de troep

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [trup]

1) groep mensen of dieren die bij elkaar horen
Verbuigingen:  troep|en (meerv.)
Voorbeelden:  `een troep wolven`,
`de Nederlandse militaire troepen in het buitenland`

2) rommelige of vieze boel
Voorbeelden:  `de troep opruimen`,
`Deze vieze troep lust ik niet.`
Synoniemen:  rommel, rotzooi, bende,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
accumulatie bende bocht boel chaos drift drom groep hoop horde knoeibo kudde massa menigte mensenmassa meute puinhoop puinzooi romm rommel rotzooi samenscholing schaar schare school set smerig spul stapel stel tas toneelgezelschap vlucht warbo warboel warhoop warwink warwinkel zooi zootje zwerm

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (B.m. en v.) (-en), menigte, aantal; gezelschap tooneelspelers; bende muziekanten. ~EN, m. mv. krijgsvolk, militairen. ~SWIJZE, [bij...
  2. eenige stukken edelwild, of een familie reewild
  3. Groep, meute..
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Troep``] 1o. Hierdoor verstaat men eene kleine afdeeling soldaten, van minder sterkte dan een bataillon of een eskadron. Krijgt zul...
  5. •rommel, rotzooi. •:Wat een troep is het hier! •groep militairen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met troep:
troepentroepensterktentroepensterktes

Deze woorden eindigen op troep:
uitroep

Herkomst volgens etymologiebank.nl
troep (menigte, groep militairen; rommel)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `troep` kennen.