vluchten

werkw.
Uitspraak:  ['vlʏxtə(n)]
Vervoegingen:  vluchtte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gevlucht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

weggaan omdat je ergens bang voor bent
Voorbeelden:  `We zijn gevlucht voor de regenbui.`,
`Tijdens de oorlog zijn ze gevlucht.`
Synoniem:  ontsnappen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ervandoor gaan ontglippen ontkomen ontsnappen ontvluchten uitwijken vlieden wegkomen weglopen wegrennen wegvluchten

Intensiveringen
Uitdrukkingen die vluchten betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
de benen nemen;

5 definities op Encyclo
  1. snel weggaan om te ontkomen vb: deze mensen zijn gevlucht voor de oorlog
  2. • [erga] trachten te ontkomen aan dreigend gevaar.
  3. 1) Benen maken 2) De aftocht blazen 3) De benen nemen 4) De dans ontspringen 5) De hielen lichten 6) De kuierlatten nemen 7) De plaat poetsen 8) De spat nemen 9) De wijk ...
  4. zich losmaken uit het peloton
  5. weggaan van gevaar Jaar van herkomst: 1285 (CG Rijmb. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op vluchten:
baltsvluchtendemonstratievluchtenduikvluchtenlijnvluchtenontvluchtenvoortvluchtenzweefvluchten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vluchten (weggaan van gevaar)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vluchten` kennen.