Spreekwoorden met `OD`

Zoek


189 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `OD`

  1. aan een doOD paard trekken. (=je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
  2. achter de vODden zitten (=opjagen)
  3. alle hoop de bODem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  4. als de boter duur wordt, leert men het broOD droog eten. (=als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
  5. als de doOD zijn voor iets (=heel erg bang zijn voor iets)
  6. als de noOD aan de man komt (=als het ernstig wordt)
  7. als de noOD het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
  8. als een vlag op een mODderschuit (=dat is veel te mooi voor die situatie)
  9. als je veel eet, dan ben je lelijk als je doOD bent. (=waarschuwing tegen te veel eten.)
  10. als warme broODjes over de toonbank gaan (=zeer goed verkopen)
  11. altijd broOD eten verdriet ook. (=een mens wil ook eens een verzetje.)
  12. avondroOD, mooi weer aan boord (=na een rode avondlucht volgt mooi weer)
  13. bakkerskinderen eten oud broOD. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  14. beter blODe Jan dan dODe Jan (=het is beter zich laf blood te gedragen, dan te sterven, dood te zijn)
  15. bij gebrek aan broOD eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
  16. bij gebrek aan broOD eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  17. bloot slaat doOD (=iemand voor het blok zetten: iemand dwingen een keuze te maken)
  18. boompje groot, plantertje doOD (=sommige dingen hebben effecten die je niet kunt voorzien)
  19. boter op je hoofd smeren en droog broOD eten. (=in de war zijn.)
  20. broODnODig (=onmisbaar)
  21. daar lusten de honden geen broOD van. (=het is volstrekt onacceptabel)
  22. dat is de gODen verzoeken (=te grote risico`s nemen)
  23. dat schaap zal een zachte doOD nemen. (=het wordt vergeten)
  24. dat zaakje zal wel doODbloeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
  25. dat zal je de doOD niet aandoen (=iets is niet zo erg is als het lijkt)
  26. dat zet geen zODen aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  27. de aanval bloedt doOD (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking)
  28. de bODem inslaan (=vernietigen (bv.: de hoop de bodem inslaan))
  29. de broODkorf hoger hangen. (=bezuinigen)
  30. de broODkruimels steken hem (=hij kan de welstand niet dragen)
  31. de doOD kent geen lieve kinderen (=ieder moet sterven)
  32. de doOD of de gladiolen (=er vol voor gaan, zonder compromissen.)
  33. de doOD op het lijf jagen (=schrik aanjagen)
  34. de doOD wil een oorzaak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom iets gebeurt)
  35. de een z`n doOD is een ander z`n broOD (=wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van)
  36. de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (ExODus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
  37. de kaas niet van het broOD laten eten (=de voordelen niet zomaar laten afpakken)
  38. de kunst gaat om broOD (=een kunstenaar verdient moeizaam z`n brood)
  39. de laatste loODjes wegen het zwaarst (=het afwerken is vaak het lastigst)
  40. de lijdensbeker tot de bODem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  41. de mens wikt, maar GOD beschikt (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  42. de mens zal bij broOD alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
  43. de mussen vallen (doOD) van de daken (=het is snikheet)
  44. de rODe cijfers (=de verliescijfers)
  45. de rODe draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
  46. de rODe haan laten kraaien (=iets in brand steken)
  47. de sleutel op de doODskist leggen (=een erfenis weigeren)
  48. de tafel de nODige eer bewijzen. (=smakelijk gaan eten.)
  49. dODe honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
  50. doOD en begraven zijn (=definitief voorbij zijn.)

131 betekenissen bevatten `OD`

  1. de morgen doet het werk. (=`s morgens ben je het prODuctiefst)
  2. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zODat elke fout direct opgemerkt wordt)
  3. het lood al in de bil hebben (=al gestraft zijn voor iets. (geschoten zijn met een lODen kogel))
  4. al het goede komt van boven (=alle zegen komt van gOD)
  5. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nODig om ergens te komen)
  6. in de nood eet de duivel vliegen. (=als je in noOD verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
  7. op apegapen liggen (=bijna doOD of erg benauwd zijn)
  8. aan de rand van het graf staan (=bijna doOD zijn)
  9. met een been in het graf staan (=bijna doOD, ernstig ziek)
  10. zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedroOD worden (van schaamte))
  11. magere Hein (=de doOD)
  12. iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en doOD en welbevinden)
  13. iemands levensdraad afsnijden (=dODen)
  14. om zeep brengen/helpen/zijn (=dODen/mislukken)
  15. bij de mieren zijn (=doOD)
  16. om een luchtje gaan (=doOD gaan)
  17. de kraaienmars blazen (=doOD gaan)
  18. de tol aan de natuur betalen (=doOD gaan)
  19. het hoekje om gaan (=doOD gaan)
  20. Pietje de dood maait altijd. (=doODgaan is onvermijdelijk)
  21. tegen de dood is geen kruid gewassen. (=doODgaan is onvermijdelijk)
  22. tegen de muur zetten (=doODschieten)
  23. niet door mensenhanden gebouwd (=door GOD of natuur tot stand gebracht)
  24. met een rode letter aangetekend staan (=duidelijk vermeld , zODanig dat het zeker niet vergeten wordt)
  25. een te grote broek aantrekken (=een doel stellen waarvoor je niet de benODigde middelen hebt)
  26. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rODe kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  27. een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn broOD)
  28. de kunst gaat om brood (=een kunstenaar verdient moeizaam z`n broOD)
  29. bij Neck om naar Den Haag (=een onnODige omweg maken)
  30. een achterdeurtje openhouden (=een redmiddel in noOD houden)
  31. zo rood als een kreeft (=een rODe kleur hebben. (kreeft wordt knalroOD tijdens het koken))
  32. een man als David (=een sterke kerel (David doODde de reus Goliath))
  33. er verdrinken er meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen doOD door het drinken van alcohol)
  34. met tijd en stond, gaat men de wereld rond. (=er is een juiste tijd is voor alles en sommige dingen hebben tijd nODig)
  35. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen gerODdeld als er ook naar geluisterd wordt)
  36. met Noach in de ark geweest zijn (=erg oud(erwets) en uit de mODe zijn)
  37. uit de muur eten (=fastfoOD eten)
  38. de geest is gewillig maar het vlees is zwak. (=geef niet toe aan verbODen verleidingen)
  39. je kruit droog houden (=geen onnODige acties ondernemen of energie verspillen.)
  40. het huisje bij het schuurtje houden/laten (=geen onnODige uitgaven doen)
  41. zo dood als een pier (=geheel en al doOD, als een aardworm die slap aan de hengel hangt)
  42. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnODige dingen)
  43. je eindje wel kunnen halen (=genoeg (geld) hebben tot aan zijn doOD)
  44. het is geen aangenomen werk (=het hoeft niet noODzakelijk zo snel te gaan)
  45. beter blode Jan dan dode Jan (=het is beter zich laf bloOD te gedragen, dan te sterven, doOD te zijn)
  46. het is er als dood katoen. (=het is er doODsaai)
  47. niet kunnen heksen (=het niet zo snel afkunnen - er meer tijd voor nODig hebben)
  48. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doODstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
  49. niemand genoemd, niemand gelasterd. (=het vermijden van het noemen van namen voorkomt onnODige ruzie)
  50. hoer en tollenaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar (=hoe slecht je afkomst is, GOD houdt van je)

2 dialectgezegden bevatten `OD`

  1. OD aa bakkes! (=Zwijg!) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  2. OD ne kié je meulle gie (=Hou eens je mond) (Tielts)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen