Spreekwoorden met `Oede`

Zoek


64 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Oede`

  1. aan elke gOede visser ontsnapt wel eens een aal (=iedereen maakt wel eens een foutje)
  2. al het gOede komt van boven (=alle zegen komt van god)
  3. alle gOede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
  4. als de armOede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  5. als ik ze niet hoef te hOeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=ik bemoei me niet met andermans zaken als het niet hoeft)
  6. armOede zoekt list. (=armoede dwingt om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om rond te komen)
  7. beproeft alle dingen en behoudt het gOede. (=weet wat er allemaal is, maar doe alleen de goede dingen)
  8. beter een gOede buur dan een verre vriend (=vriendschap op afstand is minder waardevol)
  9. bij mOeders pappot (=thuis)
  10. bij mOeders pappot blijven (=thuis blijven - enkel spreken over iets waar men iets over weet)
  11. daar helpt geen lievemOederen/mOedertje lief aan (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  12. dat zaakje zal wel doodblOeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
  13. de lange weg maakt een mOede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
  14. de nacht is een gOede raadsman. (=een nachtje slapen is goed bij het nemen van beslissingen)
  15. de weg naar de hel is geplaveid met gOede voornemens (=veel goede voornemens hebben zonder ze daadwerkelijk uit te voeren)
  16. doekje voor het blOeden (=een schrale troost, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
  17. door de spitsrOeden lopen. (=veel kritiek krijgen, gestraft worden)
  18. een (gOede) neus voor iets hebben (=precies aanvoelen hoe iets moet of gaat)
  19. een goed paard maakt nog geen gOede ruiter. (=niet enkel de middelen tellen, ook de vaardigheid is belangrijk om resultaat te krijgen.)
  20. een gOede beurt geven (=grondig reinigen, grondig aanpakken)
  21. een gOede beurt maken (=iets heel goed doen, een goede indruk maken)
  22. een gOede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  23. een gOede daad is goud waard (=iemand helpen is goed)
  24. een gOede dam leggen. (=goed eten (voor het drinken van alcohol))
  25. een gOede gevel versiert het huis. (=gezegd over mensen met een grote neus)
  26. een gOede haan kraait nog wel eens weer. (=een goede leider waarschuwt meer dan eens)
  27. een gOede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  28. een slak op de gOede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg (=je kunt beter iets langzaam en goed doen, dan snel en niet goed)
  29. eet geen paaseieren op gOede vrijdag (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
  30. effen rekening maakt gOede vrienden (=of anders: schulden maken vijanden)
  31. gOede naam is beter dan gOede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld)
  32. gOede papieren hebben (=de goede eigenschappen hebben (voor een baan))
  33. gOede raad is duur (=bijna te moeilijk om raad te kunnen geven)
  34. gOede raad is goud waard (=met goede aanwijzingen kan je heel veel doen)
  35. gOede sier maken (=er (overdreven) goed van leven / goed overkomen bij anderen)
  36. gOede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
  37. gOede wijn behoeft geen krans (=iets wat goed is hoeft niet geprezen worden)
  38. gOederen in de dode hand (=goederen die niet vererven)
  39. het bij het gOede/rechte eind hebben (=gelijk hebben)
  40. het hart op de gOede plaats hebben (=een oprecht en menslievend karakter hebben)
  41. iemand na in den blOede zijn (=van iemand een bloedverwant zijn)
  42. iets in gOede banen leiden (=ervoor zorgen dat iets goed verloopt)
  43. iets met de mOedermelk binnenkrijgen (=iets leren in de eerste levensjaren)
  44. in gOede aarde vallen (=door de ontvanger goed ontvangen worden)
  45. in gOede doen (=in goede vorm)
  46. in gOede dorpen zijn/geraken (=genoeg verdiend hebben om niet meer te hoeven werken)
  47. in koelen blOede iets doen (=geheel kalm en rustig iets doen, alsof er niets aan de hand is)
  48. kwade gezelschappen bederven gOede zeden. (=slechte eigenschappen overnemen van slechte vrienden)
  49. met de mOedermelk ingezogen hebben (=van jongs af zo geleerd hebben)
  50. mOederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))

102 betekenissen bevatten `Oede`

  1. werelds goed is eb en vloed (=aardse gOederen komen en gaan)
  2. kunnen lezen en schrijven (=al lange tijd gOede diensten bewezen hebben)
  3. de derde streng houdt de kabel. (=alle gOede dingen bestaan in drieën)
  4. mal moertje mal kindje (=als de mOeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  5. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde gOederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  6. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je gOede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
  7. goed voorbeeld doet goed volgen (=als je zelf op de gOede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  8. goed voorgaan doet goed volgen (=als je zelf op de gOede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  9. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvlOeden)
  10. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armOede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  11. armoede zoekt list. (=armOede dwingt om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om rond te komen)
  12. keur baart angst. (=bang zijn om niet de gOede keuze te maken door een teveel aan opties)
  13. te goeder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor gOede dingen)
  14. vis moet (wil) zwemmen (=bij een gOede maaltijd hoort een goed glas wijn (bier))
  15. zin noch wit hebben (=buiten jezelf zijn van wOede)
  16. het is daar armoe troef (=daar heerst grote armOede)
  17. olie op de golven gieten/gooien (=de gemOederen kalmeren)
  18. goede papieren hebben (=de gOede eigenschappen hebben (voor een baan))
  19. in diskrediet brengen (=de gOede naam aantasten)
  20. de bokken van de schapen scheiden (=de gOeden van de kwaden scheiden)
  21. alles kort en klein slaan (=de hele inbOedel kapot slaan)
  22. de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalenteerde personen wegsturen, de minder gOede dingen sorteren van de gOede dingen)
  23. regen in mei, dan is april voorbij (=de natuur kiest vanzelf de gOede volgorde)
  24. tijd heeft vleugels en geen teugels. (=de tijd gaat snel en is niet te beïnvlOeden)
  25. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het gOede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  26. zoete broodjes bakken (=dingen zeggen om een gOede indruk achter te laten bij mensen met invloed)
  27. door het lint gaan (=door wOede je emoties niet (meer) onder controle kunnen houden)
  28. tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel gOede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
  29. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een gOede afwerking)
  30. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een gOede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  31. een wit voetje halen (=een gOede indruk maken bij de leider(s))
  32. hoge ogen gooien (=een gOede kans maken op iets)
  33. een goede haan kraait nog wel eens weer. (=een gOede leider waarschuwt meer dan eens)
  34. een goede naam is beter dan olie (=een gOede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  35. goed te boek staan (=een gOede reputatie hebben)
  36. goede naam is beter dan goede olie (=een gOede reputatie is beter dan veel geld)
  37. in een goed blaadje proberen te komen (=een gOede reputatie proberen te verkrijgen)
  38. een koopman een loopman. (=een gOede verkoper gaat bij zijn klanten langs)
  39. een leugentje om bestwil (=een leugen met een gOede bedoeling)
  40. schone appels zijn ook wel zuur. (=een mooie vrouw is niet vanzelfsprekend een gOede echtgenote)
  41. alle dagen geen vetpot zijn (=er is armOede)
  42. er is onkruid onder de tarwe (=er zijn minderwaardige gOederen (of personen) tussen de betere)
  43. lont ruiken (=ergens het vermOeden toe hebben / het gevaar tijdig aanvoelen)
  44. uit de kleine kinderen zijn (=geen kleine kinderen meer hoeven opvOeden)
  45. gehuisd en gehoofd zijn (=gegOede burger zijn)
  46. men wordt wel door een mestkar maar niet door een rijtuig overreden (=goed opgevOede mensen beledigen anderen minder)
  47. buig de boom als hij jong is (=gOede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
  48. het takje buigen als het nog jong is (=gOede gewoonten leert men het beste op jonge leeftijd aan)
  49. de vogel over het net laten vliegen (=gOede kansen niet aangrijpen)
  50. goederen in de dode hand (=gOederen die niet vererven)

8 dialectgezegden bevatten `Oede`

  1. die Oede scheure stoat in brande (=die ouwe man is verliefd) (Poperings)
  2. en Oede tjuke, e cariot (=een oude fiets) (Veurns)
  3. in d' Oede veure slaap'n (=in zijn onopgemaakt bed slapen) (Veurns)
  4. malardn, kloîtn van Oede gardn (=wat zullen we eten) (Kortemarks)
  5. Oede vint (=oude man) (Veurns)
  6. sniesters, kloîtn van Oede miniesters (=wat eten we) (Kortemarks)
  7. t' zeijkt Oede wuvn (=het regent pijpestelen) (Eernegems)
  8. van klorre gewunte den Oede weg inslon (=door gewoontevorming de vorige weg nemen) (Veurns)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen