wisselen

werkw.
Uitspraak:  [ˈwɪsələ(n)]
Vervoegingen:  wisselde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gewisseld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

het ene geven voor het andere
Voorbeelden:  `van baan wisselen`,
`dollars voor euro's wisselen`
Synoniem:  ruilen
(tanden) wisselen  (je melkgebit verliezen en er een volwassen gebit voor in de plaats krijgen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afwisselen inwisselen omruilen omwisselen ruilen uiteenlopen variëren veranderen vermaken verruilen verschillen verwisselen

5 definities op Encyclo
  1. het een geven voor het ander vb: bij de grens moesten we geld wisselen ze hebben geen woord gewisseld [niets tegen elkaar gezegd] van gedachten wisselen [met elkaar prate...
  2. •"(onovergankelijk)" veranderen. •"(onovergankelijk)" op een ander spoor overgaan van treinen. •"(overgankelijk)" het een voor het ander nemen of geven. •"(overga...
  3. gezegd van wild: voorbijgaan, oversteken
  4. 1) Afwisselen 2) Cambiëren 3) Changeren 4) Fluctueren 5) Inwisselen 6) Omruilen 7) Omwisselen 8) Ruilen 9) Switchen 10) Uiteenlopen 11) Variëren 12) Veranderen 13) Verm...
  5. ruilen Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met wisselen:
wisselend

Deze woorden eindigen op wisselen:
afwisseleninwisselenomwisselenuitwisselenverwisselen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
wisselen (ruilen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `wisselen` kennen.