• zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis) • zo het handje thuis tost, tost het nergens (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis) • wel thuis kunnen blijven (=het wel kunnen vergeten) • van een koude kermis thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen) • van alle markten thuis zijn (=veel kunnen en handig zijn of veel weten) Toon alle 23 spreekwoorden die Thui bevatten