ophangen

werkw.
Uitspraak:  ɔphɑŋə(n)]
Vervoegingen:  hing op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgehangen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) een telefoongesprek beëindigen telecommunicatie
Voorbeeld:  `Ik hang op, want mijn beltegoed is bijna op.`

2) op een bepaalde hoogte vastmaken
Voorbeelden:  `de was ophangen`,
`slingers ophangen als er iemand jarig is`
een ongeloofwaardig verhaal ophangen  (een ongeloofwaardig verhaal vertellen)

3) (iemand) doden door met een strak touw om zijn nek te laten vallen
Voorbeeld:  `Moordenaars werden hier onthoofd of opgehangen.`

4)
Ik weet het vrij zeker, maar hang me er niet aan op.  (<dit zeg je als je iets niet helemaal zeker weet>)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afkondigen bedekken behangen beschikken ergens aan hangen gelasten ophanging opknopen vastleggen op verhangen weghangen wielophanging

3 definities op Encyclo
  1. aan een punt boven de grond vastmaken vb: hij heeft het schilderij keurig opgehangen Synoniem: hangen
  2. •iets in een hangende positie bevestigen. •een telefoongesprek beëindigen.
  3. 1) Afkondigen 2) Bedekken 3) Behangen 4) Beschikken 5) Bevestigen 6) Een telefoongesprek beëindigen 7) Gelasten 8) Ophanging 9) Opknopen 10) Telefoon neerleggen 11) Vast...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ophangen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `ophangen` kennen.