95 betekenissen bevatten `mis`
- er de boot mee ingaan (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukking heeft geleid)
- buiten iets kunnen. (=iets kunnen missen)
- een ondergeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de letterlijke betekenis)
- aan een dood paard trekken. (=je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
- op een blind paard wedden. (=je inzetten voor iets wat gedoemd is te mislukken)
- de wind van voren krijgen (=kritiek krijgen, direct gezegd worden wat er mis is)
- een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
- de violen stemmen (=met elkaar onderhandelen, naar compromissen zoeken)
- met een goed geloof en een kurken ziel drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
- op de klippen lopen (=mislukken)
- spaak lopen (=mislukken)
- verdrinken eer men water gezien heeft (=mislukken voordat het begonnen is)
- met mist gaat de vorst in de kist (=na mist gaat het vaak dooien)
- mist heeft vorst in de kist. (=na mist gaat het vaak vriezen.)
- een mens is alleen onmisbaar bij zijn begrafenis (=niemand is onmisbaar.)
- niet meer kunnen wegdenken (=niet meer kunnen missen)
- de mis aan de muur plakken (=niet naar de mis gaan (verzuimen))
- ledigheid is des duivels oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
- met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))
- twee linkerhanden hebben (=onhandig zijn, werk altijd laten mislukken)
- broodnodig (=onmisbaar)
- door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische manier bekijken)
- met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
- zorg dat daar geen zwarte hond tussen komt (=pas op dat het niet misgaat)
- ze slaan een snoek (=roeiers die een slag met hun riem missen)
- aan de Turken overgeleverd zijn (=slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden)
- ellebogenwerk (=succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken)
- een geluk bij een ongeluk (=terwijl iets mis gaat, gaat iets anders goed)
- met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van de kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadigheid terecht)
- al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
- heden in hoogheid verheven morgen onder de aarde (=vandaag nog heel belangrijk, maar morgen misschien al dood)
- heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))
- in de soep lopen (=volledig mislukken (van een plan))
- kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
- waar rook is is vuur (=waar geruchten over wangedrag zijn, zal er ook wel iets mis zijn)
- als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
- wie de naam heeft, krijgt de daad (=wie bekend staat als misdadiger, krijgt de schuld)
- wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in (=wie een ander iets wil misdoen, kan er zelf het slachtoffer van worden)
- hoe geleerder, hoe verkeerder (=wie te geleerd is mist soms eenvoudig gezond verstand)
- hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)
- ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
- geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
- op het verkeerde paard wedden. (=zich misrekenen)
- god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
- de hakken in het zand zetten (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen)
30 dialectgezegden bevatten `mis`
- Kifesh met jou? (=Wat doe jij nou? / Wat is er mis met je?) (Amsterdamse straattaal)
- Kmis oe (=Ik mis je) (Geffes)
- laot ós doorloupe want ‘t sjeltj al (=opschieten omdat de H. mis bijna begint (sjelle = met de kleine klok oproepen tot gebed)) (Heitsers)
- lin m-oe mis us (=leen mij je mes eens) (Tilburgs)
- met de bolle (=zonder mis begraven worden) (Nieuwpoorts)
- mis zijn (=het mis hebben) (Kaprijks)
- mis: Z'és ter zoeë zot van as 'n mis (=Ze is erg verliefd op hem) (Lebbeeks)
- naut (s) gevocheld ès altijd e gemis (=niet geschoten is altijd mis) (Munsterbilzen - Minsters)
- nevve de kerk loope (=spijbelen van de mis) (Genneps)
- nie gesjoeëte ès altijd mis (=alles is het proberen waard) (Munsterbilzen - Minsters)
- nie gesjoeëte ès altijd mis (=probeer het tenminste eens) (Bilzers)
- nie gesjoëte és altijd mis (='t is altijd het proberen waard) (Bilzers)
- nie gesjoëte ès altijd mis (=beter scheef er in dan recht erlangs) (Munsterbilzen - Minsters)
- nie prut (=niet mis) (Tilburgs)
- Niks mis mi (=Als het goed is) (brabants)
- nou hei je de popp'n an 't daans'n (=zie je wel, nu is het mis) (Westerkwartiers)
- optalluëre (=vèr 't sondogs nor de mis te goën) (Dendermonds)
- over 't murke gestouwete worre (=begraven worden zonder mis) (Arendonks)
- t-is frut meej den bok (=het gaat helemaal mis) (Tilburgs)
- tied genóg’, kumtj altied te laat (=als men steeds iets uitstelt, gaat het mis) (Heitsers)
- tieds genóg keumtj altiêd te laat (=als je steeds iets uitstelt, loopt het mis) (Weerts)
- tis oltied e ditje of e datje (=er is altijd iets mis) (kortemarks)
- Toch voelt het af en toe om't hand. (=soms mis ik het wel eens (vb: soms mis ik een auto wel eens)) (Utrechts)
- twents doar is niks mis met (=twents daar is niks mis mee) (Twents)
- twor een moeët vër niks (=de dirigent slaat de stok mis) (Munsterbilzen - Minsters)
- vaan unne kawwe kermis thoes kaome (=de plank mis geslagen hebben) (Mestreechs)
- verkirt op èn (=mis zijn) (Brakels)
- Wat faelt ow dan? (=Wat is er mis met jou?) (Aaltens)
- woeë eine kieër water gestânge heet, keumtj 't dekker trök (=als eenmaal iets mis gaat, gebeurt het vaker) (Weerts)
- ze voelde naddegheid (=ze merkte dat het mis ging) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen