I vast

bijv.naamw.
Uitspraak:  [vɑst]

1) goed verbonden met iets
Voorbeeld:  `De dop zit vast; ik krijg hem er niet af.`
Antoniemen:  vrij, los
muurvast  (heel vast)

2) stevig
Voorbeeld:  `vast in het zadel zitten`
Antoniem:  onvast
met vaste hand schrijven  (schrijven zonder te beven)

3) onveranderlijk
Voorbeelden:  `een vaste baan hebben`,
`een vaste klant van de kroeg`,
`de vaste kosten/lasten`
Synoniemen:  blijvend, gegarandeerd


II vast

bijwoord
Uitspraak:  [vɑst]

1) zeer waarschijnlijk
Voorbeeld:  `Je wordt vast de winnaar van het concours.`
vast en zeker  (zonder twijfel)

2) zonder verder te wachten op iemand of iets
Voorbeeld:  `Begin maar vast, ik kom je zó helpen.`
Antoniem:  nog niet
Synoniem:  alvast

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
alvast bepaald beslist blijvend degelijk feitelijk geheid gewis gezet heus immobiel inmiddels intussen onbeweeglijk ongetwijfeld onwankelbaar positief reëel schoor slapend stellig vast en zeker voorlopig voorzeker waarachtig waarlijk welzeker zeker zolang aarzelend (antoniem)nog niet (antoniem)tijdelijk (antoniem)variabel (antoniem)vloeibaar (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo vast staan als een muts met zeven keelbanden (=erg vast staan)
vast in zijn schoenen staan (=erg zeker zijn)
vast in het zadel zitten (=zeker van iemands positie zijn in een organisatie)
• niet erg vast in de schoenen staan (=zich gemakkelijk laten ompraten)
• geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegrijpelijk)
Toon alle 9 spreekwoorden die vast bevatten

Taaladvies
  1. Wat is correct: vast en zeker of < i>zeker en vast< /i>? Zie Zeker en vast / vast en zeker
  2. Wat is het verschil tussen stereotype en stereotiep? Zie Stereotype / stereotiep


Intensiveringen
Hoe kun je met vast een ander begrip versterken?
vast en zeker; vast voornemen; vaste gewoonte; alles wat los en vast zit
Hoe kun je vast krachtiger uitdrukken?
muurvast; onwrikbaar vast; rotsvast; stevig vast; vast als een huis; vast als een muur
Uitdrukkingen die vast betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
slapen als een baby; slapen als een blok; slapen als een das; slapen als een marmot; slapen als een os;

12 definities op Encyclo
  • fase waarin een stof zich kan bevinden; de moleculen zitten op een vaste plaats ten opzichte van elkaar en zijn aan elkaar gebonden. De moleculen trillen op hun plek.
  • Marktstemming bij oplopende koersen.
  • Zekere belegging
  • Def.: consistentie van de grond waarbij deze relatief weinig vocht bevat - minder dan in taaie toestand. De dichtheid is hoog, maar het materiaal is niet verkit.
  • Marktstemming bij oplopende koersen.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met vast:
    vastbakvastbaktvastbaktevastbaktenvastberadenvastberadenheidvastbeslotenvastbeslotenheidvastbindvastbindenvastbindtvastbondvastbondenvastdraaivastdraaidevastdraaidenvastdraaitvaste verbindingvastelandvasten
    Toon alle woorden die beginnen met vast

    Deze woorden eindigen op vast:
    aardvastalvastbak vastbeginselvastbind vastcanvastdraai vastgecanvastgesp vastgevastgrijp vasthecht vasthouvastklem vastklokvastknoop vastkoek vastleg vastlig vastloop vast
    Toon alle woorden die eindigen op vast

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    vast (stevig; niet beweeglijk; onveranderlijk ; stellig; intussen)