I vast

bijv.naamw.
Uitspraak:  [vɑst]

1) goed verbonden met iets
Voorbeeld:  `De dop zit vast; ik krijg hem er niet af.`
Antoniemen:  vrij, los
muurvast  (heel vast)

2) stevig
Voorbeeld:  `vast in het zadel zitten`
Antoniem:  onvast
met vaste hand schrijven  (schrijven zonder te beven)

3) onveranderlijk
Voorbeelden:  `een vaste baan hebben`,
`een vaste klant van de kroeg`,
`de vaste kosten/lasten`
Synoniemen:  blijvend, gegarandeerd


II vast

bijwoord
Uitspraak:  [vɑst]

1) zeer waarschijnlijk
Voorbeeld:  `Je wordt vast de winnaar van het concours.`
vast en zeker  (zonder twijfel)

2) zonder verder te wachten op iemand of iets
Voorbeeld:  `Begin maar vast, ik kom je zó helpen.`
Antoniem:  nog niet
Synoniem:  alvast


Synoniemen
alvast   bepaald   beslist   blijvend   degelijk   feitelijk   geheid   gewis   gezet   heus   immobiel   inmiddels   intussen   onbeweeglijk   ongetwijfeld   onwankelbaar   positief   reëel   schoor   slapend   stellig   vast en zeker   voorlopig   voorzeker   waarachtig   waarlijk   welzeker   zeker   zolang   aarzelend (antoniem)   nog niet (antoniem)   tijdelijk (antoniem)   variabel (antoniem)   vloeibaar (antoniem)   

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo vast staan als een muts met zeven keelbanden (=erg vast staan)
vast in je schoenen staan (=erg zeker zijn)
vast in het zadel zitten (=zeker van iemands positie zijn in een organisatie)
• niet erg vast in de schoenen staan (=zich gemakkelijk laten ompraten)
• men heeft het geluk zo vast als een handvol vliegen. (=geluk komt onverwachts en kan zo weer gaan)
Toon alle 11 spreekwoorden die vast bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met vast een ander begrip versterken?
vast en zeker; vast voornemen; vaste gewoonte; alles wat los en vast zit
Hoe kun je vast krachtiger uitdrukken?
muurvast; onwrikbaar vast; rotsvast; stevig vast; vast als een huis; vast als een muur
Uitdrukkingen die vast betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
slapen als een baby; slapen als een blok; slapen als een das; slapen als een marmot; slapen als een os;

15 definities op Encyclo
  • •stevig •permanent •kristallijn of amorf. •niet los, stevig bevestigen
  • stevig met iets verbonden, niet beweegbaar vb: het plakband zit erg vast vaste vloerbedekking [aan de randen van de vloer vastgemaakt] een vaste oeververbinding [met een brug of een tunnel] met vaste hand regeren [met veel gezag] de vaste schijf [opslag die in de computer is ingebouwd]
  • zonder te wachten vb: mam, ik ga vast, kom jij straks ook? Synoniem: alvast
  • Def.: consistentie van de grond waarbij deze relatief weinig vocht bevat - minder dan in taaie toestand. De dichtheid is hoog, maar het materiaal is niet verkit.
  • 1) Onroerend 2) Niet veranderd 3) Waar 4) Waarachtig 5) Niet verplaatsbaar 6) Niet twijfelachtig 7) Niet vrij 8) Permanent 9) Welzeker 10) Flink 11) Overtuigd 12) Niet wankel 13) Echt 14) Apodictisch 15) Inmiddels 16) Intussen 17) Tegenovergestelde van los 18) Trouw 19) Immobiel 20) Niet beweegbaar
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vast:
vastbakkenvastbenoemdvastberadenvastberadenheidvastbeslotenvastbeslotenheidvastbijtenvastbindenvaste plantvaste verbindingvastelandvastenvastenactievastenmaandvastenperiodevastentijdvastenwetvastestoffysicavastgoedvastgoedactiviteit
Toon alle woorden die beginnen met vast

Deze woorden eindigen op vast:
alvasthouvastlos-vastonvastroestvastslijtvaststeevastvuurvastzeevastzadelvastwintervastwelvaartsvastwegvastwatervastwaardevastvormvasttoonvasttekstvaststavastspoorvast
Toon alle woorden die eindigen op vast

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vast (stevig; niet beweeglijk; onveranderlijk ; stellig; intussen)

Taaladvies
  1. Wat is correct: vast en zeker of < i>zeker en vast< /i>? Zie Zeker en vast / vast en zeker
  2. Wat is het verschil tussen stereotype en stereotiep? Zie Stereotype / stereotiep


Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent vast?
'goed verbonden met iets' en 'stevig' en 'onveranderlijk'
Hoe spel je vast?
vast spel je V A S T
Wat is een ander woord voor vast?
Andere woorden voor vast zijn alvast, bepaald, beslist, blijvend, degelijk, feitelijk, geheid, gewis, gezet, heus, immobiel, inmiddels, intussen, onbeweeglijk, ongetwijfeld, onwankelbaar, positief, reëel, schoor, slapend, stellig, vast en zeker, voorlopig, voorzeker, waarachtig, waarlijk, welzeker, zeker en zolang.
Wat is het tegenovergestelde van vast?
Antoniemen van vast zijn aarzelendnog niet, nog niet, tijdelijk, variabel en vloeibaar.

Op andere websites
Zoek vast in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek vast op Google
Zoek vast op Woordenlijst.org
Zoek vast in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek vast op Wikipedia