11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `plan`1) boompje groot, plantertje dood. (=sommige dingen hebben effecten die je niet kunt voorzien.) 2) de plank misslaan. (=niet het goede inzicht hebben; ernaast zitten.) 3) de vaan van de opstand planten (='n opstand verwekken) 4) een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen) 5) een onbekookt plan (hebben) (=een plan hebben waar niet goed over is nagedacht) 6) men moet geen oude bomen verplanten/verpoten/verplaatsen. (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen) 7) oude bomen moet men niet verplanten (=oude mensen doet men liever niet verhuizen) 8) oude bomen verplant men niet (=oude mensen doet men liever niet verhuizen) 9) van de bovenste plank (=van de beste kwaliteit) 10) van dik hout zaagt men planken. (=niet al te nauwkeurig of zorgvuldig werken) 11) zijn planeet lezen (=de toekomst voorspellen) 16 betekenissen bevatten `plan`1) bij de tekst blijven (=bij het oorspronkelijke plan blijven) 2) die haring braadt niet. (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken.) 3) de mens wikt, maar God beschikt. (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt) 4) roet in het eten gooien (=de pret bederven of een plan laten mislukken) 5) een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door) 6) een ijzer in het vuur hebben (=een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld) 7) een onbekookt plan (hebben) (=een plan hebben waar niet goed over is nagedacht) 8) in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan.) 9) iets mannetje voor mannetje doen (=iets strikt volgens plan uitvoeren) 10) iets in zijn schild voeren (=iets van plan zijn, een geheim hebben, stilzwijgend een plan uitvoeren) 11) beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen) 12) denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig.) 13) in duigen vallen (=plannen die niet doorgaan / uiteenvallen - verloren gaan) 14) in de soep lopen. (=volledig mislukken (van een plan)) 15) haantje de voorste (=voortrekker - wie altijd op het voorplan wil staan) 16) te hooi en te gras (=zonder enige regelmaat of plan) Het dialectenwoordenboek kent 102 spreekwoorden met `plan`1) Deinzes: 'n en plankierkoarter (=een slechte kaartspeler) 2) Sint-Niklaas: 't is ne plangtrekker (=hij kan het altijd slim oplossen) 3) Waregems: 't volt één 't woatre (=het geplande gaat niet door) 4) Munsterbilzen - Minsters: aa beem mauste nimei verplante (=oude mensen leven niet meer lang als ze moeten verhuizen) 5) Wetters: astij ein zijne kop hé, eent hij oak nie in tholleken van zijn gat (=hij is niet van een bepaald plan af te brengen) 6) Munsterbilzen - Minsters: baeter e naachske triëver sloeëpe aste get vür daste zen plannen uitvoers, dan ternoë wakker te liggen asset te laot ès (=gedane zaken nemen geen keer) 7) Zeeuws: bestie boord (=plank in de bedstee) 8) Westerkwartiers: d'r kwam 'n kink ien 'e koabel (=er was tegenslag op de planning) 9) Westerkwartiers: da's 'n streek deur de reek'n (=dat verijdelt de plannen) 10) Klemskerks: Da's 't plang van (H)eist: vierkante zwienekootn me' roend' (h)oekn: zegswijze die men gebruikt om in te stemmen met iemands voorstel (=Dat is het plan van Heist: vierkante zwijnenkoten met ronde hoeken) 11) Westerkwartiers: dat plan lijt op 'e teek'ntoavel (=dat plan wordt nu uitgewerkt) 12) Rillaars: De kloan biëte doen. (=Hakselen tussen de jong bietenplantjes om het onkruid en de ongewenste bietenplantjes te verwijderen.) 13) Munsterbilzen - Minsters: de kons zene villo ter tiëge zètte (=grote planten in de tuin hebben) 14) Bilzers: De plank èn 't koêt! (=De deur dicht!) 15) Bilzers: de plank ènnet koet ! (=doe de deur dicht !) 16) Munsterbilzen - Minsters: de plank nogal ès misslon (=geregeld verkeerde beslissingen nemen) 17) Ninoofs: de plank op en binn'n (=het kon niet rap genoeg gaan) 18) Ninoofs: de plank op en binnen (=Dat was vlug in orde) 19) Ninoofs: De plank op en binnen (=Het was vlug gebeurd) 20) olens: Denket nie. (=Zulks ben ik niet van plan) 21) Westerkwartiers: die lopt as 'n piek die 't ei niet kwiet ken (=die kan haar plannen niet uitvoeren) 22) Mestreechs: diech un plaank tikke (=de plank mis slaan) 23) Mestreechs: diech un plaat tikke (=de plank mis slaan) 24) Westerkwartiers: doar stijt nog 'n potje op 't vuur (=daar worden nog plannen uitgebroed) 25) Bilzers: Doêt de plank èn 't koêt! (=Doe de deur dicht!) 26) Venloos: Doot de plank in 't gaat (=Doe de deur dicht) 27) Westerkwartiers: één ien 'e koart kiek'n (=iemands plannen afkijken) 28) Volendams: ei et onderd beroaden in ut uur. (=hij verandert steeds zijn plannen) 29) Sint-Niklaas: ei trekt goe zènne streng (=hij kan goed zijn plan trekken) 30) Bilzers: geld és drek mér én drek plante ze bloeme en griente (=geld is niet waard om voor te leven, maar het maakt het leven meer waard) 31) Westerkwartiers: gien waark, gien hunning (=geen werk, geen brood op de plank) 32) Londerzeels: goit van mijn plansier (=ga van mijn voetpad af) 33) haags: gooi die plank is in dat gat (=doe die deur eens dicht) 34) Munsterbilzen - Minsters: got toch petatte plante, joeng (=maak dat je weg bent !) 35) Munsterbilzen - Minsters: hae ès mekan de plank aof (=hij is bijna failliet) 36) Munsterbilzen - Minsters: hae kan zene streng goed trèkke (=hij trekt zijn plan) 37) Munsterbilzen - Minsters: hae wollet ijzer smieë terwaajl et heet ès (=de smid smeedde nieuwe plannen) 38) Steins: hiël get op de plank höbbe (=flinke borsten hebben) 39) Westerkwartiers: hij het nog meer piel'n op zien boog (=hij is nog meer van plan te gaan doen) 40) Westerkwartiers: hij ston op 't punt om vot te goan (=hij was net van plan te vertrekken) 41) Horsters: Houw dih plank in dát gaat (=Maak die deur dicht) 42) Munsterbilzen - Minsters: ich kan men eege erte wol doppe (=ik kan mijn plan wel trekken) 43) Waregems: ie e(s) van de planke, ie 'n weet niemre woar da 't skeeêt (=hij is het noorden kwijt) 44) Waregems: ie trek zijn'n plan (=hij slaat er zich doorheen) 45) Giethoorns: Iene de planeet oplezen (=Iemand de wacht aanzetten) 46) Waregems: in iemands ropn skijtn (=iemands plannen dwarsbomen) 47) West-Vlaams: in plan loat'n (=in de steek laten.) 48) kortemarks: in plan loatn (=in de steek laten) 49) West-Vlaams: in zyn roap'n schyt'n (=iemands plannen dwarsbomen.) 50) Zottegems: kan d'r nkl zijne vélo tegezetten (=Grote aardappelplanten) 0 1 2 Volgende Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote:
Nederlandstalige spreekwoorden,
Nederlandstalige gezegden en Wikipedia:
Lijst van Nederlandse spreekwoorden.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Tips en mededelingen Tip: Weet u spreekwoorden die typisch zijn voor uw dialect? Voeg ze toe in het dialectenwoordenboek en het verschijnt automatisch in deze lijst. | WoordenboekSpreekwoordenVertalenEncyclopedieRecente zoekopdrachtenTussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden• plan (11) • duivel (12) • beminnen (1) • aan de stok hebb (2) • De Dam (3) • inne (36) • boont (7) • afleggen (2) • Anu (2) • Roke (10) • ter aarde bestellen (1) • lach als je begraven wordt (1) • regem (1) • de mond (28) • ijte (20) | |||||||
| © Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met... | ||||||||