Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 steunpaal.
•een steunbalk die onder of tegen iets geplaatst is.
1) Stut 2) Steun 3) Plaats in Antwerpen 4) Schaar 5) Schor 6) Deel van een molen 7) Schraag 8) Schrap 9) Plaats in de Benelux 10) Plaats in Limburg 11) Steunhout 12) Steunbalk 13) Balk 14) Paal als ondersteuning 15) Aangewassen grond
1> schuinweg geplaatste steun, meestal een balk. 2> een geul waardoor de eb of vloed stroomt. Ook schaar genoemd. 3> verbinding tussen twee delen, die elkaar onder een hoek raken. Zie ook knie.