Spreekwoorden met `Lu`

Zoek


165 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Lu`

  1. aan de Lus hangen (=recht blijven staan in tram of bus)
  2. als een Luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  3. als een Luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  4. als een tang op een varken passen/sLuiten (=niet bij elkaar passen)
  5. als honden konden bidden zou het kLuiven regenen (=als is een niet ter zake doende opmerking)
  6. beter één vogel in de hand dan tien in de Lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  7. bij het scheiden van de markt leert men de koopLui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
  8. daar is wat aan te kLuiven (=daar is werk aan)
  9. daar Lusten de honden geen brood van. (=het is volstrekt onacceptabel)
  10. dat is een rijkeLuiswens (=iets waar heel erg naar wordt verlangd)
  11. dat sLuit als een haspel in een zak (=dat raakt kant noch wal)
  12. de beste stuurLui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  13. de boeken sLuiten (=ermee stoppen - bankroet gaan)
  14. de grote klok Luiden (=op opvallende wijze bekend maken)
  15. de kap/sLuier/habijt aannemen (=in een klooster gaan)
  16. de klok hebben horen Luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  17. de klok Luiden maar niet schaften (=wel beloven maar niet doen)
  18. de kLuts kwijt zijn (=in de war zijn)
  19. de kou is uit de Lucht. (=het is opgelost)
  20. de Lucht hangt nog vol dagen. (=er is tijd genoeg)
  21. de ogen Luiken (=sterven)
  22. de ogen voor iets sLuiten (=oogluikend toelaten)
  23. de rokende vlaswiek niet uitbLussen (=de ijverigheid niet doven)
  24. de vruchten van iets pLukken (=het voordeel van iets hebben)
  25. die het geLuk vindt, die mag het oprapen. (=geluk komt onverwachts)
  26. die wijn drinkt kweekt Luizen. (=veel alcohol drinken maakt je arm)
  27. donderbuien zuiveren de Lucht. (=een ruzie kan een hangende situatie oplossen)
  28. door het kLuisgat aan boord komen (=de lagere rangen doorlopen alvorens bevelhebber te worden)
  29. een fLuitje van een cent (=een eenvoudige taak)
  30. een fLuwelen tong hebben (=met gladde woorden mensen kunnen overtuigen)
  31. een gat in de Lucht slaan (=een onnozele handeling doen)
  32. een gat in de Lucht springen (=ongeremd enthousiast zijn)
  33. een geLuk bij een ongeLuk (=terwijl iets mis gaat, gaat iets anders goed)
  34. een hardloper van Luie Kees (=een treuzelaar)
  35. een kLuwtje dat vanzelf afloopt. (=iets wat zich vanzelf oplost)
  36. een leventje als een Luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
  37. een Luchtje happen (=even buiten gaan wandelen)
  38. een Luchtje scheppen (=even buiten gaan wandelen)
  39. een Lucifer in drieën kunnen kloven (=erg zuinig zijn)
  40. een Lulletje rozenwater (=een weinig dynamisch persoon)
  41. een ongeLuk begaan (=zodanig kwaad zijn dat er `n ongeluk van komt)
  42. een ongeLuk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  43. een ongeLuk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  44. een oogje dichtdrukken/toeknijpen/Luiken (=niet optreden tegen iets wat eigenlijk niet mag. Iets gedogen)
  45. een oude bok Lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  46. een oude zwaLuw weet haar nest. (=oude mensen hebben veel levenservaring.)
  47. een pannetje Lusten (=een borrel lusten)
  48. een Piet Lut zijn (=kleinzerig zijn)
  49. een pLuim krijgen of geven (=een compliment krijgen of geven)
  50. een ridder van het Lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de schuld buiten jezelf leggen)

210 betekenissen bevatten `Lu`

  1. van de daken schreeuwen (=aan iedereen Luid kenbaar maken)
  2. niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoLuut niet kunnen tippen)
  3. naar zijn hielen omzien (=aan vLuchten denken)
  4. aan iemands lippen hangen (=aandachtig Luisteren)
  5. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig Luisteren)
  6. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig Luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  7. je ziel en zaligheid verkopen (=absoLuut alles opofferen)
  8. zo welkom als een hond in de keuken (=absoLuut niet welkom)
  9. op een letter doodblijven (=absoLuut niets veranderd willen zien)
  10. zo zeker als tweemaal twee vier is (=absoLuut zeker)
  11. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geLuk is nodig om ergens te komen)
  12. we gaan geen ijsje eten (=alles misLukt)
  13. na gedane arbeid is het goed rusten (=als een kLus geklaard is kan men er tevreden op terug kijken)
  14. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige kLus of een ingewikkeld gesprek))
  15. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je Luisteren)
  16. als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand geLukkig is, kan iedereen dat zien)
  17. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levensLust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  18. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en Lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  19. wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vLugger betaald)
  20. wie veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen maakt ongeLukkig)
  21. onder een gelukkig gesternte geboren zijn (=altijd voorspoed hebben en geLukkig zijn)
  22. maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware kLus (of op veel tegenstand))
  23. op een kratje zitten als dat nodig is (=bereid zijn om je aan te passen aan minder Luxe)
  24. er voor gaan (=besLuiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  25. ons kent ons (=betrekkelijk afgesloten cLubje mensen dat onderling de zaken regelt)
  26. er zijn geen rozen zonder doornen (=bij elk geLuk is er ook verdriet)
  27. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevLucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  28. de koning te rijk zijn. (=bijzonder geLukkig zijn)
  29. Haagse wind (=bLuf)
  30. op de boom verkopen (=boomvruchten verkopen voor ze gepLukt zijn)
  31. water bij de wijn doen (=compromissen zien te sLuiten)
  32. men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeLuisterd)
  33. die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te Lukken)
  34. dat staat als een paal boven water (=dat is een absoLute zekerheid)
  35. dat was op het nippertje (=dat is maar net geLukt)
  36. meer geluk dan wijsheid. (=dat was geLuk hebben.)
  37. daar kan niets van inkomen (=dat zal niet Lukken)
  38. de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een misLukking)
  39. de vogel is gevlogen (=de dader is al weg (of gevLucht))
  40. driemaal is scheepsrecht (=de derde keer zal je wel gaan Lukken)
  41. de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelende kLusjes opknappen)
  42. de groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige Lui leven op kosten van de gewone man)
  43. het slechtste wiel van de wagen kraakt meest. (=de minst competente persoon is vaak ook de Luidste)
  44. ijdele tonnen rollen het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de Luidste)
  45. holle vaten klinken het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de Luidste)
  46. roet in het eten gooien (=de pret bederven of een plan laten misLukken)
  47. de baars vergallen (=de zaak laten misLukken)
  48. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sLuit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
  49. die vlieger gaat niet op (=die gedachte gaat niet Lukken)
  50. om zeep brengen/helpen/zijn (=doden/misLukken)

4 dialectgezegden bevatten `Lu`

  1. aander Lu bin ook Lu (=ander Lui ben ook Lui) (Zeeuws)
  2. opgedrage an alle Lu i gullepe en a wirsziee van de Gulp, die hun plat nog kalle (=opgedragen aan alle mensen in Gulpen en aan beide kanten van de Gulp die hun dialect nog spreken) (Gulpens)
  3. Paartie Lu hebt aid geLuk, as ze in de vaort valt komt ze met een visse in de bek wèer boven (=GeLuksvogels heb je altijd) (Drents)
  4. su, kromme su hu oepeltje oepeltje Lu (=school) (Zeeuws)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen