Spreekwoorden met `Za`

Zoek


158 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Za`

  1. `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt Zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
  2. aan elkaar hangen als droog Zand (=geen enkele samenhang vertonen)
  3. advocaat van kwade Zaken (=wie slechte zaken verdedigt)
  4. als de berg niet tot Mohammed komt, Zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  5. als het varken Zat is, gooit het de bak om. (=gezegd als iemand geen dankbaarheid toont)
  6. als het water Zakt, kraakt het ijs (=elke oorzaak heeft gevolgen)
  7. als los Zand aan elkaar hangen (=zonder enige samenhang)
  8. bepakt en beZakt (=met (veel) bagage)
  9. bouw geen molen om een bak Zaad (=voor een kleinigheid moet men teveel moeite doen.)
  10. daar Zal wat zwaaien (=daar zal een hartig woordje gesproken worden)
  11. dat kan hij in zijn Zak steken (=dat is raak - die zit!)
  12. dat paard Zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
  13. dat schaap Zal een Zachte dood nemen. (=het wordt vergeten)
  14. dat sluit als een haspel in een Zak (=dat raakt kant noch wal)
  15. dat Zaakje Zal wel doodbloeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
  16. dat Zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  17. dat Zal hem niet glad zitten (=iets zal niet meevallen en moeilijk zijn)
  18. dat Zal je de dood niet aandoen (=iets is niet zo erg is als het lijkt)
  19. dat Zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan)
  20. dat Zal mijn klomp niet roesten (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen)
  21. de centen dansen hem in de Zak. (=hij kan niets sparen)
  22. de darmen Zalven. (=lekker eten en drinken.)
  23. de dood wil een oorZaak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom iets gebeurt)
  24. de hakken in het Zand zetten (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen)
  25. de kop in het Zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  26. de kurk waarop de Zaak drijft (=de basis (steun) van het geheel)
  27. de mens Zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
  28. de poten onder iemands stoel wegZagen (=iemands positie verzwakken)
  29. de tijd Zal het leren (=na verloop van tijd is er bekend hoe het gegaan is)
  30. de wolf Zal met het lam verkeren. (=er zal vrede zijn)
  31. de Zaak nog eens aankijken (=nog even afwachten)
  32. de Zak krijgen (=ontslagen worden)
  33. die geboren is om te hangen, Zal niet verdrinken. (=je kunt je lot niet ontlopen.)
  34. die in het voorjaar niet Zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je sparen voor je eigen oude dag)
  35. die molen maalt langZaam (=dat gaat traag)
  36. distels maaien is distels Zaaien (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  37. dood en verderf Zaaien (=grote schade of vernietiging veroorzaken.)
  38. door het ijs Zakken (=niet aan de verwachtingen voldoen.)
  39. een doodshemd heeft geen Zakken. (=je hebt niets aan je geld als je dood bent)
  40. een duit in het Zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  41. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje Zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  42. een gouden Zadel maakt geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
  43. een kat in de Zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
  44. een knoop in zijn Zakdoek leggen (=iets doen om ergens zeker aan herinnerd te worden)
  45. een loodje in het Zakje doen (=een kleine bijdrage leveren)
  46. een paard met een Zachte mond moet men met Zachte toom besturen. (=zachtaardige mensen moet men niet streng behandelen)
  47. een pakje wordt een Zakje. (=als je een probleem niet aanpakt kan het zich uitbreiden en erger worden.)
  48. één uur van onbedachtZaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
  49. een vreemdeling in JeruZalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  50. een Zaak/kwestie aankaarten (=een onderwerp ter discussie brengen)

222 betekenissen bevatten `Za`

  1. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger geZag moet men zich onderwerpen)
  2. op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens Zaak)
  3. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft Zal het kind niet deugen)
  4. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de Zaken niet goed te beoordelen)
  5. als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een Zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
  6. dun door de broek lopen. (=als iets niet mee Zal vallen)
  7. als honden konden bidden zou het kluiven regenen (=als is een niet ter Zake doende opmerking)
  8. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkZaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  9. allemans vriend is allemans gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, Zal men misbruik van je maken.)
  10. waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, Zal er ook niets van worden)
  11. gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je Zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  12. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet Zal ieder moeten bijdragen)
  13. wie hoog klimt kan laag vallen (=belangrijke Zaken snel kwijt raken door kleine dingen)
  14. ons kent ons (=betrekkelijk afgesloten clubje mensen dat onderling de Zaken regelt)
  15. daar zal wat zwaaien (=daar Zal een hartig woordje gesproken worden)
  16. dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar Zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  17. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het Zal mijn tijd wel duren)
  18. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd Zal aflopen)
  19. dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de Zaak)
  20. dat paard zal mij niet meer slaan (=dat Zal mij niet meer gebeuren)
  21. er zal geen haan naar kraaien (=dat Zal niemand te weten komen)
  22. daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat Zal niet gauw gebeuren)
  23. daar kan niets van inkomen (=dat Zal niet lukken)
  24. daar kun je ketelaar van blijven (=dat Zal niets opbrengen)
  25. onder de pannen zijn (=de (geld)Zaken goed voor elkaar hebben)
  26. driemaal is scheepsrecht (=de derde keer Zal je wel gaan lukken)
  27. de puntjes op de i zetten (=de details erbij zetten - orde op Zaken stellen)
  28. de eigen boontjes doppen (=de eigen Zaken regelen zonder hulp van anderen)
  29. de spijker op de kop slaan (=de kern van de Zaak benoemen)
  30. het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorZaakt nog meer schade)
  31. ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename Zaken)
  32. de bijl ligt al aan de wortel (=de straf Zal spoedig volgen)
  33. wie de pot breekt betaalt de scherven (=de veroorZaker van schade moet de situatie zelf rechtzetten.)
  34. de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid Zal aan het licht komen)
  35. het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de Zaak definitief verliezen)
  36. de peer is nog niet rijp (=de Zaak is nog niet in orde)
  37. de lens is uit de wagen (=de Zaak is vastgelopen)
  38. het varken is door de buik gestoken (=de Zaak is vooraf bedisseld)
  39. de baars vergallen (=de Zaak laten mislukken)
  40. de molen is/loopt door de vang (=de Zaak of persoon is in de war (gek))
  41. de ossen achter de ploeg spannen (=de Zaak verkeerd aanpakken)
  42. het pleit winnen (=de Zaak winnen)
  43. je schaapjes op het droge hebben (=de Zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet meer te hoeven werken)
  44. oude wijn in nieuwe zakken (=de Zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
  45. dat zaakje zal wel doodbloeden (=die kwestie Zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
  46. voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere Zaken langer mee)
  47. zand schuurt de maag (=een beetje Zand eten is niet erg (meer algemeen: stel je niet aan!))
  48. brandende kwestie (=een dringende, actuele Zaak)
  49. dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken Zaak)
  50. tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - Zaak kunnen doen)

50 dialectgezegden bevatten `Za`

  1. 'k Za êm ne kiër ne poader schiwdren (=ik ga hem eens een loer draaien) (Kaprijks)
  2. 'k Za nukkie graalék mutte pisn (=ik zou eens dringend moeten plassen) (Baasrode)
  3. 't es Za voeër gedrodj en geskeet'n (=hij lijkt op zijn vader als twee druppels water) (Ninoofs)
  4. 't es Za voeër gedrojd en geskeet'n (=het is helemaal zijn vader) (Ninoofs)
  5. 't kot Za were te klêënne zijn (=dat Zal niet in goede aarde vallen) (Kaprijks)
  6. 't Za geklapt werr'n (=roddelen) (Oudenhoofs)
  7. 't Za nie mankeern (=daar kan je op rekenen) (Kaprijks)
  8. 't zà tog heen wâ zien zekr (=het Zal toch niet waar zijn) (Terneuzens)
  9. 't Za wel aw nekieër beginn schikt, zekere (=het is genoeg geweest) (Kaprijks)
  10. 't Za zè gat voeër'n (=hij Zal er moeten aan wennen) (Meers)
  11. A es geboern mé ne gouen leper in Za gat (=Van goede afkomst zijn) (Ninoofs)
  12. a skatj euger as da Za gat stoët (=Hij neemt teveel hooi op zijn vork) (Ninoofs)
  13. As 't al tegegåat Za nen hond de kèrk omvèr zjieëken (=Als iets niets meezit, zit het serieus tegen) (Zeels)
  14. As de s,i'j valt in sliek ,em-m wi'j mit dree daegen een arde diek (=Als het sneeuwt in de Za hte grond na de dooi, gaat het gauw weer vriezen) (Giethoorns)
  15. au es van Za gat gieën mieëster (=hij weet niet waar hij mee bezig is) (Ninoofs)
  16. au hoaring Za nie broan (=het het Zal je niet lukken) (Waarschoots)
  17. da vraagt Za gat met een donderwollek (=dat is evident) (Brussels)
  18. da Za ne blijn duun zijn (=als iemand sterft die de familie veel last bezorgde) (Wetters)
  19. Da Za tegen a jelee zèn (=Je moet er niet op rekenen) (Aalsters)
  20. da Za teigen à jaket zèn (=ge moet er niet op rekenen) (Aalsters)
  21. de diene Za nie mir moet'n weerekirren (=iemand die het er zich tijdens zijn leven van neemt) (Brakels)
  22. De locht stinkt, ' t Za stront regenen. (=Wordt smalend gezegd, nadat iemand een onwelriekende wind heeft gelaten.) (Aalsters)
  23. die Za mij nog over d'ou brigge haalpen (=die Zal mij nog de dood injagen) (Lokers)
  24. E Za zen salooë ensj krauëgen ze (=Iemand zijn Zaligheid / preek geven) (Liedekerks)
  25. ein Zaade ga kwoad aup ma, ge Za ga taug ma loetse (=ook al ben je kwaad, ik zie je nog graag) (Gents)
  26. em oep Za stertje daawe (=snel optrekken) (Antwerps)
  27. ge Za nooi nie-anders zien (=puur toeval) (Kaprijks)
  28. ge Za ta wel gewoaëre woorn (=je Zal het wel merken) (Kaprijks)
  29. Gij hei honderd, Za menneke! (=Nu is het genoeg geweest!) (Balens)
  30. Za oe oew part geeve (=hij Zal je je deel geven) (Tilburgs)
  31. ie hi nog liever van zn heloof of voe atn Za toeheven (=vast houdend) (Zeeuws)
  32. ij Za opgon veur zoat (=hij Zal eeuwig vrijgezel blijven) (Brakels)
  33. ij Za wè nog zijn kèrre kirn' (=hij Zal nog wel van gedacht veranderen) (Brakels)
  34. Ik Za neke ne stiën uin a gat benjn! (=Jij bent altijd weg) (Teralfens)
  35. in ieënen Za gat raun (=kopstaartbotsing) (Ninoofs)
  36. in Za gat gebeten (gaffronteerd) (=beledigd zijn) (Giesbaargs)
  37. jonk, 't Za nog onweern (=wanneer kinderen te wild zijn) (Kaprijks)
  38. Jumme hé das beschee'e Za (=Dat vind ik niet leuk) (Hulshouts)
  39. k dogge we a jie dat docht dirrem doch ik k Za t ok me dienken (=denken) (Zeeuws)
  40. lakka ge Za (=Gelijk je bent) (Nijlens)
  41. makrong (=koek mè pokken op zâ laif) (Dendermonds)
  42. op Za geld zitten, ne frang in twieen bouten (=gierig zijn) (Giesbaargs)
  43. spreekt in ge Za klabm (=zeg het met je eigen woorden) (Kaprijks)
  44. t'es wried Za den oijl assen zè jonk Zag! (=t'is erg zei de uil toen ie zijn jong Zag) (Ninoofs)
  45. tein wetje wa(d) ier datet Za Zauën (=dan Zal je weten hoe laat het is) (Liedekerks)
  46. ut Za dur krulle (=het Zal er spannen) (Tilburgs)
  47. ut Za oew kuntje vaore!! (=het Zal je tegenvallen!!) (Tilburgs)
  48. van Za gat geive (=vrijen) (Brussels)
  49. yj goa zâ père zeng (=hij Zal het moeilijk hebben) (Rous (Sint-Genesius-Rode))
  50. Za peike gescheite (=op vader lijken) (Rous (Sint-Genesius-Rode))




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen