de vlucht

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [vlʏxt]
Verbuigingen:  vlucht|en (meerv.)

1) keer dat je vlucht
Voorbeelden:  `Ze was op de vlucht voor de politie.`,
`vluchtroute`
op de vlucht slaan  (plotseling, zonder voorbereiding beginnen te vluchten)

2) tocht die een vliegtuig, vogel of ander vliegend dier of voorwerp maakt
Voorbeelden:  `Vlucht 511 heeft een vertraging van 30 minuten.`,
`Hoe was je vlucht?`
Gierzwaluwen paren in de vlucht.  ()
een hoge vlucht nemen  ((van iets) zich sterk ontwikkelen) `het gebruik van e-mail heeft een hoge vlucht genomen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bloei chartervlucht drift groep hoop kudde ontsnapping schare school set stel troep vliegreis vliegtocht wegvliegen

12 definities op Encyclo
  1. • [nomact
  2. het snel weggaan om ergens aan te ontkomen vb: hij vertelde over zijn vlucht uit Irak op de vlucht slaan [wegvluchten]
  3. De weg die de bal in de lucht aflegt, de balvlucht.
  4. Zie op vlucht.
  5. zie klucht
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vlucht:
vluchtautovluchtelingvluchtelingenvluchtelingenkampvluchtelingenkampenvluchtenvluchtgedragvluchtgevaarlijkvluchtheuvelvluchtigvluchtigheidvluchtkerkvluchtladdervluchtleidervluchtleidingvluchtleidingenvluchtmisdrijfvluchtplanvluchtpuntvluchtroute
Toon alle woorden die beginnen met vlucht

Deze woorden eindigen op vlucht:
chartervluchtgevluchtgipsvluchtkapitaalvluchtlijnvluchtnachtvluchtvogelvluchtleervluchtoefenvluchtontvluchtballonvluchtruimtevluchtzweefvluchthelikoptervluchtvliegtuigvluchttoevluchtduikvluchtuitvluchtbruidsvluchtvaandelvlucht
Toon alle woorden die eindigen op vlucht

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. vlucht (het vliegen)
  2. vlucht (ontvluchting)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vlucht` kennen.