61 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `s s`
- achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
- alle havens schutten geen wind (=niet alles levert een voordeel op)
- alle havens schutten wind (=als je meedoet deel je mee in de winsten)
- als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
- als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
- als sardientjes in een blik (=stijf boven op elkaar; dicht opeen)
- als sneeuw voor de zon verdwijnen (=ergens niets van over blijven)
- chapeau bas spelen (=onderdanig zijn)
- dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
- dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een heel klein beetje)
- de broodkruimels steken hem (=hij kan de welstand niet dragen)
- de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
- de engeltjes schudden hun bed op / kussens uit (=het sneeuwt)
- de engeltjes schudden hun kussens uit (=het sneeuwt)
- de kans schoon zien (=van de gelegenheid gebruik maken)
- de muts stond hem scheef. (=een slecht humeur hebben)
- de natuur is sterker dan de leer (=datgene wat aangeleerd is wordt gauw vergeten)
- de ogen voor iets sluiten (=oogluikend toelaten)
- de poten onder iemands stoel wegzagen (=iemands positie verzwakken)
- de prins spreken (=dronken zijn)
- de tijd is snel, gebruikt hem wel. (=verspil geen tijd aan onbelangrijke dingen)
- de verzenen tegen de prikkels slaan (=zich verzetten tegen iets wat niet tegen te gaan is)
- distels trekken is distels stekken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
- driemaal is scheepsrecht (=de derde keer zal je wel gaan lukken)
- een hond is stout op zijn eigen dam. (=op bekend terrein durf je meer)
- een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)
- een morse muur is snel afgebroken (=een slechte zaak gaat niet lang mee)
- een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
- een veer op zijn muts steken (=een compliment geven/krijgen)
- elke bos stro waait voor de wind (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren)
- geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen)
- het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
- het is sop en gekookt eten. (=het is hetzelfde.)
- het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
- horzels steken niet en hommels doden niet. (=mensen met een grote mond dragen het minste bij)
- iets soldaat maken (=iets openmaken en helemaal opeten)
- iets staat op losse schroeven (=het is onzeker, er valt niet op te bouwen)
- in de bres springen (=te hulp schieten)
- in de roos schieten (=het precies goed raden/doen)
- in het harnas steken (=woedend zijn)
- in iemands schaduw staan (=niet opvallen omdat iemand anders meer opvalt)
- in iemands schoenen staan (=het lot van iemand anders ondergaan)
- je het apelazerus schrikken (=heel heftig schrikken)
- je in de vingers snijden (=jezelf (onbedoeld) benadelen)
- je ogen voor iets sluiten (=doen alsof iets er niet is)
- je schaapjes scheren (=er de winst uithalen)
- je wezenloos schrikken (=erg schrikken)
- kinderen en dronkaards spreken de waarheid (=ze zeggen wat ze vinden, ze zijn ongeremd)
- lijnrecht tegenover iets staan (=volledig het omgekeerde zijn of denken)
- munt uit iets slaan (=voordelen halen uit)
45 betekenissen bevatten `s s`
- de baron spelen (=(onterecht) baas spelen)
- bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
- alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
- als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
- de appel wegdragen/winnen (=als schoonste erkend worden)
- iemand in de buik straffen. (=als straf geen eten geven.)
- dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
- het katje van de baan (=degene die baas speelt)
- de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
- een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan worden)
- een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
- doekje voor het bloeden (=een schrale troost, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
- een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
- je woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
- aan elkaar knopen (=gegevens samenvoegen)
- steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
- bergafwaarts gaan (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid)
- de eerste viool spelen (=het hoogste woord hebben en de baas spelen)
- de mussen vallen (dood) van de daken (=het is snikheet)
- het is bij de (wilde) beesten af (=het is verschrikkelijk; het is schandalig)
- het oog wil ook wel wat (=het uiterlijk van iets speelt ook een rol)
- de lakens uitdelen (=het voor het zeggen hebben, de baas spelen)
- het is maar een strovuurtje (=het ziet er erg uit, maar het is snel voorbij)
- zijn pruik staat scheef (=hij is slecht gehumeurd)
- de centen dansen hem in de zak. (=hij kan niets sparen)
- hij zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms zegt)
- een schurftig paard vreest de roskam (=iemand die aan iets schuldig is, heeft liever niet dat datgeen onderzocht wordt)
- iemand naar het peperland zenden (=iemand ver van huis sturen)
- iemands voetveeg zijn (=iemands slaaf zijn (zich alles moeten laten welgevallen))
- vaart achter iets zetten (=iets snel (doen) uitvoeren)
- achter de rug om gaan (=iets stiekem doen)
- iets mannetje voor mannetje doen (=iets strikt volgens plan uitvoeren)
- een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw (=in de volksmond: De beste beloning voor een 19e eeuws schoolkind)
- aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
- je verdiende loon krijgen (=krijgen wat hem toekomt (meestal iets slecht))
- de huik naar de wind hangen (=meeheulen - altijd andermans standpunt volgen)
- een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
- elk schot is geen eendvogel (=niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol)
- uit het lood (staan) (=niet recht of haaks staan)
- va banque spelen (=roekeloos spel spelen)
- een ridder van het lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de schuld buiten jezelf leggen)
- te veel vuur in een stoof doet ze branden (=te veel is schadelijk)
- overdaad schaadt (=te veel van iets is schadelijk)
- de hand reiken (=vergiffenis schenken)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen