Spreekwoorden met `dt`

Zoek


75 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dt`

  1. `t Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
  2. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  3. als de boter duur wordt, leert men het brood droog eten. (=als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
  4. als de bruid verpatst is wordt zij gewild. (=wat niet meer beschikbaar is lijkt aantrekkelijker voor anderen)
  5. als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  6. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  7. baat het niet, schaadt het niet (=iets kan helpen, maar als het niet helpt zal het geen problemen geven)
  8. beidt Uw tijd, duur Uw uur (=op de toren van de Amsterdamse koopmansbeurs)
  9. beproeft alle dingen en behoudt het goede. (=weet wat er allemaal is, maar doe alleen de goede dingen)
  10. betalen als de paus geus wordt (=nooit betalen)
  11. daar wordt niet hard op gebikt. (=met tegenzin eten.)
  12. dat gebeurt pas als de Paus een geus wordt (=dat gebeurt nooit)
  13. dat houdt me op de been (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol)
  14. dat snijdt geen hout (=dat heeft er niets mee te maken; het bewijst niets)
  15. de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking)
  16. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  17. de derde streng houdt de kabel. (=alle goede dingen bestaan in drieën)
  18. de haring braadt hier niet (=het gaat niet zoals het zou moeten)
  19. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  20. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  21. de vis aardt naar de zee (=je kunt wel zien waar hij vandaan komt)
  22. de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
  23. die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken)
  24. die het geluk vindt, die mag het oprapen. (=geluk komt onverwachts)
  25. doen alsof je neus bloedt (=doen alsof je van niets weet)
  26. door de ouderdom wordt de wolf grijs. (=mildheid komt met de jaren)
  27. door schade en schande wordt men wijs (=een mens leert het beste van z`n fouten)
  28. door vragen wordt men wijs (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
  29. een blind varken vindt ook nog wel eens een eikel. (=zelfs iemand die niet erg intelligent is heeft soms geluk en doet iets goed)
  30. een blinde kip vindt ook nog wel eens een graankorrel. (=zelfs iemand die niet erg intelligent is heeft soms geluk en doet iets goed)
  31. een glas op zijn tijd houdt de mot uit de maag. (=wordt gezegd door mensen die graag een borreltje lusten)
  32. een goed zeeman wordt ook wel eens nat (=ieder kent zijn tegenslagen)
  33. een oude rat vindt licht een gat. (=ervaren mensen weten vaak een oplossing te vinden)
  34. een pakje wordt een zakje. (=als je een probleem niet aanpakt kan het zich uitbreiden en erger worden.)
  35. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
  36. een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat gegeten. (=wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
  37. een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
  38. een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
  39. er wordt een erfenis verdeeld. (=gezegd als iets erg lang duurt)
  40. eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=eten en drinken blijven levensbehoeften.)
  41. geen haring zo mager of men braadt er vet uit. (=zelfs uit iets kleins of ogenschijnlijk onbelangrijks valt wel iets waardevols te halen.)
  42. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
  43. het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
  44. het houdt geen rooi (=het gaat de perken te buiten)
  45. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  46. het moet uit de lengte of uit de breedte komen (=het moet hoe dan ook uitgespaard worden)
  47. het staal wordt in de wind gehard. (=moeilijkheden en tegenslagen kunnen je sterker maken)
  48. het wordt buigen of barsten (=het ergens op wagen)
  49. jong en oud, op het eind wordt alles koud. (=uiteindelijk gaat iedereen dood.)
  50. lach als je begraven wordt (=dat is geen reden om te lachen)

156 betekenissen bevatten `dt`

  1. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  2. bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  3. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  4. achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  5. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  6. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  7. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  8. als de nood aan de man komt (=als het ernstig wordt)
  9. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  10. mei koel en wak, veel koren in de zak. (=als het in mei nat en koud is wordt de opbrengst hoog)
  11. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  12. uitlekken (=als iets ongewenst publiekelijk bekend wordt)
  13. jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
  14. ouderdom komt met gebreken (=als je ouder wordt ga je van alles mankeren)
  15. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
  16. een groene Kerstmis een witte Pasen. (=als Kerst warm is wordt Pasen koud)
  17. oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
  18. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  19. zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd wordt)
  20. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  21. heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  22. blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
  23. men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeluisterd)
  24. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  25. dát doet de deur dicht (=dat wordt niet geaccepteerd)
  26. de natuur is sterker dan de leer (=datgene wat aangeleerd is wordt gauw vergeten)
  27. het hinkende paard komt achteraan (=de grootste problemen houdt men voor het laatst)
  28. ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
  29. in de lift zitten (=de situatie waarin het zit wordt beter)
  30. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  31. de haan is de baas als de hen niet thuis is. (=de vrouw is de baas in huis, ook al vindt de man van niet)
  32. het kind van de rekening (=degene die schade lijdt, terwijl anderen niets hebben)
  33. thuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je weinig thuis bent)
  34. Oost-Indisch doof zijn (=doen alsof er niets gehoord wordt)
  35. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  36. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  37. de nekslag geven (=door iets wordt de situatie een te groot probleem waardoor men het niet meer aan kan)
  38. de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
  39. met een rode letter aangetekend staan (=duidelijk vermeld , zodanig dat het zeker niet vergeten wordt)
  40. onder de neus wrijven (=duidelijk zeggen wat er van gevonden wordt)
  41. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  42. een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
  43. goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
  44. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  45. de lange weg maakt een moede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
  46. van praat komt praat (=een nieuwtje wordt snel verder verteld)
  47. zo rood als een kreeft (=een rode kleur hebben. (kreeft wordt knalrood tijdens het koken))
  48. een hazenslaapje (=een slaap, die zo licht is, dat men bij `t minste geluid wakker wordt)
  49. ongeluk komt zelden alleen (=een tegenslag wordt vaak gevolgd door nog meer problemen)
  50. een broodje aap (=een verzonnen verhaal dat als waarheid wordt verspreid.)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen