de zak

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [zɑk]
Verbuigingen:  zak|ken (meerv.)

1) buigzaam voorwerp van soepel materiaal als stof, papier of plastic, dat op één zijde na, gesloten is en waar je dingen in kunt opbergen
Voorbeelden:  `een zak aardappelen`,
`suikerzakje`
de zak van Sinterklaas  (de zak waarin Sinterklaas alle cadeautjes heeft)
iemand onder uit de zak geven  (iemand een stevige straf geven)
in zak en as zitten  (erg verdrietig of teleurgesteld zijn)
iemand de zak geven  (iemand ontslaan)
zakjes plakken  (in de gevangenis zitten)

2) soepele opbergplaats in kledingstukken
Voorbeelden:  `broekzakken`,
`met je handen in je zak`
iemand in je zak kunnen steken  (veel beter zijn dan iemand)
Dat kun je in je zak steken.  (die opmerking is voor jou bedoeld.)
geen cent op zak hebben  (geen geld bij je hebben)

3) mannelijk geslachtsdeel waar de zaadballen in zitten
Voorbeeld:  `jeuk aan je zak hebben`
Synoniemen:  scrotum, balzak

4) nare man
Voorbeeld:  `ouwe zak`
Synoniemen:  klootzak, lul

5)
er geen zak van begrijpen  (er niets van begrijpen)
er geen zak aan vinden  (het saai vinden)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
balzak beurs broekzak buid buidel buil klier onaangenaam mens postzak scrotum tas tasje

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn ogen in zijn zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
• zijn neus in andermans zaken steken. (=zich bemoeien met zaken die je niet aangaan.)
• spreken alsof men een mes in de zak heeft (=erg stout spreken)
• met pak en zak (gaan) (=met veel bagage gaan)
• in zijn zak steken (=geen antwoord meer weten, het met een antwoord moeten doen)
Toon alle 19 spreekwoorden die zak bevatten

Taaladvies
Op zak steken / in zijn zak steken: Is (iets) op zak steken, bijvoorbeeld in de zin De eigenaar van de firma heeft de btw op zak gestoken correct?

Intensiveringen
Hoe kun je met zak een ander begrip versterken?
geen zak;

15 definities op Encyclo
  1. Zero Administration Kit Product dat ZAW mogelijk maakt (Microsoft).
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-ken), tasch (van katoen, leder, papier of andere stof vervaardigd) dienende om er iets in te bergen of te vervoeren; deel van een ...
  3. Zak is een Engelse jongensnaam. Het betekent `gevierd door God`. Extra info: Waar wordt het gebruikt? De naam Zak wordt voornamelijk gebruikt in Engelstalige landen. Het ...
  4. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 den zak slijpen: na de verkoop van de hop drinken tot 's avonds toe.
  5. Spreekwoorden: (1914) Iemand den (of zijn) zak geven ook iemand den zak geven met de banden er bij (Harreb. II, 489 b; De Vries, 106), d.i. iemand wegzenden, zich van iem...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zak:
zak afzak doorzak inzak ineenzak uitzak wegzakagendazakagenda'szakatlaszakatlassenzakbandzakbandenzakbijbelzakbijbelszakboekjezakbreukzakbreukenzakcentzakcentenzakcentje
Toon alle woorden die beginnen met zak

Deze woorden eindigen op zak:
aardappelzakbalzakbroekzakdikzakgoedzakhobbezakkazakklootzakhaarzakvestzakplaszakbinnenzakborstzakvuilniszakpiepzakdageesj chazakpostzakpuntzakvetzakcementzak
Toon alle woorden die eindigen op zak

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zak (verpakkingsmiddel)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zak` kennen.