zwemmen

werkw.
Uitspraak:  zwɛmə(n)]
Vervoegingen:  zwom (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is gezwommen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

in het water voortbewegen
Voorbeelden:  `Vissen zwemmen vaak in grote groepen bij elkaar.`,
`diploma reddend zwemmen`,
`rugzwemmen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
baden crawlen watersport zwemsport

Spreekwoorden en zegswijzen
zwemmen in (=meer dan genoeg hebben)
• vis moet (wil) zwemmen (=bij een goede maaltijd hoort een goed glas wijn (bier))
• iets laten zwemmen (=er geen aandacht meer aan besteden)
• hij kan zwemmen als een vis (=iemand die zeer goed kan zwemmen)
• een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de boter of kookvocht en in de wijn)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met zwemmen een ander begrip versterken?
zwemmen in het geld
Hoe kun je zwemmen krachtiger uitdrukken?
zwemmen als een otter; zwemmen als een rat; zwemmen als een vis;

12 definities op Encyclo
  1. al uitdrijvend een haven of iets dergelijks invaren. Voornamelijk van toepassing op de wijze waarop de sleepschepen in de Rijnsleepvaart de haven binnenliepen. Zie ook in...
  2. zie bij inzwemmen.
  3. • [inerg] zich gecoördineerd door het water voortbewegen. • [erga] zwemmend ergens heen gaan.
  4. door bewegingen vooruitkomen in het water vb: ik zwom tien baantjes zwemmen in het geld [heel rijk zijn]
  5. zwemssport Ruimere term: activiteiten op-in het water Categorie: Lichamelijke Activiteiten > activiteiten op-in het water.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op zwemmen:
wegzwemmensynchroonzwemmen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zwemmen (zich in het water drijvend houden en voortbewegen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zwemmen` kennen.