de klier

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [klir]
Verbuigingen:  klier|en (meerv.)

1) orgaan in je lichaam dat een stof maakt
Voorbeelden:  `melkklier`,
`traanklier`

2) ontzettend vervelend iemand
Voorbeeld:  `een klier van een vent`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ellendeling etter inwendig orgaan kreng mispunt schoft schurk smeerlap stuk ongeluk zak

14 definities op Encyclo
  1. deeltje van je lichaam dat vocht afscheidt vb: de speekselklier in je mond produceert speeksel vervelend iemand vb: ik heb die klier niet uitgenodigd voor mijn feestje
  2. • [informeel] een onuitstaanbaar mens. • [biologie] een orgaan dat een stof afscheidt. • [biologie] een cel die een product afscheidt dat door een plant niet verder...
  3. Spreekwoorden: (1914) Klier. Een in de volkstaal voorkomend scheldwoord met de beteekenis van knul, ploert, onuitstaandbare kerel; vgl. voor den overgang der beteekenis k...
  4. Orgaan dat stoffen afscheidt, bijv. spijsverteringssap of hormoon.
  5. orgaan dat iets uitscheidt; dit kan via een afvoerbuis of direct in het bloed worden afgegeven. synoniem: glandula
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met klier:
klieren

Deze woorden eindigen op klier:
lymfkliertalgkliermelkkliertraankliergeslachtsklierspeekselklierzweetklierschildklierpijnappelklieralvleesklier

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. klier (orgaan)
  2. klier = collier (halssnoer)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `klier` kennen.