12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `vrij`
- alle vrijers zijn rijk. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
- de handen vrij hebben (=tijd hebben om iets te doen)
- eet geen paaseieren op goede vrijdag (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
- gedachten zijn tolvrij (=iedereen mag vrij denken wat diegene wil)
- iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
- iemand de vrije teugel laten. (=iemand zijn eigen gang laten gaan)
- liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
- van vreemde smetten vrij (=onafhankelijk, bevrijd)
- vragen staat/is vrij (=iedereen heeft de gelegenheid om vragen te stellen)
- vrij buurmans` kind, dan weet je wat je vindt. (=het is verstandig om vast te houden aan wat bekend en vertrouwd is)
- waar het warm is, is het goed vrijen. (=mensen uit een rijke familie kunnen makkelijker een partner krijgen)
- zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)
14 betekenissen bevatten `vrij`
- aan elkaar gewaagd zijn (=beiden vrijwel evenwaardig zijn)
- aan banden leggen (=de vrijheid beperken)
- een vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
- vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
- gedachten zijn tolvrij (=iedereen mag vrij denken wat diegene wil)
- iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
- iemand kort houden (=iemand niet veel bewegingsvrijheid geven (fig.))
- met spek vangt men muizen (=met veel vrijgevigheid kan men iedereen overhalen)
- op je lauweren rusten (=niets doen en genieten van de vrije tijd)
- van vreemde smetten vrij (=onafhankelijk, bevrijd)
- de berg heeft een muis gebaard (=ondanks de grote beloften is er vrijwel niets van terecht gekomen)
- liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
- het juk afschudden/afwerpen (=zich vrijmaken)
- van zijn hart geen moordkuil maken (=zijn gevoelens niet opkroppen / vrijuit zeggen wat je niet bevalt / eerlijk zeggen over hoe er over iets gedacht wordt)
21 dialectgezegden bevatten `vrij`
- das nog mér e kaud kènd (=die is nog vrij jong) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat geet waaj e fleetsje vannen sent (=dat is vrij eenvoudig) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat vielste mèt zën kloempe aoën (=dat is vrij eenvoudig) (Munsterbilzen - Minsters)
- ee't goat schiuëne (=hij heeft vrij spel) (Kaprijks)
- en aste da nie geleefs, dan maok ich tich get aanëster wijs (=geloof me vrij...ik zeg vrij !) (Munsterbilzen - Minsters)
- ès te boer van den akker, dan wieëne hond en jaeger wakker (=als de boer uit het veld is, is het veld vrij voor de jagers) (Munsterbilzen - Minsters)
- etwoar e gatje viengn (=ergens een vrij moment vinden) (Veurns)
- jeet gat schoîne (=hij heeft vrij spel) (Kortemarks)
- kgee mij vrij (=ik ben nieuwsgierig) (Brakels)
- los en lieber (=vrij (-elijk) ) (Munsterbilzen - Minsters)
- los en lieber (=vrij en ongehinderd) (Bilzers)
- op zën kloempe (=vrij gemakkelijk) (Munsterbilzen - Minsters)
- pak dat mèr van mich aon (=geloof me vrij !) (Munsterbilzen - Minsters)
- stout spreekn (=vrank en vrij spreken) (Waregems)
- tes braa kou (=het is vrij koud) (Diesters)
- tis vandaog gewoon werkedag (=we zijn vandaag niet vrij) (Oudenbosch)
- vragen es vrij en ' t refuseeren stoat er bij (=uw kans wagen bij een meisje) (Gents)
- vrij et al binne (=ken je de vriend van je dochter) (`t-Heikes)
- vrij voe men eihen (=bij het spel weg kruipertje) (Zeeuws)
- vroag'n is vrij (=vragen stellen is toegestaan) (Westerkwartiers)
- ze liet' n ' em op börgtocht loop' m (=hij kwam op borgtocht vrij) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen