Eén spreekwoord bevat `koest`
- een adder aan zijn borst/boezem koesteren (=iets doen voor een ondankbaar iemand)
Eén betekenis bevat `koest`
- een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
6 dialectgezegden bevatten `koest`
- A-j botter op 'n kop hebt, mu-j nich in de zunne loop'n (=Wie geen zuiver geweten heeft, kan zich beter koest houden) (Twents)
- en nouw oudoe eige koest (=en nu moet je verder rustig blijven) (Oudenbosch)
- Gien iene gef om 't reur (=Iedereen houdt zich koest) (Giethoorns)
- Ie mut oe koest hollen (=Je moet je rustig houden) (Hoogeveens)
- koesj, zich gedoeks houwe (=koest houden, verstopt zijn) (Heerlens)
- oud oi koest (=hou je kalm) (Waregems)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen