1961 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `EE`
- `s Lands wijs, `s lands EEr (=ieder volk is gehecht aan zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
- `t Moet al EEn ruige hond wezen, die twEE nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
- aal is gEEn paling (=het mindere is niet gelijk aan het meerdere)
- aan alle dingen komt EEn eind. (=alles verandert)
- aan alles EEn kleurtje weten te geven (=voor alles wel een uitleg weten)
- aan de ene voet EEn schoen, de ander blootvoets (=evenwicht is voornaamst)
- aan EEn balk, die uit het bos gehaald wordt, moet vEEl gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
- aan EEn bEEn knagen (=langdurig vergeefs bezig zijn)
- aan EEn boom zo vol geladen, mist men EEn twEE pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
- aan EEn dood paard trekken. (=je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
- aan EEn goed kantoor zijn (=op de juiste plaats zijn)
- aan EEn klein vogeltje past gEEn grote bek. (=kinderen moeten gehoorzamen)
- aan EEn oor doof zijn (=iets niet willen horen)
- aan EEn oud dak moet je vEEl herstellen (=verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
- aan EEn stuk door (=ononderbroken)
- aan EEn touw trekken (=eensgezind optreden)
- aan EEn touwtje hebben (=in zijn macht hebben)
- aan EEn zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
- aan elke goede visser ontsnapt wel EEns EEn aal (=iedereen maakt wel eens een foutje)
- aan het (slEEp)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
- aan het klokzEEl hangen (=bekend maken)
- aan het verkEErde kantoor zijn (=iemand die je niet kan helpen)
- aan mijn lijf gEEn polonaise (=van mij moet je afblijven)
- aan zijn EErste leugen niet gebarsten en voor zijn twEEde niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
- aardewerk is gEEn paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
- acht is mEEr dan duizend (=voorzichtig zijn is het belangrijkste. (woordspeling: acht=`let op` niet `8`))
- achteruit gaan als EEn hollend paard (=snel terrein verliezen)
- Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
- al doende lEErt men (=door iets vaak te doen, leert men hoe het moet.)
- al draagt EEn aap EEn gouden ring, het is en blijft EEn lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
- al krijg ik geld mEE! (=dat doe ik beslist niet!)
- al lang en brEEd (=al lange tijd)
- alle bEEtjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
- alle dagen gEEn vetpot zijn (=er is armoede)
- alle dingen hebben twEE handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
- alle gekheid op EEn stokje (=maar nu liever ernstig)
- alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
- alle havens schutten gEEn wind (=niet alles levert een voordeel op)
- alle hout is gEEn timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
- alle molenaars zijn gEEn dieven (=scheer niet iedereen over dezelfde kam)
- alle scheuten zijn gEEn rozen. (=uiterlijk bedriegt; niet alles is van hoge kwaliteit.)
- alle tij hEEft zijn wEErtij (=alles heeft een keerzijde)
- alle vis is gEEn bakvis (=niet alles is even dienstig (of handelbaar of lekker))
- alle vloed hEEft zijn wEErloop. (=soms zit het mee en soms zit het tegen)
- alle winden hebben hun wEErwinden. (=soms zit het mee, soms zit het tegen)
- allEEn EEn piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
- allemans neus is gEEn kapstok. (=je moet niet alles aan iedereen vertellen.)
- alles op één kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gokken)
- alles over EEn kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
- als de boeren niet mEEr klagen en de pastoors niet mEEr vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
2307 betekenissen bevatten `EE`
- de oude mens afleggen (=(en de nieuwe aantrekken) EEn nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
- een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog gEEn ervaring mEE hebben)
- op de vingers kijken (=(Op EEn vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
- haarscherp (=(van EEn afbEElding) getrouw tot in fijne details)
- het licht zien (=1: begrijpen wat men daarvoor nog niet begrEEp 2: geboren worden, ontstaan)
- er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan (=aan alles komt EEn einde)
- aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar stEEds wEEr uitstellen)
- as is verbrande turf (=aan EEn belofte (as = als) heb je niets)
- aan de lopende band (=aan één stuk door; stEEds maar wEEr)
- tegen de klippen op gaan (=aan EEn stuk doorgaan (met liegen))
- bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, bestEEdt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
- van de daken schreeuwen (=aan iederEEn luid kenbaar maken)
- bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog EEn voorbEEld kunnen nemen)
- het land aan iets hebben (=aan iets EEn hekel hebben)
- een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet vEEl geld vragen)
- van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk allEEn heb je niets)
- in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan hEEft))
- aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die EEn wijs persoon mEEgEEft)
- als de ganzen (=achter elkaar op EEn rijtje)
- met de vork schrijven (=afzetten, mEEr kosten rekenen dan werkelijk gemaakt)
- op jaren komen (=al EEn zekere lEEftijd bereiken)
- al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men stEEds mEEr trek (ook figuurlijk).)
- het lood al in de bil hebben (=al gestraft zijn voor iets. (geschoten zijn met EEn loden kogel))
- de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich hEEn krijgen)
- gepokt en gemazeld zijn (=al vEEl ervaring hebben)
- in de lucht zitten (=algemEEn voorkomen)
- alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle bEEtjes helpen)
- een oortje gespaard is een oortje gewonnen. (=alle bEEtjes helpen als je spaart.)
- de derde streng houdt de kabel. (=alle goede dingen bestaan in drieën)
- kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zich uit EEn situatie te redden)
- voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iederEEn betalen)
- `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=allEEn EEn rijke man kan er EEn twEEde vrouw op na houden)
- het leven is meer dan eten en drinken. (=allEEn eten en drinken vult gEEn leven.)
- de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=allEEn hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen EEn toekomst bieden)
- de Mammon dienen (=allEEn maar belangstelling hebben voor geld)
- zonder geluk vaart niemand wel (=allEEn met hard werken komt men er niet, ook EEn bEEtje geluk is nodig om ergens te komen)
- om den brode doen (=allEEn werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
- lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar belEEfd hebben)
- alles over een kam scheren (=alles en iederEEn gelijk stellen)
- alle tij heeft zijn weertij (=alles hEEft EEn kEErzijde)
- wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=alles hEEft EEn reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
- de kruik gaat zolang te water tot zij barst (=alles hEEft zijn beperkingen)
- er is niets nieuws onder de zon (=alles is al EErder vertoond)
- eet geen paaseieren op goede vrijdag (=alles op zijn tijd, het fEEst niet te vroeg vieren)
- de volle laag krijgen (=alles over zich hEEn krijgen)
- geen middel onbeproefd laten (=alles proberen om EEn doel te bereiken.)
- alles malletje naar malletje doen/maken (=alles stEEds wEEr op precies dezelfde manier doen)
- iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, EEn te hoge prijs laten betalen)
- als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen hEEft, krijgen ook de ondergeschikten hun dEEl)
- het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon EEn grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
50 dialectgezegden bevatten `EE`
- ' T is gjEEne njEEmer EE (=Dit kan er nog wel bij) (maldegems)
- 'i EE hem overdoan (=hij hEEft te vEEl hooi op zijn vork genomen) (Waregems)
- 'k EE 'n maleurke tEE (g) nekoomn (=ik heb EEn ongelukje gehad) (Waregems)
- 'k EE 't s (w) ondre (=ik vraag mij af) (Waregems)
- 'k EE d'r gEEën goe ooëg' ip (=ik vertrouw het (zaakje) niet) (Waregems)
- 'k EE d'r gEEën ofdroag'n van (=ik voel me niet benadEEld) (Waregems)
- 'k EE prijs (=ik word beboet (verkEErsovertreding) ) (Waregems)
- 'k un EE gEEën ezelke die geld skijt (=ik bulk niet van het geld) (Waregems)
- 't EE gEEn avanse (='t Is de moeite niet) (Deinzes)
- 't EE gien eirde aun den dijk gebrocht. (=Het hEEft niks uitgehaald.) (Bevers)
- 't EE oltijd azooë ewEEst (=het is altijd zo gewEEst) (Waregems)
- 't éé plezier is 't ander wjeird (=altijd bereid zijn tot EEn wederdienst) (Sint-Niklaas)
- 't EE voedn gekrEEën (=het is spoorloos verdwenen) (Kaprijks)
- 't es EE ne nechte oeljefrot (=het is hier rommelig) (Hals)
- ’t èè nie vEEl geskollen of… (=het schEElde niet vEEl, of...) (Meers)
- ' k EE ' t ui egoovn (=ik heb het u gegeven) (Waregems)
- ' k EE ' t zondre ottie... (=ik vraag me af of hij...) (Waregems)
- ' k EE kik myn zakn vul (=Ik ben dronken) (Harelbeeks)
- a EE (=hij hEEft) (Meers)
- a EE ballekes (=hij hEEft ernaast gegrepen, hij hEEft niets) (Meers)
- a EE bloër'n op zèn leppen van de kèusser'n (=hij hEEft blazen op de lippen van de koorts) (Meers)
- a EE brauk (=hij staat in panne) (Meers)
- a EE doer niks te koetten (=hij hEEft daar niets te zeggen) (Meers)
- a EE EEn goat in zijn and (=iemand die zijn geld verspilt) (Gents)
- a EE gi zittend gat (=hij is rusteloos) (Meers)
- a EE gieël wa beziengs (=hij hEEft hEEl wat bekijks, hij krijgt hEEl vEEl aandacht) (Meers)
- a EE giën kauren, a es predde (=hij hEEft gEEn geld) (Ninoofs)
- a EE ginne rotte kluit (=hij hEEf/bezit niets, hij is arm, haveloos) (Meers)
- A EE kwintn (=Hij is wispelturig) (Giesbaargs)
- A EE ma ne poeëter geschiljerd (=Hij hEEft me wat geflikt!) (Ninoofs)
- a EE moor in zèn uëgen (=niet goed zien) (Meers)
- a EE ne langen eirem (=hij is invloedrijk) (Meers)
- a EE nen druëge lèver (=hij is dorstig) (Meers)
- a EE nog gi struë verleid (=hij hEEft nog niets gedaan) (Meers)
- a EE sa getès (=hij hEEft zijn bekomst) (Ninoofs)
- a EE sjau (=hij hEEft het zitten) (Meers)
- a EE van d'n ouwemaun (=hij hEEft rachitis of kalkziekte) (Meers)
- a èè van de riem (=hij hEEft van de riem hij is bedrogen) (Meers)
- a EE vEEl aftrok (=hij hEEft vEEl succes) (Meers)
- a EE vEEl pietn (=hij hEEft vEEl geld) (Meers)
- a EE vEEl toepEE (=hij hEEft vEEl lef, hij snoeft vEEl) (Meers)
- a EE vEEl trok (=hij trekt vEEl vrouwen aan) (Meers)
- a EE vEEl wezen (=hij is opmerkzaam) (Meers)
- A EE woeëter in zanne keljer (=Zijn broek is te kort) (Ninoofs)
- a EE zèn eirten g'at (=hij hEEft op zijn donder gekregen) (Meers)
- a EE zèn jongeren opgEEtn (=lange baard, iemand met lange baard) (Meers)
- a EE zèn kerre gekieërt (=hij is van gedacht veranderd) (Meers)
- a EE zèn tong verloren (=hij zwijgt en gEEn antwoord gEEft op EEn vraag) (Meers)
- a EE zèn uëgen ni op zè gat (=hij is opmerkzaam) (Meers)
- a EE zènne pere gezien (=hij hEEft het moeilijk gehad) (Meers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen