keg

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  keggen
Verbuigingen:  keggetje<br />kegje

1) een blok met één schuine kant, waarmee men iets kan vastklemmen of het wegrollen van bijv. een wiel kan verhinderen. (De doorsnede van een keg is een rechthoekige driehoek, van een wig is dat een gelijkbenige driehoek.
Voorbeeld:  `De deur woei steeds dicht, we hebben er een keg onder geschoven.`

2) , een wigvormige demper van rubber die wordt gebruikt bij het stemmen van piano of klavecimbel
Voorbeeld:  `Om de toon van de te stemmen snaar goed te beluisteren, worden de overige snaren van het snarenkoor met keggen gedempt.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
alcolholadem keil pilon wig

8 definities op Encyclo
  1. Zie spie.
  2. Let op: Spelling van 1858 kegge, eene wig; een langwerpig, dun, scherp stuk hout of ijzer
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: (-gen), ~GE, v. (-n), bij timmerlieden ) wig.
  4. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 houten of ijzeren spie om vloeren dicht te drijven.
  5. Houten wig.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met keg:
kegelkegel omkegelbaankegelbanenkegeldekegeldenkegelenkegelskegelslakkegelsnedekegelsnedenkegelspelkegelspellenkegeltkegelvlakkenkeggen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
keg (wig)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 57% van de Nederlanders en 37% van de Vlamingen het woord `keg`.