uithangen

werkw.
Uitspraak:  ['œythɑŋə(n)]
Vervoegingen:  hing uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgehangen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) ruim ophangen
Voorbeeld:  `onderweg kletsnat worden en thuis je kleren uithangen`

2) naar buiten hangen, of in het openbaar ophangen
Voorbeelden:  `de vlag uithangen als de koningin jarig is`,
`het bewijs van de bouwvergunning zichtbaar uithangen op het bouwperceel`

3) doen alsof je iets bent terwijl je dat niet echt bent
Voorbeeld:  `Hij wil graag de charmeur uithangen, maar je merkt al snel dat hij dat niet is.`

4) ergens zijn
Voorbeeld:  `Lange tijd niet gezien. Waar hang jij tegenwoordig uit?`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
naar buiten hangen ophangen rondhangen spelen uitsteken zich bevinden zijn

Spreekwoorden en zegswijzen
• het de keel uithangen (=ergens genoeg van hebben)
• de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je uithangen krachtiger uitdrukken?
mijlenver de keel uit hangen;

2 definities op Encyclo
  1. je er bevinden vb: waar heb jij vanavond uitgehangen? Synoniemen: zijn vertoeven doen alsof je dat bent vb: hij probeert altijd de stoere bink uit te hangen
  2. 1) Ophangen 2) Rondhangen 3) Spelen 4) Uitsteken 5) Zich bevinden 6) Zijn
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
uithangen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `uithangen` kennen.