de buidel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈbœydəl]
Verbuigingen:  buidel|s (meerv.)

1) geldzak
Voorbeeld:  `middeleeuwse geldbuidel`
diep in de buidel tasten  (erg veel geld betalen) `We moesten voor die aankoop diep in de buidel tasten.`

2) zakvormige huidplooi op de buik bij dieren
Voorbeelden:  `een kangoeroe draagt zijn pasgeboren jong in zijn buidel`,
`buideldieren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beurs tas zak

Spreekwoorden en zegswijzen
• hij heeft net zoveel geld in de buidel als een jood spek in de kast. (=hij is straatarm.)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), zak; beurs; een - met geld; den - lichten, (iem.) bestelen. ~, gereedschap om meel te bereiden. ~DIEREN, m. mv. eene afdeeling...
  2. een net, dat men voor de gaten der konijnenholen plaatst en dat zich, als het konijn erin springt, toerijgt
  3. 1) Baal 2) Bergplaats 3) Beurs 4) Bos 5) Doedel 6) Geldtas 7) Geldzak 8) Geldzakje 9) Huidplooi 10) Tas 11) Zak 12) Zakvormige huidplooi
  4. zak Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met buidel:
buideldierbuideldierenbuidelratbuidelrattenbuidels

Herkomst volgens etymologiebank.nl
buidel (zak)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `buidel`.