Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kruis`

  1. de degens kruisen (=de strijd aangaan)
  2. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  3. elk huisje heeft z'n kruisje (=ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
  4. ergens een kruisje bij zetten (=ergens attent op maken)
  5. het heilig kruis achterna geven (=hopen dat iets of iemand nooit meer terugkomt)
  6. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  7. het kruis nageven (=hopen dat hij vooral nooit meer weerkomt)
  8. ieder huisje heeft zijn kruisje (=er mankeert overal wel iets)
  9. ieder moet zijn eigen kruis dragen (=ieder moet zijn eigen tegenslagen verwerken)
  10. iemand het heilig kruis achterna geven (=van iemand hopen dat hij nooit meer terugkomt)
  11. kruis noch munt hebben (=geen geld hebben)
  12. kruis of munt gooien (=ervoor loten)
  13. kruisjes achter de rug hebben (=tientallen jaren oud zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 17 spreekwoorden met `kruis`

  1. Loois: Kronsellen (=kruisbessen)
  2. Antwerps: ieder huiske ei z'n kruiske moar veur den iënen een loeie en veur den aandere een stroeie (=ieder huisje heeft zijn kruisje maar voor de een is het van lood en voor de andere van stro)
  3. Lichtervelds: in ieder kot istr etwod (=ieder huisje heeft zijn kruisje)
  4. Zottegems: tsénewoare (=iemand een kruisje (katholiek) op het voorhoofd geven)
  5. Klemskerks: 't iz lik van een eezel ip e kruusstroate gescheetn: het is broddelwerk, het lijkt nergens naar (='t Is gelijk van een ezel op een kruisstraat gescheten)
  6. Waregems: 'n kruise sloan (=snel een kruisteken maken (bv. bliksem))
  7. Oudenbosch: tege z ne inkpot (=tegen zijn kruis)
  8. Waregems: 'n seenewoarietsje, 'n tseentewoareke (=kruisje op het voorhoofd voor het slapengaan)
  9. Zwevegems: een piepke en 'n kreuske (=een zoentje en een kruisje voor het slapengaan)
  10. Munsterbilzen - Minsters: èn wëlk kot èster naut niks on de hand (=ieder huisje heeft zijn kruisje)
  11. Tilburgs: zèn de knoezels bè öllie al rèèp (=zijn bij jullie de kruisbessen al rijp)
  12. Westerkwartiers: elk huus het zien kruus (=ieder huis heeft zijn kruis)
  13. Zwols: De lucht angt lege (=Het kruis v d broek hangt laag)
  14. Vechtdals: din löp zich 't kruus uut de bokse. (=hij loopt zich het kruis uit de broek.)
  15. Oudenbosch: bij Mie van de Veraande (int Touwlaant) 1945 (=bij het kruis (in het Oudland))
  16. Tilburgs: bij et voetballe wier ie ontiegelek teege zene mik geschupt. (=bij het voetballen werd hij verschrikkelijk in zijn kruis geschopt.)
  17. Antwerps: de wolke hange¨liëg 't zal nog goan regene (=als bij iemand het kruis van zijn broek te laag hangt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen