158 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Za`
- `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt Zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
- aan elkaar hangen als droog Zand (=geen enkele samenhang vertonen)
- advocaat van kwade Zaken (=wie slechte zaken verdedigt)
- als de berg niet tot Mohammed komt, Zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
- als het varken Zat is, gooit het de bak om. (=gezegd als iemand geen dankbaarheid toont)
- als het water Zakt, kraakt het ijs (=elke oorzaak heeft gevolgen)
- als los Zand aan elkaar hangen (=zonder enige samenhang)
- bepakt en beZakt (=met (veel) bagage)
- bouw geen molen om een bak Zaad (=voor een kleinigheid moet men teveel moeite doen.)
- daar Zal wat zwaaien (=daar zal een hartig woordje gesproken worden)
- dat kan hij in zijn Zak steken (=dat is raak - die zit!)
- dat paard Zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
- dat schaap Zal een Zachte dood nemen. (=het wordt vergeten)
- dat sluit als een haspel in een Zak (=dat raakt kant noch wal)
- dat Zaakje Zal wel doodbloeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
- dat Zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
- dat Zal hem niet glad zitten (=iets zal niet meevallen en moeilijk zijn)
- dat Zal je de dood niet aandoen (=iets is niet zo erg is als het lijkt)
- dat Zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan)
- dat Zal mijn klomp niet roesten (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen)
- de centen dansen hem in de Zak. (=hij kan niets sparen)
- de darmen Zalven. (=lekker eten en drinken.)
- de dood wil een oorZaak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom iets gebeurt)
- de hakken in het Zand zetten (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen)
- de kop in het Zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
- de kurk waarop de Zaak drijft (=de basis (steun) van het geheel)
- de mens Zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
- de poten onder iemands stoel wegZagen (=iemands positie verzwakken)
- de tijd Zal het leren (=na verloop van tijd is er bekend hoe het gegaan is)
- de wolf Zal met het lam verkeren. (=er zal vrede zijn)
- de Zaak nog eens aankijken (=nog even afwachten)
- de Zak krijgen (=ontslagen worden)
- die geboren is om te hangen, Zal niet verdrinken. (=je kunt je lot niet ontlopen.)
- die in het voorjaar niet Zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je sparen voor je eigen oude dag)
- die molen maalt langZaam (=dat gaat traag)
- distels maaien is distels Zaaien (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
- dood en verderf Zaaien (=grote schade of vernietiging veroorzaken.)
- door het ijs Zakken (=niet aan de verwachtingen voldoen.)
- een doodshemd heeft geen Zakken. (=je hebt niets aan je geld als je dood bent)
- een duit in het Zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
- een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje Zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
- een gouden Zadel maakt geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
- een kat in de Zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
- een knoop in zijn Zakdoek leggen (=iets doen om ergens zeker aan herinnerd te worden)
- een loodje in het Zakje doen (=een kleine bijdrage leveren)
- een paard met een Zachte mond moet men met Zachte toom besturen. (=zachtaardige mensen moet men niet streng behandelen)
- een pakje wordt een Zakje. (=als je een probleem niet aanpakt kan het zich uitbreiden en erger worden.)
- één uur van onbedachtZaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
- een vreemdeling in JeruZalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
- een Zaak/kwestie aankaarten (=een onderwerp ter discussie brengen)
222 betekenissen bevatten `Za`
- wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger geZag moet men zich onderwerpen)
- op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens Zaak)
- mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft Zal het kind niet deugen)
- in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de Zaken niet goed te beoordelen)
- als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een Zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
- dun door de broek lopen. (=als iets niet mee Zal vallen)
- als honden konden bidden zou het kluiven regenen (=als is een niet ter Zake doende opmerking)
- wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkZaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
- allemans vriend is allemans gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, Zal men misbruik van je maken.)
- waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, Zal er ook niets van worden)
- gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je Zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
- de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet Zal ieder moeten bijdragen)
- wie hoog klimt kan laag vallen (=belangrijke Zaken snel kwijt raken door kleine dingen)
- ons kent ons (=betrekkelijk afgesloten clubje mensen dat onderling de Zaken regelt)
- daar zal wat zwaaien (=daar Zal een hartig woordje gesproken worden)
- dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar Zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
- na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het Zal mijn tijd wel duren)
- dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd Zal aflopen)
- dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de Zaak)
- dat paard zal mij niet meer slaan (=dat Zal mij niet meer gebeuren)
- er zal geen haan naar kraaien (=dat Zal niemand te weten komen)
- daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat Zal niet gauw gebeuren)
- daar kan niets van inkomen (=dat Zal niet lukken)
- daar kun je ketelaar van blijven (=dat Zal niets opbrengen)
- onder de pannen zijn (=de (geld)Zaken goed voor elkaar hebben)
- driemaal is scheepsrecht (=de derde keer Zal je wel gaan lukken)
- de puntjes op de i zetten (=de details erbij zetten - orde op Zaken stellen)
- de eigen boontjes doppen (=de eigen Zaken regelen zonder hulp van anderen)
- de spijker op de kop slaan (=de kern van de Zaak benoemen)
- het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorZaakt nog meer schade)
- ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename Zaken)
- de bijl ligt al aan de wortel (=de straf Zal spoedig volgen)
- wie de pot breekt betaalt de scherven (=de veroorZaker van schade moet de situatie zelf rechtzetten.)
- de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid Zal aan het licht komen)
- het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de Zaak definitief verliezen)
- de peer is nog niet rijp (=de Zaak is nog niet in orde)
- de lens is uit de wagen (=de Zaak is vastgelopen)
- het varken is door de buik gestoken (=de Zaak is vooraf bedisseld)
- de baars vergallen (=de Zaak laten mislukken)
- de molen is/loopt door de vang (=de Zaak of persoon is in de war (gek))
- de ossen achter de ploeg spannen (=de Zaak verkeerd aanpakken)
- het pleit winnen (=de Zaak winnen)
- je schaapjes op het droge hebben (=de Zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet meer te hoeven werken)
- oude wijn in nieuwe zakken (=de Zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
- dat zaakje zal wel doodbloeden (=die kwestie Zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
- voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere Zaken langer mee)
- zand schuurt de maag (=een beetje Zand eten is niet erg (meer algemeen: stel je niet aan!))
- brandende kwestie (=een dringende, actuele Zaak)
- dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken Zaak)
- tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - Zaak kunnen doen)
50 dialectgezegden bevatten `Za`
- 'k Za êm ne kiër ne poader schiwdren (=ik ga hem eens een loer draaien) (Kaprijks)
- 'k Za nukkie graalék mutte pisn (=ik zou eens dringend moeten plassen) (Baasrode)
- 't es Za voeër gedrodj en geskeet'n (=hij lijkt op zijn vader als twee druppels water) (Ninoofs)
- 't es Za voeër gedrojd en geskeet'n (=het is helemaal zijn vader) (Ninoofs)
- 't kot Za were te klêënne zijn (=dat Zal niet in goede aarde vallen) (Kaprijks)
- 't Za geklapt werr'n (=roddelen) (Oudenhoofs)
- 't Za nie mankeern (=daar kan je op rekenen) (Kaprijks)
- 't zà tog heen wâ zien zekr (=het Zal toch niet waar zijn) (Terneuzens)
- 't Za wel aw nekieër beginn schikt, zekere (=het is genoeg geweest) (Kaprijks)
- 't Za zè gat voeër'n (=hij Zal er moeten aan wennen) (Meers)
- A es geboern mé ne gouen leper in Za gat (=Van goede afkomst zijn) (Ninoofs)
- a skatj euger as da Za gat stoët (=Hij neemt teveel hooi op zijn vork) (Ninoofs)
- As 't al tegegåat Za nen hond de kèrk omvèr zjieëken (=Als iets niets meezit, zit het serieus tegen) (Zeels)
- As de s,i'j valt in sliek ,em-m wi'j mit dree daegen een arde diek (=Als het sneeuwt in de Za hte grond na de dooi, gaat het gauw weer vriezen) (Giethoorns)
- au es van Za gat gieën mieëster (=hij weet niet waar hij mee bezig is) (Ninoofs)
- au hoaring Za nie broan (=het het Zal je niet lukken) (Waarschoots)
- da vraagt Za gat met een donderwollek (=dat is evident) (Brussels)
- da Za ne blijn duun zijn (=als iemand sterft die de familie veel last bezorgde) (Wetters)
- Da Za tegen a jelee zèn (=Je moet er niet op rekenen) (Aalsters)
- da Za teigen à jaket zèn (=ge moet er niet op rekenen) (Aalsters)
- de diene Za nie mir moet'n weerekirren (=iemand die het er zich tijdens zijn leven van neemt) (Brakels)
- De locht stinkt, ' t Za stront regenen. (=Wordt smalend gezegd, nadat iemand een onwelriekende wind heeft gelaten.) (Aalsters)
- die Za mij nog over d'ou brigge haalpen (=die Zal mij nog de dood injagen) (Lokers)
- E Za zen salooë ensj krauëgen ze (=Iemand zijn Zaligheid / preek geven) (Liedekerks)
- ein Zaade ga kwoad aup ma, ge Za ga taug ma loetse (=ook al ben je kwaad, ik zie je nog graag) (Gents)
- em oep Za stertje daawe (=snel optrekken) (Antwerps)
- ge Za nooi nie-anders zien (=puur toeval) (Kaprijks)
- ge Za ta wel gewoaëre woorn (=je Zal het wel merken) (Kaprijks)
- Gij hei honderd, Za menneke! (=Nu is het genoeg geweest!) (Balens)
- hè Za oe oew part geeve (=hij Zal je je deel geven) (Tilburgs)
- ie hi nog liever van zn heloof of voe atn Za toeheven (=vast houdend) (Zeeuws)
- ij Za opgon veur zoat (=hij Zal eeuwig vrijgezel blijven) (Brakels)
- ij Za wè nog zijn kèrre kirn' (=hij Zal nog wel van gedacht veranderen) (Brakels)
- Ik Za neke ne stiën uin a gat benjn! (=Jij bent altijd weg) (Teralfens)
- in ieënen Za gat raun (=kopstaartbotsing) (Ninoofs)
- in Za gat gebeten (gaffronteerd) (=beledigd zijn) (Giesbaargs)
- jonk, 't Za nog onweern (=wanneer kinderen te wild zijn) (Kaprijks)
- Jumme hé das beschee'e Za (=Dat vind ik niet leuk) (Hulshouts)
- k dogge we a jie dat docht dirrem doch ik k Za t ok me dienken (=denken) (Zeeuws)
- lakka ge Za (=Gelijk je bent) (Nijlens)
- makrong (=koek mè pokken op zâ laif) (Dendermonds)
- op Za geld zitten, ne frang in twieen bouten (=gierig zijn) (Giesbaargs)
- spreekt in ge Za klabm (=zeg het met je eigen woorden) (Kaprijks)
- t'es wried Za den oijl assen zè jonk Zag! (=t'is erg zei de uil toen ie zijn jong Zag) (Ninoofs)
- tein wetje wa(d) ier datet Za Zauën (=dan Zal je weten hoe laat het is) (Liedekerks)
- ut Za dur krulle (=het Zal er spannen) (Tilburgs)
- ut Za oew kuntje vaore!! (=het Zal je tegenvallen!!) (Tilburgs)
- van Za gat geive (=vrijen) (Brussels)
- yj goa zâ père zeng (=hij Zal het moeilijk hebben) (Rous (Sint-Genesius-Rode))
- Za peike gescheite (=op vader lijken) (Rous (Sint-Genesius-Rode))
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen