27 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `been`
- aan een been knagen (=langdurig vergeefs bezig zijn)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- dat houdt me op de been (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol)
- door merg en been gaan (=hartverscheurend zijn)
- door merg en been gaan/dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
- een beentje lichten (=doen struikelen (letterlijk of figuurlijk))
- een blok aan het been (=een last zijn voor iemand anders.)
- een pleister op een houten been (=een nutteloos voorstel)
- er geen been in zien (=geen bezwaar onderkennen. Er niet voor terugschrikken)
- geen been aan de grond krijgen (=voorstel werd niet aangenomen)
- geen been hebben om op te staan (=geen enkele verantwoording kunnen geven)
- geen vlees zonder been (=niets zonder gebreken)
- het been stijf houden (=niet toegeven)
- iemand op het verkeerde been zetten (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
- je beste beentje voor zetten (=je uiterste best doen)
- met een been in het graf staan (=bijna dood, ernstig ziek)
- met het verkeerde been uit bed stappen (=een slecht humeur hebben)
- op de been blijven (=blijven staan; niet ziek worden; niet verslagen worden)
- op één been kan je niet lopen. (=gezegd als je één drankje gehad hebt en meer wilt)
- steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
- steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
- tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt)
- van kindsbeen af (=van jongsaf aan)
- vel over been zijn (=erg mager zijn)
- vlees en been bezitten (=niet mager en eerder groot zijn)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
- weer op de been zijn (=niet langer ziek zijn)
Eén betekenis bevat `been`
- steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
50 dialectgezegden bevatten `been`
- 'n skoer deur de beên krieg'n; 'n skoer deur de latten krieg'n (=verbaal flink op zijn kop krijgen) (Twents)
- 'T aachterste been antrekken (=Schiet eens wat op) (Giethoorns)
- 't is 'n hakk'nkruk (=hij is heel slecht ter been) (Westerkwartiers)
- 't spek aan zijn been hebben (=het kind van de rekening zijn) (Lovendegems)
- Aa lei mè zaan bieën in de pleuster (=Hij heeft een gipsverband om zijn been) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- as te kat van haus ès, ès doeë nog altijd de poes van de geboeëre (=met het JUISTE been uit 't VERKEERDE bed stappen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste grütter wils tene dan daste bès, geeste ne kër dür zen been zakke (=doe je nooit groter voor dan je bent, je benen kunnen die weelde niet dragen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Atte ooievaer op 1 been steet isse nie meer maagd (=Als de ooievaar op 1 been staat is die zwanger) (Diems)
- beste wier mèt zë kaud been auttët bed opgestoën (=weer niet goedgemutst) (Munsterbilzen - Minsters)
- d' r waar' n veul mens' n bij ' t pad (=er was veel publiek op de been) (Westerkwartiers)
- da waar tegenut zeer been (=dat beviel helemaal niet) (Oudenbosch)
- daaj hër hiësene zitte wol tèsse hër been (=zij laat haar gezin in de steek voor een jongere kerel) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj hèt de spènnëwubbe tèssën hër been (=wie niet waagt blijft maagd) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj hètte sjummel tèsse hër been ston (=daar is in jaren geen man meer aan geweest) (Bilzers)
- daaj lëp op hër lèste been (=ze gaat eerstdaags bevallen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae ès mèt hët verkeirde been aut bèd gestoeën (=hij is niet goedgemutst) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae hèttet spek on zen been (=die heeft het zitten) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae zen hiësene hange tësse zen been (=hij is er vanonder getrokken met een jongere) (Bilzers)
- das nog gee been gebroeëke (='t kon veel erger) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat geet dür merg en been (=daar krijg ik kippevel van) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat gijt deur maarg en been (=dat gaat door alles heen) (Westerkwartiers)
- dat gijt deur merg en been (=dat raakt je heel diep) (Westerkwartiers)
- dat hërbstë sjaunëkës aoën zën broek (=dat heb je mooi aan je been) (Munsterbilzen - Minsters)
- de been van onder zën K.... loope (=iets absoluut willen bereiken) (Munsterbilzen - Minsters)
- de bès terbij (=je hebt het spek aan je been) (Munsterbilzen - Minsters)
- de Frank staot nie 'ôoghe (=een slecht humeur hebben, met het verkeerde been uit bed zijn gestapt) (Zeeuws)
- de kaa geet mich dër merg en been (=ik ben helemaal verkild) (Munsterbilzen - Minsters)
- de kons zen knieëk tëlle (='t is vel over het been) (Munsterbilzen - Minsters)
- De tón es nog good, mer de raajer douge neet mieër (=Hij is slecht ter been) (Weerts)
- de tón is nog good, mer de raajer douge neet mieër (=iemand die slecht ter been is) (Weerts)
- Det waas tieëge 't kepélke gepisj (=Dat was tegen het zere been getrapt) (Weerts)
- die is nog gengig (=zij is nog goed ter been) (Heitsers)
- één 'n rad veur d'oog'n draai'n (=iemand op het verkeerde been zetten) (Westerkwartiers)
- één om 'e tuun leid'n (=iemand op het verkeerde been zetten) (Westerkwartiers)
- ei goa kramakkug (=hij is slecht te been en mankt wat) (Sint-Niklaas)
- ët toppunt van dërf : ne plissen-agent tieëge zën been pisse', en vroeëge of ët werm ès (=het toppunt van durf : een politie-agent tegen zijn benen plassen en vragen of het warm is) (Munsterbilzen - Minsters)
- ët zwiël onder zën viet hëbbe (=veel eelt onder zijn voeten hebben slecht te been zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
- ge kun z n knoke telle (=hij is vel over been) (Oudenbosch)
- geboorn mèt inn bèèn in de zèè (=geboren in Oostende) (Ostêns)
- hae hèt ne blok on ze been (=de aanemer klaagt steen en been) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae hoch et pak on zen been (=de expediteur stuurde alles in 't honderd) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae steet te daase op zên been (=hij is zat) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae zak dër zen been (=hij wankelt op zijn benen, hij is zat) (Munsterbilzen - Minsters)
- het an zen gette hemme (=het aan zijn been hebben (getten = slobkousen)) (Tiens)
- het hangt niet aan uw been (=het zit niet in de weg) (Westels)
- het loewet hemme (=het aan zijn been hebben) (Tiens)
- hij eeget on zen lits (=hij heeft het aan zijn been) (Overijses)
- Hij es mee 't verkeerde been uit zijn bedde gestapt (=Hij is niet goed geluimd) (Wetters)
- hij heget spek oan zen klwoate (=het aan zijn been hebben) (Brechts)
- hij het 'n blok aan 't been (=hij wordt in zijn doen en laten gehinderd) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen