afwisselen

werkw.
Uitspraak:  ɑfwɪsələ(n)]
Vervoegingen:  wisselde af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgewisseld (volt.deelw.)

(iets) om de beurt vervangen (door iets anders)
Voorbeeld:  `theorie afwisselen met praktijkoefeningen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
herzien uiteenlopen variëren veranderen verschillen verwisselen wijzigen wisselen

Taaladvies
Mag je naast om de beurt ook omstebeurt gebruiken? Zie Om de beurt / omstebeurt

3 definities op Encyclo
  • •om en om plaatsvinden.
  • de plaats van iemand anders innemen vb: wij wisselen elkaar af bij het ophalen van geld
  • 1) Beurtelings gebruiken 2) Beurtelings handelen 3) Fluctueren 4) Herzien 5) Nuanceren 6) Schakeren 7) Uiteenlopen 8) Variëren 9) Veranderen 10) Verschillen 11) Verwisse...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met afwisselen:
    afwisselend