opbellen

werkw.
Uitspraak:  ɔbɛlə(n)]
Vervoegingen:  belde op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgebeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

via de telefoon contact zoeken
Voorbeelden:  `Bel even op als je weet hoe laat je aankomt.`,
`de dokter opbellen om een afspraak te maken`
Synoniemen:  bellen, telefoneren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbellen bellen iemand opbellen

4 definities op Encyclo
  1. Uit `De lagere vaktalen: Taal van post-, telegraaf- en telefoonpersoneel` 1914 een perceel opbellen.
  2. •"iemand ~": iemand telefonisch proberen te bereiken.
  3. door middel van een apparaat (de telefoon) op afstand met iemand praten vb: kan ik hier opbellen? Synoniemen: bellen telefoneren
  4. 1) Aanbellen 2) Bellen 3) Oproepen 4) Telefoneren 5) Telefonisch benaderen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
opbellen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `opbellen`.