeft bij een zaak moet er zelf op uit gaan)
  14. het water komt aan/tot de lippen (=in groot gevaar, in hoge nood)
  15. het zit me tot hier (=ik heb er genoeg van)
  16. iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)
  17. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
  18. iemand van haver tot gort kennen (=iemands persoonlijkheid helemaal kennen)
  19. iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
  20. iemand voor het hoofd stoten (=iemand beledigen of kwetsen)
  21. iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vertellen)
  22. met horten en stoten (=langzaamaan, met veel onderbrekingen)
  23. niet van het ene brood tot het andere weten te geraken (=niet rond kunnen komen)
  24. stel niet uit tot morgen wat je vandaag nog kunt doen. (=wacht niet, morgen kan te laat zijn)
  25. tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
  26. tot de jaren des onderscheids komen (=oud genoeg zijn om zelf te weten/mogen wat wel en niet mag)
  27. tot de tanden bewapend (=zwaar bewapend)
  28. tot de tanden gewapend (=tot het uiterste bewapend)
  29. tot geen drie kunnen tellen (=erg dom zijn)
  30. tot het gaatje gaan (=volhouden)
  31. tot in de puntjes (=tot in het kleinste detail)
  32. tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
  33. tot in lengte van dagen (=tot het einde der tijden)
  34. tot moes slaan (=iets helemaal kapot slaan)
  35. tot op de draad versleten (=helemaal versleten)
  36. tot op het bot uitzoeken (=zeer grondig uitzoeken)
  37. tot over je oren in het werk zitten (=heel veel werk hebben)
  38. tot over je oren verliefd (=heel erg verliefd)
  39. totus tuus (=geheel de uwe) (Latijn)
  40. van a tot z (=van het begin tot het einde /met alles erop en eraan)
  41. van aver tot aver (=van ouder tot ouder)
  42. van de naald tot de draad (=tot in het kleinste detail)
  43. van de troon stoten (=de macht ontnemen)
  44. van de wieg tot aan het graf (=van de geboorte tot aan de dood)
  45. van december tot maart is de schol de pan niet waard (=platvis moet je in de zomer eten)
  46. van eeuwigheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
  47. van kwaad tot erger komen/vervallen (=steeds erger worden)
  48. van naald tot draad (=tot in het kleinste detail)
  49. van zijn voetstuk stoten (=de macht ontnemen - ontmaskeren)
  50. verkleumen tot op het bot (=het heel koud krijgen)

113 betekenissen bevatten `tot`

  1. haarscherp (=(van een afbeelding) getrouw tot in fijne details)
  2. de tongen losmaken (=aanleiding geven tot gepraat)
  3. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  4. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  5. je woorden worden weer thuisgebracht. (=als je iets negatiefs zegt kan dat leiden tot negatieve gevolgen voor jezelf)
  6. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  7. aan de grond zitten (=bankroet of totaal uitgeput zijn)
  8. goed uit de verf komen (=beter tot uiting komen of succesvoller zijn dan verwacht.)
  9. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  10. je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
  11. niet door mensenhanden gebouwd (=door God of natuur tot stand gebracht)
  12. doorgaan tot het gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt)
  13. een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)
  14. de bom is gebarsten (=een langdurige spanning of conflict is tot een uitbarsting gekomen)
  15. de lange weg maakt een moede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
  16. het ene woord brengt het andere voort. (=een negatieve opmerking kan leiden tot negatieve woorden over en weer)
  17. een schot voor de boeg (=een uitspraak of vraag als eerste aanzet tot een gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  18. zoveel geven om iets als een boer om een kers (=er totaal niets om geven)
  19. zo wijs als Salomo`s kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)
  20. heg noch steg weten (=ergens de omgeving totaal niet kennen)
  21. de nacht brengt raad. (=ergens een nachtje over slapen leidt tot betere beslissingen of oplossingen)
  22. iets in de doofpot stoppen (=ergens totaal niet meer over praten, verzwijgen)
  23. tijd brengt raad. (=geduldig zijn leidt tot betere beslissingen of oplossingen)
  24. op de kaart zetten (=gemaakt tot iets waar rekening mee gehouden wordt.)
  25. je eindje wel kunnen halen (=genoeg (geld) hebben tot aan zijn dood)
  26. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  27. het schip ingaan (=groot risico nemen, leidend tot verlies)
  28. zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)
  29. op en top (=helemaal, tot in de puntjes)
  30. de keel kost veel (=herhaalde dronkenschap leidt tot armoede)
  31. het laat mij Siberisch koud (=het interesseert me totaal niet)
  32. je weet nooit hoe een koe een haas vangt (=het kan altijd nog op onverwachte wijze tot een oplossing komen)
  33. er komt moord en doodslag van (=het komt tot grote problemen)
  34. schipbreuk lijden (=het niet tot zijn doel geraken / mislukken)
  35. zoveel hoofden, zoveel zinnen (=iedereen heeft een eigen mening waarbij men moeilijk samen tot een oplossing kan komen)
  36. een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  37. iemand klein krijgen (=iemand laten merken dat je hem aankunt, over iemand de baas zijn en diegene tot gehoorzaamheid dwingen)
  38. iemand het net over het hoofd halen (=iemand tegen wil en dank tot iets doen besluiten)
  39. iemand de mond snoeren (=iemand verbieden iets te zeggen / tot zwijgen brengen)
  40. een dood kind met een lam handje (=iets dat totaal waardeloos is)
  41. tegen de maan blaffen (=iets doen wat totaal niet helpt / nodeloze bedreigingen uiten)
  42. er de boot mee ingaan (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukking heeft geleid)
  43. als een tang op een varken slaan (=iets heeft totaal niets met een besproken onderwerp te maken)
  44. iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vertellen)
  45. een waarheid als een koe (=iets totaal vanzelfsprekends)
  46. water in de zee dragen (=iets totaal zinloos doen)
  47. in somma (=in het totaal)
  48. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
  49. op je tandvlees lopen (=in totale uitputting voortdoen, zijn laatste krachten gebruiken)
  50. aan een dood paard trekken. (=je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)

50 dialectgezegden bevatten `tot`

  1. `Alles mit mate`, zai de kleremaker, en hai sloeg ze waif mit de ellestok. (=Aansporing tot matigheid.) (Zaans)
  2. 'En pin op de neus geve. (=tot de orde roepen.) (Zaans)
  3. 't Aa uit zijn gat vraogen (=tot in de kleinste details uitvragen) (Bevers)
  4. 't éé plezier is 't ander wjeird (=altijd bereid zijn tot een wederdienst) (Sint-Niklaas)
  5. 't es ol geeën avance (=het dient tot niets, het levert niets op) (Waregems)
  6. 't kan nie op! (=de bomen groeien tot in de hemel) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. 't wodder stijt mij tot de lipp'm (=het is een penibele situatie voor mij) (Westerkwartiers)
  8. (of) tot het zo is ! Zo is het gewôan/het is gewôan zo... ,klaar (uit) ! (=dat het zo is !/ het is zo !) (Utrechts)
  9. (raaje) tot het vërrèk (=snel (fietsen)) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. ' t ê briel (=het is minderwaardig tot niets waard) (Kortrijks)
  11. ' t reent, ' t zeent, de boern wèrn nat van ier tot iejn de stat (=het blijft maar regenen) (Brakels)
  12. ' t règent tot ' t zekt (=hard regenen) (Budels)
  13. ' t steekt oes teeg' n / ' t es oes verleeëd / ' t zit oes tot ier (=we hebben er genoeg van) (Waregems)
  14. Aa is tot e kot in de nacht oep stap geweest (=Hij is heel laat op stap geweest) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  15. aater zën vodde zitte (=hem aanmanen tot spoed) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. achter iemand zaën goare zitte (=iemand tot spoed aanzetten) (Winksels)
  17. achter zaën goare zitte (=iemand tot iets aanzetten) (Winksels)
  18. achtre eentwie zn ieln zittn (=iemand aansporen tot meer activiteit) (Kortemarks)
  19. Adieë wa (=tot ziens hè) (nijswillers)
  20. adjeu én de wénd vanaater (=tot ziens, het ga je goed) (Bilzers)
  21. Ajuus/Du Groetjus / Groetuh / Doei / Doeg / (de) mazzul / wel thuis / doe voorzichtug / kijk je uit voor de tram / opgesodemieterd (als grap) / ja daaahaag / groetuh thuis (=tot ziens (bij afscheid in persoon)) (Utrechts)
  22. allé tot in den drooij (=tot volgende keer) (Brabants)
  23. Allee tot in 't pikken van d'n andzjoen eh! (=Een vage afsraak maken) (Harelbeeks)
  24. alleej, haawdoe èn saluu (t) war! (=nou vooruit, het ga je goed en tot ziens hè!) (Tilburgs)
  25. alleej, kom haawdoe war. (=nou vooruit tot ziens maar weer.) (Tilburgs)
  26. an wie lig het (kaartspel) (=wie heeft er tot nu de hoogste kaart gelegd) (Waregems)
  27. ant kikes (=tot ziens) (Bildts)
  28. aon iemëd zën slip goên hange (=iemand volgen tot in het uiterste) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. As hij ien de Maos springt, springde gij der zeker ok ien? (=naäpen leidt tot niks) (Genneps)
  30. As niets komp tot iets, wordt iets niets (=Afkomst verloochenen, hoogmoedswaanzin) (Giethoorns)
  31. as niets komp tot iets, wordt iets niets (=de afkomst verloochenen, hoogmoedswaanzin) (Giethoorns)
  32. As niets komt tot iets, wordt iets, niets (=De afkomst verloochenen, Verwaand persoon) (Giethoorns)
  33. assët wattër tot aon zën kin (mond) steet (=als het er op aan komt) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. aste tot aon zëne nak èn de sjit zits, loeët dan zëne kop nie hange (=verlies nooit de moed om terug te vechten) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. aste tot zëne nak èn de sjit zits, moeste zëne kop nie loëte hange (=als je dik in de miserie zit, moet je moed betonen) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. attët nie geet, moettët mér bokke (=volharden tot het lukt !) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. Bende jelemaol betoeterd (=Inleiding om tot de orde geroepen te worden) (Ossendrechts)
  38. Beverse moat (=het glas loopt bijna over (= tot de rand gevuld) ) (Sint-Niklaas)
  39. Bezeuk en vis bliève gen dreej daag fris (=Gasten die langer dan een nacht blijven logeren, leiden tot irritatie) (Venloos)
  40. bis da wah (=tot dan hè) (Heerlens)
  41. Bis wèr es (=tot weer eens) (Siebengewalds)
  42. blifs tich de diëre aofloope (=blijf je van deur tot deur gaan) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. blôoze toe mun gat toe (=kleuren tot achter mijn oren) (Tilburgs)
  44. da kan (=Dit behoort tot de mogelijkheden) (Olens)
  45. da ken (=dit behoort tot de mogelijkheden) (Bredaas)
  46. Da ken 'immel nie (=Dat behoort niet tot de mogelijkheden) (Bredaas)
  47. daaj ès nie min (=zij is tot veel in staat) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. daaj hèt batse tot aoên hër kont (=ze heeft lange benen) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. daaj hèt batse tot aon hêr k... (=die heeft een dik achterste) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. daaj lieg tot ze zwat ziet (=alles wat ze zegt is gelogen) (Munsterbilzen - Minsters)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen