Spreekwoorden met `ist`

Zoek


60 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ist`

  1. aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico`s)
  2. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  3. alle registers opentrekken (=z`n uiterste best doen)
  4. als een bok op de haverkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
  5. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  6. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  7. armoede zoekt list. (=armoede dwingt om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om rond te komen)
  8. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  9. de juiste man op de juiste plaats zijn (=zeer geschikt zijn voor het werk)
  10. de sleutel op de doodskist leggen (=een erfenis weigeren)
  11. distels breken is distels kweken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  12. distels maaien is distels zaaien (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  13. distels trekken is distels stekken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  14. een Egyptische duisternis (=een inktzwarte duisternis)
  15. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  16. een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  17. een pleister op de wonde leggen (=iets troostends aanbieden)
  18. een pleister op een houten been (=een nutteloos voorstel)
  19. een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
  20. een vuist maken (=krachtig opstellen)
  21. geef een ezel haver en hij loopt naar de distels. (=mensen zijn soms koppig en willen geen hulp of advies)
  22. geef een ezel klaver hij loopt naar de distels/biezen. (=sommige mensen zijn nooit tevreden met wat ze hebben)
  23. had je me gisteren gehuurd dan was ik vandaag je knecht geweest (=je moet zo niet commanderen - dat doe ik gewoon niet!)
  24. het is een pleister op een zere wonde (=het is bedoeld om het leed wat te verzachten)
  25. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  26. het muist al wat van katten komt (=ieder volgt zijn karakter)
  27. ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
  28. iemand iets in het oor fluisteren (=iemand iets zachtjes zeggen, heimelijk laten weten)
  29. ik geloof er in als een jood in Jezus Christus (=ik geloof er maar weinig in)
  30. in het duister tasten (=er niets over weten, geen aanknopingspunten vinden)
  31. in het oor fluisteren (=zachtjes (heimelijk) zeggen)
  32. in Rome geweest zijn, maar de Paus gemist hebben (=het belangrijkste laten schieten)
  33. in zijn vuistje lachen (=in jezelf ergens plezier hebben / Op ietwat stiekeme wijze ergens voordeel van hebben)
  34. je laten kisten (=het (al te vroeg) opgeven)
  35. je oor te luisteren leggen (=informeren)
  36. jong bier moet gisten (=kinderen hebben recht op plezier)
  37. lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie)
  38. liever te dik in de kist dan een feestje gemist (=plezier hebben is belangrijker dan lang leven)
  39. luisteren als een vink (=erg gehoorzaam zijn)
  40. luisteren naar groeien van het gras (=erg lui zijn)
  41. met mist gaat de vorst in de kist (=na mist gaat het vaak dooien)
  42. mist heeft vorst in de kist. (=na mist gaat het vaak vriezen.)
  43. naar de Filistijnen (=reddeloos verloren / kapot)
  44. naar het lek luisteren (=niets doen)
  45. niet aan het juiste adres zijn (=iets aan de verkeerde persoon vragen)
  46. niet van gisteren zijn (=veel weten, veel begrijpen en snel doorhebben)
  47. niet van vandaag of gisteren (=niet dom)
  48. nood zoekt list. (=in benarde situaties worden ongebruikelijke oplossingen gevonden)
  49. nu komt er licht in de duisternis (=nu komt er een oplossing)
  50. op de pianist schieten (=de onschuldige (de brenger van het nieuws) straffen)

75 betekenissen bevatten `ist`

  1. distels trekken is distels stekken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  2. distels maaien is distels zaaien (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  3. distels breken is distels kweken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  4. aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
  5. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  6. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  7. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
  8. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  9. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  10. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
  11. men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeluisterd)
  12. al krijg ik geld mee! (=dat doe ik beslist niet!)
  13. morgen brengen (=dat geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
  14. iemands rechterhand zijn (=de belangrijkste assistent zijn)
  15. de rechte man op de rechte plaats (=de juiste man voor de juiste taak)
  16. je beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist worden)
  17. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  18. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  19. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  20. een loden pijp hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdrinken)
  21. een Egyptische duisternis (=een inktzwarte duisternis)
  22. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  23. met beide benen op de grond staan (=een realist zijn)
  24. met tijd en stond, gaat men de wereld rond. (=er is een juiste tijd is voor alles en sommige dingen hebben tijd nodig)
  25. de muren hebben oren (=er kan ongewenst worden meegeluisterd door anderen)
  26. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  27. geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  28. een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
  29. het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
  30. de oren spitsen (=goed luisteren)
  31. de oren scherpen (=goed luisteren)
  32. geheel oor zijn (=heel goed opletten - goed luisteren)
  33. er klopt geen hout van (=het is geheel onjuist)
  34. de breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  35. er zit een luchtje aan (=het is niet juist, het klopt niet helemaal)
  36. er is maar een f in het abc (=het juiste midden vinden, is moeilijk)
  37. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  38. iemand iets in het oor bijten (=iemand iets op bitsige wijze influisteren)
  39. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  40. de ontbrekende schakel (=iets dat nog mist om iets compleet te maken)
  41. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
  42. in het ootje (=influisteren)
  43. het ijzer smeden als het heet is (=je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen)
  44. vliegt de blauwvoet storm op zee (=leuze van de Vlaamse nationalisten (ontleend aan Conscience))
  45. het oor lenen (=luisteren)
  46. te woord staan (=luisteren naar en bereid zijn te spreken met)
  47. met een half oor (=maar half luisterend)
  48. voor stoelen en banken praten (=maar weinigen die naar iemands verhaal luisteren)
  49. precies in mijn straatje zijn (=me precies goed uitkomen op het juiste moment)
  50. het is goed riemen snijden uit andermans leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)

50 dialectgezegden bevatten `ist`

  1. dn duuvl ist wys (=niemand weet het) (Lichtervelds)
  2. `n zo ist e en niet aorester (=en zo is het en niet anders) (Flakkees)
  3. 't ist 't bakche vul (=een plaats die vol is) (Iepers)
  4. á.chterum ist kèrrmis (=je komt maar achterom) (Genneps)
  5. al ist dat de krô et ôtbrenge, de waarhoad komt ôt (=al is het dat de kraaien het uitbrengen, de waarheid komt uit !) (Booms)
  6. As lig achter Bure en as Bure afbraan ist allemoal as (=Een reactie op de opmerking als ik dat had geweten dan had ik.....) (betuws)
  7. Ast er iet is.....da welle gekreege hemme van ozze lieven hiejer. Dan ist toch wel `TIJD` en een lijf in ozze bloewete. Ge zoo zot mutte zen, oem da deur een aander te loate verkloewete. (=Als er iets is dat we gekregen hebben van onzen Lieven Heer, dan is het toch wel `TIJD` en een lichaam in onzen bloten. Ge zou toch gek moeten zijn, om dat door iemand anders let laten verkloten.) (Geels)
  8. da vintje ist gat teegn dêirde (=het is een klein ventje) (kortemarks)
  9. de deugnietrieë ist land mièèstre (=bedrog loont) (Lichtervelds)
  10. de deugnietrieë ist land mièèstre (=we worden iedere dag bedrogen) (Kortemarks)
  11. de kest ut wel zegge, mar ist oek su? (=ja kan het wel zeggen, maar is het ook zo?) (Snekers)
  12. die ha nie af voor dun elevu en dan ist nog dun (=krenterig persoon) (Hulsters (NL))
  13. dn duuvl ist wys (=niemand weet het) (Lichtervelds)
  14. dn duuvle ist wies (=niemand weet het) (Kortemarks)
  15. door ist ok keeremis (=onderrok of voering die onder rok komt uitpiepen) (Ransts)
  16. dor tegen ist waal over (=het zal wel straks wel overgaan) (Sint-Niklaas)
  17. éé ist gaen zegghen (=hij is gestorven) (Sint-Laureins)
  18. eerst waarut uit en nou ist wir aon (=zij hebben opnieuw verkering) (Oudenbosch)
  19. ei waor ist skitus? (=exuseer maar waar is het toilet?) (Tielts)
  20. en ist 't sop uut ze gat eregent (=hij is doornat) (Veurns)
  21. hij ist er nie scheutig op (=hij is er niet tuk op) (Aspers)
  22. Hoe ist ermee? (=Hoe gaat het met jou?) (Kastels)
  23. hoe ist mee oe (=hoe gaat het) (Dongens)
  24. hou ist der mit (=hoe is het ermee) (Gronings)
  25. ist ankieken wa weerd (=heeft een mooi uiterlijk) (Twents)
  26. ist nieks, tis oazoard. (=je kan maar proberen, het lot beslist) (Ostêns)
  27. ist oente of miente (=is 't de jouwe of de mijne) (Sallands)
  28. ist ol? (=is dit alles?) (Brugs)
  29. ist serieus? (=is het echt waar?) (Hulsters (NL))
  30. ist water nie te zoep'n (=als het kalf is verdronken.) (Klazienaveens)
  31. ist wier van dà! (=is het weer zover!) (Heusdens)
  32. ist wo (=is het waar) (Veurns)
  33. ja gèt gelijk, ist nô goed? (=ja je hebt gelijk, is het nu goed, ) (Sint-Niklaas)
  34. kiejert desp alier om ist daan kom pakse (=keer de hesp langs hier om, is het de uwe, kom en pak ze) (denderleeuws)
  35. mangs ist better iets moois an de klos (=soms is het beter iets moois te verliezen, beter verliezen dan dat je het nooit heb gehad) (Twents)
  36. Me Sint-Jan zoe hiët ast kan, en me Sinte-Peter ist nôg hiêter . (=Met Sint-Jan zo heet als het kan, en met Sint-Peter is het nog heter.) (Kastels)
  37. morge ist te loat (=morgen is het te laat) (Brasschaats)
  38. net zo litte as histern om deezn tied (=hoe laat ist het) (Zeeuws)
  39. ist on ô (=nu is het uw beurt) (Sint-Niklaas)
  40. oe ist (=hoe gaat het) (Kaprijks)
  41. oe ist begot meegelaik? (=Hoe is het mogelijk?) (Dendermonds)
  42. oe ist Godsmeuglik (=hoe is het toch mogelijk) (Lichtervelds)
  43. oe ist godsmeuglik (=hoe is het mogelijk) (Kortemarks)
  44. oe ist na mougelijk (=hoe is dat mogelijk) (Brussels)
  45. Oe ist nouw? (=Hoe is het nu met je?) (Roosendaals)
  46. Sa ist en net oars, want as ' t oars wie, wie t net sa (=Zo is het en niet anders, want als het anders was was het niet zo) (Fries)
  47. Sinte Maortnaovend de torre gao mee nao Gent en ols de boertjes waofels bakkn ton zittn ze geîrn omtrent. Stokvier mokvier Sinte Maortn kom ollier ol in jne bloîtn aorme ol in jne bloîtn buuk, ruus buus buus ist er iemand tuus, eej messchien een appeltje of e pertje voer uus (=Kortemarks liedje) (Kortemarks)
  48. tennenan ist krek inter (=daar achter is het precies hetzelfde) (Liempds)
  49. tis van oîrn zeggn, oak liege ist van oîrn zeggn dak liege (=ik heb het gehoord) (Lichtervelds)
  50. tverstand komt met de jaorn en aot er voîrn komt ist er mao nao (=Kortemarks gezegde) (Kortemarks)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen