het gezeik

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [xə'zɛik]
Afbreekpatroon:  ge·zeik

het hinderlijk blijven zeuren informeel
Voorbeelden:  `Ik ben al dat gezeik op mijn werk spuugzat.`,
`Wat een gezeik over de politie. Doen ze een keer goed hun werk, is het weer niet goed.`
Synoniemen:  gezanik, gezeur


1 definitie op Encyclo
  • 1) Veelvuldig geklaag 2) Gewauwel 3) Langdurig geklaag
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gezeik (kletspraat)

Taaladvies
  1. Schrijf je gezeik met ei of ij? Zie gezeik / gezijk
  2. Schrijf je zeiken met ei of ij? Zie zeiken / zijken


Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de gezeik' of 'het gezeik'?
Het is 'het gezeik', want gezeik is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat gezeik'.
Wat betekent gezeik?
'het hinderlijk blijven zeuren'
Hoe spel je gezeik?
gezeik spel je G E Z E I K

Op andere websites
Zoek gezeik in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek gezeik op Google
Zoek gezeik op Woordenlijst.org
Zoek gezeik in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek gezeik op Wikipedia