I zijn

werkw.
Uitspraak:  [zɛin]
Vervoegingen:  was (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is geweest (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) bestaan
Voorbeeld:  `Er is een boomsoort die meer dan honderd meter hoog kan worden.`
Synoniem:  existeren
er geweest zijn  (gaan sterven) `Als je niet met die afpersers meedoet, ben je er geweest.`

2) je ergens bevinden
Voorbeelden:  `Waar zijn jullie?`,
`Ik ben weer thuis.`

3) je in een bepaalde toestand bevinden
Voorbeelden:  `ziek zijn`,
`blij zijn`
op iemand zijn  (verliefd zijn op iemand) `Zij is op mij, maar ik ben niet op haar.`

4) <(met een ander werkwoord) om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd>
Voorbeelden:  `De bomen zijn omgehakt.`,
`Ze is gevallen.`


II zijn

pronounToon alle vervoegingen
Uitspraak:  [zɛin]

<je gebruikt dit woord als iets van een man is of bij een man hoort>
Voorbeeld:  `Zijn fiets is te hoog voor mij.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanwezig zijn aard bedragen behoren aan ben bent bestaan existentie existeren gebeuren is leven uithangen vertegenwoordigen zich bevinden

Spreekwoorden en zegswijzen
• zwaar op de hand zijn (=zeer ernstig/zwaarmoedig van karakter zijn)
• zoals de wind waait, waait zijn jasje. (=hij gaat met de heersende mening mee of telkens van mening veranderen afhankelijk van de mensen om iemand heen)
• zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten (=men ziet de anderen zoals men zichzelf ziet)
• zo zijn we niet getrouwd. (=op die manier iets niet afgesproken hebben)
• zo wijs als Salomo's kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)
Toon alle 771 spreekwoorden die zijn bevatten

Taaladvies
  1. Hebben / zijn: (Hij is / heeft binnen kunnen komen) Is het Hij is met moeite binnen kunnen komen of Hij heeft met moeite binnen kunnen komen?
  2. Jan en Henks boek / Jans en Henks boek: Is het Jan en Henks boek of Jans en Henks boek?
  3. Jan z'n / Jans hond: Is Jan z'n hond goed, of mag alleen Jans hond gebruikt worden?


Intensiveringen
Hoe kun je met zijn een ander begrip versterken?
als maar zijn kan;

8 definities op Encyclo
  1. Er zijn 2. Bestaan 3. Waar zijn 4. Zus en zo zijn.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [hulpwerkwoord] , [zelfst. werkwoord] , [onregelmatig] (ik ben, was, ben geweest), wezen, bestaan, in wezen zijn; er -, aanwezig zijn, ...
  3. bezittelijk: hij is van die mannelijke persoon vb: is dat zijn fiets?
  4. een werkelijkheid vormen, bestaan vb: er zijn mensen die op hun handen kunnen lopen er was eens .... [er leefde eens] ware het niet dat ... [als het niet zo was] als het ...
  5. • [erga] : bestaan:. • [erga] : zich bevinden. • [copl] : gelijk zijn aan:. • [copl] : tot de groep behoren van. • [copl] : de eigenschap hebben:. •"~ te" dru...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zijn:
zijnezijnerzijdszijnetzijnsleer

Deze woorden eindigen op zijn:
azijnbewustzijndozijnkozijnmagazijnkarmozijnsultanarozijndierenwelzijnrozijnsamenzijnijsazijnkruidenazijnrijstazijnappelazijnbalsamicoazijnonderbewustzijnziek-zijnbijzijnraamkozijnwelzijn

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. zijn (bestaan)
  2. zijn (bez. vnw.)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zijn` kennen.